Klikzink
Een vrijstaande woning heeft meestal geen buurpanden die het dak overnemen. Het dakvlak is aan alle kanten vrij, vaak groter dan bij een rijtjeshuis, en vaak verdeeld over meerdere vlakken met een eigen richting: een zuidkant, een noordkant, misschien een dakkapel of een aanbouw met een eigen helling. Bij een stalen dak met geïntegreerde zonnecellen is de aarding daarom geen bijzaak die je er na de bouw nog even bij regelt. Het is onderdeel van hoe het dak in elkaar zit, en bij een vrijstaande woning met meerdere vlakken moet je per vlak nadenken over wat erbij hoort en wat niet.
Bij een pannendak met paneel op beugels is de aarding vooral een zaak van het paneel en het montageframe. De pannen zelf doen niets in het aardingsverhaal; ze zijn van keramiek en geleiden niet. Het aluminium frame van de panelen wordt geaard, en dat is het.
Bij een stalen felsdak ligt dat anders, en dat begint al voordat er ook maar één zonnecel in het spel is. Staal geleidt. Een dakvlak van aan elkaar geklikte felsbanen vormt een groot, samenhangend metalen oppervlak dat elektrisch met elkaar verbonden moet zijn en dat op zijn beurt met de aarde van het gebouw verbonden moet worden. Dat is een normale eis bij elk metalen dak, met of zonder zonnecellen erin. Bij dit dak komt daar een laag bovenop: de cellen liggen in het vlak van de baan, de bekabeling van die cellen loopt door hetzelfde dakvlak naar binnen, en die twee systemen, het metalen dakvlak en de opwekking, moeten allebei goed geaard zijn en mogen elkaar niet in de weg zitten.
In de praktijk betekent dit dat de aannemer twee dingen regelt die bij een pannendak met opgelegd paneel gescheiden blijven, maar hier samenkomen. Het eerste is de aarding van het dakvlak zelf, als metalen bouwdeel. Het tweede is de aarding van de elektrische installatie die de zonnecellen voedt, met de eigen aardlekbeveiliging die daarbij hoort. Bij een vrijstaande woning met een eigen aansluiting en een eigen meterkast is dat een overzichtelijker verhaal dan bij een rijtjeshuis waar leidingen soms door een gedeelde spouw lopen, maar het aantal vlakken maakt het weer iets ingewikkelder.
Een vrijstaande woning heeft vaak niet één dakvlak maar drie of vier: een zuidkant en een noordkant bij een zadeldak, misschien een garage met een eigen plat of hellend dak ernaast, een dakkapel die een stukje van het hoofdvlak onderbreekt. Bij een rijtjeshuis is die keuze er meestal niet; er is één dakvlak en dat is het dakvlak waarmee je werkt. Bij een vrijstaande woning moet iemand kiezen welk vlak de zonnecellen krijgt en welk vlak gewoon felsbaan zonder cellen blijft.
Die keuze wordt voor een deel bepaald door de zon: een noordkant levert weinig op, hoe je het ook aardt of bekabelt. Maar de keuze heeft ook een aardingskant die vaak vergeten wordt. Elk vlak met cellen heeft zijn eigen stukje bekabeling dat naar binnen moet, en dus zijn eigen doorvoerpunt, zijn eigen aansluiting op de aarding van het metalen dakvlak, en in de praktijk vaak zijn eigen string naar de omvormer. Vier vlakken met cellen is niet twee keer zoveel werk als twee vlakken; het is een aantal aparte, kleine systemen die allemaal netjes op de aarding van het gebouw moeten aansluiten en die elkaar niet mogen storen.
Daarom is het bij een vrijstaande woning met meerdere dakvlakken vaak verstandiger om te kiezen: het grootste, best georiënteerde vlak krijgt de cellen, en de rest blijft gewone felsbaan zonder cellen, in dezelfde kleur en op dezelfde lijn. Dat scheelt in aansluitpunten, in bekabeling die door de constructie moet, en in het aantal plekken waar de aarding van het dakvlak en de aarding van de installatie elkaar raken. Het dak blijft er in het oog even rustig uitzien; alleen het vlak met de meeste zon werkt ook echt.
Een garage of een aanbouw met een eigen dakvlak is bij een vrijstaande woning bijna standaard. Vaak ligt dat vlak lager, staat het los van het hoofdgebouw, en heeft het een eigen dakconstructie. Als daar ook felsbaan met zonnecellen op komt, moet dat vlak zijn eigen aarding krijgen die is verbonden met de hoofdaarding van de woning, ook al staat het bouwkundig een beetje op zichzelf. Dat is geen probleem, maar het is wel een extra punt om op tekening te benoemen: waar loopt de aardverbinding van de garage naar het hoofdgebouw, en waar komt de bekabeling van dat vlak samen met de rest.
Bij een pannendak met opgelegd paneel op de garage is dit vraagstuk kleiner, omdat het paneel en zijn frame een op zichzelf staand, geïsoleerd geheel zijn dat je vrij simpel apart kunt aarden. Bij een metalen dakvlak dat zelf de opwekking is, is het dakvlak van de garage elektrisch gezien onderdeel van hetzelfde verhaal als het hoofddak, en dat vraagt om een aannemer die het gebouw als één geheel bekijkt in plaats van als een verzameling losse daken.
Voor Klikzink is de aarding geen bijzaak die na de levering wordt uitgezocht. Bij de voorbereiding van een vrijstaande woning wordt gekeken naar het aantal dakvlakken, de oriëntatie van elk vlak, en waar de doorvoeren voor de bekabeling het handigst liggen ten opzichte van de meterkast en de omvormer. Op basis daarvan wordt duidelijk welk vlak de cellen krijgt, hoe de aardverbindingen tussen de vlakken lopen, en of een garage of aanbouw wel of niet meedoet. Dat gebeurt op tekening, voordat er één plaat gewalst is, en het kost niets om dat traject in te gaan.
Het is goed om te beseffen dat de aarding van het dakvlak zelf, los van de zonnecellen, niets nieuws is. Elk stalen felsdak op elk gebouw, met of zonder cellen, moet op dezelfde manier geaard zijn: de banen elektrisch met elkaar verbonden en verbonden met de aarde van het gebouw. Dat is bij een vrijstaande woning niet anders dan bij een rijtjeshuis of een schuur. Het bijzondere zit in de combinatie met de opwekking, en in het feit dat een vrijstaande woning vaker meerdere vlakken heeft waar die combinatie apart voor geregeld moet worden.
Wie een vrijstaande woning nieuw bouwt of het dak toch gaat vervangen, kan deze afweging vroeg maken. Bij een dak dat blijft liggen en waar achteraf een paneel op beugels bijkomt, is de aarding van het paneel een aparte, kleine ingreep die weinig raakt aan de rest van het dak. Bij een nieuw felsdak met geïntegreerde cellen is de aarding onderdeel van het ontwerp van het dak zelf, en bij meerdere dakvlakken is het onderdeel van de keuze welk vlak wat wordt. Dat is geen reden om er vanaf te zien; het is een reden om het op tekening te laten uitwerken voordat de eerste baan gewalst wordt.