Klikzink
Een lekkage komt nooit op een handig moment. Er staat een emmer op zolder, de verzekeraar is gebeld, en de dakdekker heeft al gezegd dat het niet bij één plek blijft: de onderconstructie is aangetast, de bevestiging is oud, of de dakbedekking is simpelweg op leeftijd. Op dat moment moet er iets gebeuren aan het dak, en dat is precies het moment waarop de vraag naar zonnepanelen anders wordt dan wanneer er niets aan de hand was. Je gaat toch al open, er komt toch al een aannemer op het dak, en de vraag wordt niet meer of je ooit zonnepanelen wilt, maar of je nu, terwijl het dak toch vervangen wordt, ook de opwekking meeneemt.
Dat is precies waar een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen anders werkt dan een paneel dat je achteraf op een dak legt. Bij een gewoon paneel op beugels betaal je het dak één keer en de panelen een tweede keer, los van elkaar, op willekeurig welk moment. Bij een felsbaan met cellen erin betaal je het dakvlak en de opwekking in één bestelling, met één aannemer op het dak, één keer steigers of een hoogwerker, één keer een dag verlet. Als je toch al bezig bent met dakvervanging na een lekkage, valt een deel van die kosten sowieso, en is het overgebleven verschil kleiner dan wanneer je dit als apart project op een goed dak zou doen.
Een rijtjeshuis heeft meestal één dakvlak, één richting, en een simpele knop: dat vlak, of niets. Een vrijstaande woning heeft vaker vier dakvlakken dan één, soms een schilddak met vier hellingen, soms een zadeldak met een aanbouw ertegenaan onder een andere hoek. Dat betekent dat de vraag na een lekkage niet is of je zonnestroom wilt, maar welk vlak. Het zuidvlak levert het meest, maar is misschien niet het vlak waar de lekkage zat. Het noordvlak moet toch open vanwege rot in de gording, maar levert weinig op. Een schuine kap boven de garage ligt er los bij en wordt soms om esthetische redenen liever met gewone banen zonder cellen uitgevoerd, zodat het hoofdvolume er anders uitziet dan het bijgebouw.
Die keuze per vlak is precies waarom we op tekening rekenen in plaats van een vast antwoord te geven. Een dakvlak van vijftig vierkante meter op het zuiden levert een andere afweging op dan drie kleinere vlakken die elk hun eigen dakschild vormen. Soms is het antwoord: doe het hele dak in dezelfde felsbaan, met cellen op de vlakken die er iets aan hebben en gewone banen op de rest, zodat het aanzicht gelijk blijft terwijl alleen de vlakken met zon ook echt cellen bevatten. Dat is bij een vrijstaande woning goed te doen, juist omdat er meerdere vlakken zijn om die verdeling over te maken.
Niet elke lekkage is een reden om het hele dak eraf te halen. Een enkele lekkage bij een loodaansluiting rond een schoorsteen, een gescheurde pan, een verstopte hemelwaterafvoer die water onder de bedekking heeft laten lopen: dat zijn zaken die je repareert en die verder niets zeggen over de staat van de rest van het dakvlak. Als de dakdekker vaststelt dat de onderconstructie droog is, de rest van de bedekking nog jaren meekan, en het probleem echt lokaal was, is dakvervanging duur en overbodig. In dat geval is het advies simpel: laat het repareren, en wacht met zonnestroom tot het dak op een natuurlijk moment aan vervanging toe is.
Het wordt anders als de lekkage een symptoom is van iets groters. Vocht dat al langer onder de bedekking zit, tast hout aan, en dan blijkt bij het onderzoek dat de gordingen op meerdere plekken zacht zijn, of dat de bedekking op leeftijd overal begint te verzanden en te scheuren. Dan is de conclusie van de aannemer vaak dat het hele dakvlak, of het hele dak, binnen een paar jaar toch vervangen moet worden en dat de lekkage alleen het eerste zichtbare teken was. Op dat punt is de vraag niet meer of je moet vervangen, maar wanneer, en dat wanneer is dan nu, terwijl de steiger er al staat.
Stel: een vrijstaande woning uit de jaren zeventig, zadeldak, lekkage bij de nok na een stormnacht. De aannemer constateert dat de onderconstructie rond de nok is aangetast en adviseert om niet alleen die strook te herstellen maar de hele dakbedekking te vervangen, omdat de rest van de bedekking dezelfde leeftijd heeft. Op dat moment is er een keuze: gewone felsbanen terugleggen, of felsbanen met cellen op het zuidvlak en gewone banen op het noordvlak. Omdat de steiger er al staat en de dakdekker toch bezig is met het hele dak, is het verschil in werk vooral het aansluiten van de kabels naar binnen, iets waar we apart over schrijven zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/dakstroom/vrijstaande-woning/stroom-naar-binnen), en niet een compleet nieuw bouwproces.
De eigenaar had geen zonnepanelen gepland voor dit jaar. Maar omdat het dak toch openligt, is het verschil tussen alleen een nieuw dak en een nieuw dak met opwekking kleiner dan het zou zijn geweest als hij een jaar later, op een dak dat nog goed was, alsnog panelen had laten plaatsen. Dat is de rekenkundige kern van deze afweging: niet of felsbanen met cellen goedkoper zijn dan gewone panelen, want dat zijn ze per wattpiek niet, maar of je de kosten van het dak zelf kunt delen over twee dingen die je anders apart zou betalen.
Er zijn ook situaties waarin een lekkage niet de aanleiding moet zijn om meteen zonnestroom toe te voegen. Als het huis binnen een paar jaar verkocht wordt en de eigenaar zelf niet meer profiteert van de opwekking, telt de investering anders. Als het dakvlak grotendeels op het noorden of oosten ligt en er weinig zon op valt, is de opbrengst zo beperkt dat de meerprijs voor cellen in het dakvlak niet in verhouding staat, ook niet als je toch al aan het vervangen bent. En als de lekkage echt lokaal was en het dak verder in orde is, is vervangen sowieso de verkeerde beslissing, met of zonder zonnestroom.
Wat je dus het beste doet, is niet vooraf beslissen maar het dak laten opmeten na de schadebeoordeling. Op tekening is precies te zien welke vlakken er zijn, welke oriëntatie ze hebben, en wat het verschil in kosten is tussen alleen een nieuw dak en een nieuw dak met de opwekking erin verwerkt. Dat rekenen wij uit zonder dat het iets kost, en dan blijkt vaak vanzelf welk vlak het waard is en welk vlak beter gewoon dicht blijft met felsbanen zonder cellen.