Klikzink

De omvormer bij een vrijstaande woning

Een vrijstaande woning heeft doorgaans meer dakvlak dan een rijtjeshuis, en vaak ook meerdere dakvlakken die niet allemaal op het zuiden liggen. Dat verandert de vraag waar de omvormer komt en hoe je de kabels daar naartoe legt. Bij een rijtjeshuis is er meestal één dakvlak, één looplijn naar de meterkast en weinig te kiezen. Bij een vrijstaande woning is er ruimte om over die keuze na te denken, en dat loont ook, want de afstanden zijn groter en de keuzes hebben meer invloed op wat je uiteindelijk aan het net levert.

Waar de omvormer zit

De omvormer zet de gelijkstroom uit het dakvlak om in wisselstroom die de installatie in huis kan gebruiken of terugleveren. Hij hangt bij voorkeur dicht bij de meterkast, in een garage, technische ruimte, kelder of berging. Niet in de volle zon, niet in een vochtige ruimte, en met lucht erlangs, want een omvormer wordt warm bij het werk dat hij doet en heeft ventilatie nodig om die warmte af te voeren. Bij een woning met een bijgebouw of aangebouwde garage is dat vaak een logische plek: droog, koel genoeg en dicht bij de aansluiting.

Bij een groter huis ligt de meterkast soms niet naast de trap naar de zolder maar aan de andere kant van het gebouw, of op de begane grond terwijl het dak twee verdiepingen hoger ligt. Dan wordt de afstand tussen dak en omvormer een echte overweging. Een lange kabelroute door spouwmuren, kruipruimtes en leidingschachten kost meer materiaal, meer arbeid en meer spanningsverlies dan een korte. Bij een rijtjeshuis met een meterkast direct onder het dak speelt dat probleem zelden. Bij een vrijstaande woning met een uitgebouwde aanbouw of een verdieping erbij is het iets waar de installateur vooraf een tekening voor nodig heeft, niet iets dat je oplost met een langere kabel achteraf.

Meerdere dakvlakken, meerdere keuzes

Het grotere verschil met een rijtjeshuis is dat een vrijstaande woning vaak meerdere dakvlakken heeft die niet dezelfde kant op liggen. Een zadeldak met een oost- en een westkant, een schuur met een apart plat dak, een dakkapel die een deel van het zuiddakvlak onderbreekt. Waar bij een rijtjeshuis de vraag is of je het ene dakvlak vol legt, is de vraag hier welk vlak je wel doet en welk niet.

Dat is niet alleen een vraag over opbrengst, al speelt oriëntatie daar wel in mee. Het is ook een vraag over bekabeling en aansluitpunten. Twee dakvlakken die felsbanen met cellen krijgen, betekent in de praktijk twee bundels kabels die ergens samenkomen, mogelijk via twee of meer omvormer-ingangen of via twee omvormers naast elkaar. Een dakvlak op het noorden meedoen omdat het toevallig groot is, levert weinig op en kost wel evenveel bekabeling en evenveel doorvoerpunten door het dak. Andersom kan een klein zuidvlak op een schuur, met een korte kabelroute naar een aparte meterkast in die schuur, soms praktischer zijn dan een groot maar ongunstig gelegen hoofddakvlak.

Wij rekenen dat door op tekening: welk dakvlak, welke oriëntatie, welke afstand naar de aansluiting, en of het de moeite waard is om een dakvlak dat er ongunstig bij ligt toch mee te nemen omdat je het dak toch vervangt. Er is geen vast antwoord dat voor elke vrijstaande woning geldt, want elk huis heeft een andere plattegrond, een andere kap en een andere plek voor de meterkast.

Wat dit anders maakt dan bij opgelegde panelen

Bij panelen die op een bestaand dak worden gelegd, is de aansluiting een aparte ingreep die los staat van de dakconstructie: een kabel die vanaf het dak naar binnen gaat, meestal via een dakdoorvoer die specifiek voor die kabel is gemaakt. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen is de bekabeling onderdeel van hetzelfde bouwproces als het dak zelf. Dat verandert niets aan het principe dat de omvormer los van het dak in de woning hangt, maar het verandert wel het moment waarop je erover beslist.

Bij opgelegde panelen kun je vaak nog schuiven: een dakvlak erbij nemen, een ander vlak juist laten liggen, zonder dat het dak zelf daarvoor open moet. Bij een dak dat zelf de opwekking is, ligt die keuze vast op het moment dat de felsbanen worden gelegd. Welke dakvlakken cellen krijgen en welke niet, bepaal je dus vooraf, samen met de indeling van kabelroutes en de plek van de omvormer, niet achteraf als bijstelling.

Dat is precies waarom de afstand tot de meterkast bij een grote, vrijstaande woning met meerdere dakvlakken een andere afweging is dan bij een rijtjeshuis met één dakvlak en één voor de hand liggende route. Hoe de kabels vanaf het dakvlak precies naar binnen komen, staat uitgewerkt op de pagina daarover; hier gaat het om de plek van de omvormer zelf en om de keuze welk dakvlak wel en welk niet.

Eén omvormer of meerdere

Bij een woning met twee of meer dakvlakken op verschillende oriëntaties is een veelgestelde vraag of je één omvormer met meerdere ingangen neemt of twee kleinere omvormers. Dat hangt af van hoeveel vermogen elk dakvlak levert, hoe ver de vlakken uit elkaar liggen en waar in het huis de meterkast en eventuele bijgebouwen zich bevinden. Een schuur met een eigen kleine felsbaan en een eigen aansluiting kan praktischer zijn dan een lange kabel terug naar de hoofdwoning. Ook dat is iets wat per situatie verschilt en wat wij op tekening doorrekenen, niet iets waarvoor een standaardoplossing bestaat die voor elk vrijstaand huis hetzelfde is.

Waar dit wel en niet vanzelf spreekt

Een felsdak met geïntegreerde cellen loont vooral wanneer het dak toch vervangen wordt, bij nieuwbouw of bij een grondige renovatie waarbij de kapconstructie of dakbedekking al aan de beurt is. Dan betaal je één keer voor dak en opwekking samen, en beslis je in één ontwerpfase over dakvlakken, kabelroutes en de plek van de omvormer. Bij een bestaand dak dat nog jaren meekan, is een paneel op beugels vaak de logischere keuze: het legt geen beslag op de vervanging van de dakbedekking en is per wattpiek goedkoper. Bij een vrijstaande woning met een schuin dak dat er nog goed bij ligt, is dat afwegingspunt niet anders dan bij een rijtjeshuis; het is vooral de omvang en de verdeling over meerdere dakvlakken die het bij een groter, vrijstaand gebouw ingewikkelder maakt om die keuze te maken.

Wil je weten hoe dat voor een specifiek huis uitpakt, met de plattegrond, de oriëntatie van de dakvlakken en de plek van de meterkast erbij, dan werken we dat uit op tekening. Dat kost niets en geeft een concreet beeld van welk dakvlak wel meedoet, welk niet, en waar de omvormer het beste past.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink