Klikzink
Een vrijstaande woning heeft meestal meer dakvlak dan een rijtjeshuis, en vaak ook meer dan één vlak met een eigen richting. Voor, achter, een aanbouw, een garage die er los naast staat: elk vlak heeft zijn eigen oriëntatie op de zon en zijn eigen aanzicht vanaf de straat of vanuit de tuin. Bij dakvervanging van zo'n woning is de vraag dus niet alleen of je met dit product gaat werken, maar ook welk vlak je daarvoor gebruikt en welk vlak gewoon dakbedekking blijft.
Dat onderscheid is precies waarom dit product bestaat. Een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen is een vervanging van de dakbedekking zelf, geen toevoeging erboven. Je betaalt hem als onderdeel van het nieuwe dak, niet als een tweede aankoop na het dak. Dat rekent alleen uit wanneer het dak toch al openligt of nog gebouwd moet worden. Bij een bestaand dak dat nog jaren meegaat, is een regulier paneel op beugels de logischere stap: goedkoper per wattpiek, sneller te plaatsen, en zonder dat je het dak zelf aanpakt. Bij dakvervanging van een vrijstaande woning ligt dat anders, want daar ligt de rekening voor het dak er sowieso, en de vraag wordt of je die twee keer betaalt of één keer.
Het vlak dat zuid of zuidwest ligt is meestal het voor de hand liggende vlak om te laten opwekken. Maar bij een vrijstaande woning met drie of vier dakvlakken is de keuze zelden zo simpel. Een schilddak heeft vaak een noordvlak dat weinig oplevert en een oostvlak of westvlak dat er wel bij kan. Een bijgebouw of garage met een eigen kap kan aantrekkelijk zijn omdat het vrij ligt van schaduw door de hoofdwoning, of juist onaantrekkelijk omdat het bomen in de tuin over zich heen krijgt. Wat schaduw daadwerkelijk doet met de opbrengst van een dakvlak leggen we uit op de pagina over schaduw bij een vrijstaande woning; dat is bepalend voor welk vlak je kiest, los van de vraag of je met dit product werkt of met een regulier paneel.
Een praktisch voordeel bij een vrijstaande woning met meerdere vlakken: je hoeft niet het hele dak vol te leggen. Omdat de felsbaan met cellen dezelfde kleur en dezelfde lijn heeft als de banen zonder cellen, kun je één vlak volledig laten opwekken en de andere vlakken uitvoeren in dezelfde stalen felsbaan zonder cellen. Het dak blijft er dan één geheel uitzien, ook als alleen het zuidvlak stroom levert en het noordvlak niet. Bij een regulier paneel op beugels zie je dat verschil meteen: een rij panelen op het ene vlak en kaal dakbedekking op het andere. Hier zie je het verschil pas als je specifiek zoekt naar de naad tussen de twee uitvoeringen.
De reden om dit uit te leggen bij dakvervanging van een vrijstaande woning is dat de aannemer of architect hier een knoop moet doorhakken die bij een rijtjeshuis met één simpel zadeldak niet speelt. Welke vlakken doe je, welke laat je, en waar komt de bekabeling vandaan te lopen naar de meterkast. Dat laatste hangt samen met waar de omvormer komt, zoals wij uitleggen bij [waar de omvormer komt](/dakstroom/vrijstaande-woning/omvormer): bij een bijgebouw op afstand van de hoofdwoning loopt die kabel verder en dat weegt mee in de keuze welk vlak je laat opwekken.
Stel dat een architect een vrijstaande woning ontwerpt met een zadeldak op het hoofdvolume en een lager aangebouwd deel aan de achterkant, elk in een andere richting. Het hoofddak ligt zuidoost, het aangebouwde deel ligt noordwest. In zo'n geval is de keuze meestal snel gemaakt: het zuidoostvlak krijgt de felsbaan met cellen, het noordwestvlak krijgt gewone felsbaan zonder cellen. Beide vlakken worden in dezelfde dakvervanging gelegd, met dezelfde coating en dezelfde profilering, dus vanaf de straat is niet te zien welk deel van het dak stroom maakt en welk deel niet. Dat is precies het punt: de keuze welk vlak je doet is een rekenkundige en oriëntatiekwestie, geen esthetische, want esthetisch blijft het dak overal gelijk.
Er zijn ook vrijstaande woningen waar geen enkel vlak overtuigend genoeg ligt, of waar het dak binnenkort weliswaar aan vervanging toe is maar er nog een paar jaar tussen zit voor er daadwerkelijk actie nodig is. In die gevallen is het advies vaak: wacht tot de vervanging er echt aan komt, of overweeg voor de korte termijn een regulier paneel op het bestaande dak en neem de beslissing over dit product pas op het moment dat de dakbedekking sowieso vervangen wordt. Dit product is geen haastklus; het is een keuze die je maakt op het moment dat je toch al met de dakdekker in gesprek bent over nieuwe bedekking.
Waar dit wel snel voordeel oplevert, is bij nieuwbouw van een vrijstaande woning, waar de architect vanaf de tekentafel al kan bepalen welk dakvlak de cellen krijgt en de rest van het ontwerp daarop kan afstemmen. Bij bestaande vrijstaande woningen die aan dakvervanging toe zijn, is de situatie net zo gunstig zodra de knoop van welk vlak eenmaal is doorgehakt: je vervangt het dak toch, en dan is het verschil tussen een vlak met cellen en een vlak zonder cellen in kosten kleiner dan wanneer je een dak laat liggen dat nog jaren meegaat en er vervolgens alsnog voor kiest.
Of een dakvlak zich leent voor dit product hangt niet alleen af van de richting, maar ook van de vorm en de obstakels erop. Een dakvlak met veel doorvoeren, een schoorsteen midden op het vlak of een dakkapel breekt de doorlopende baan op, en dat is bij een felsbaan met cellen net zo relevant als bij gewone felsbanen zonder cellen. Bij een vrijstaande woning met een complex dakvlak loont het om dat samen met ons op tekening te bekijken, zodat helder wordt welk deel van het vlak bruikbaar is en welk deel niet. Wij werken vanuit Ede met eigen walsmachines en leveren op maat voor het specifieke dakvlak, en het meedenken op tekening kost niets. Dat past bij een situatie waarin je als architect of aannemer nog moet bepalen welk vlak van een vrijstaande woning het gaat worden, voordat er een bestelling ligt.
Er is geen vast getal te geven voor hoeveel een vlak met cellen duurder is dan hetzelfde vlak zonder, en ook niet voor wat de opwekking van dat specifieke vlak oplevert: dat verschilt per uitvoering, per dakvlak en per oriëntatie, en wordt per project doorgerekend. Wat wel vaststaat is het uitgangspunt: bij dakvervanging van een vrijstaande woning betaal je het dak sowieso, en de vraag is dan alleen nog of een deel daarvan meteen ook stroom gaat leveren.