Klikzink
Op vrijwel elke boerderij met zonnepanelen op beugels zie je het vroeg of laat gebeuren. Duiven en kauwen vinden de ruimte tussen het paneel en de dakbedekking, en die ruimte is precies wat ze zoeken: droog, donker, uit de wind, onbereikbaar voor een mens met een ladder. Bij een grote stal of schuur met een aaneengesloten dakvlak van honderden vierkante meters is die ruimte er ook nog op honderd plekken tegelijk. Wie het eenmaal heeft meegemaakt, weet dat het niet bij één nest blijft.
De vraag die daaruit volgt is simpel: waar nestelen ze bij dit systeem. Het antwoord is dat die vraag bij deze uitvoering grotendeels wegvalt, omdat de ruimte waarin ze zouden moeten nestelen niet bestaat. De zonnecellen liggen in het vlak van de felsbaan zelf, op dezelfde hoogte als de banen ernaast, zonder beugel en zonder tussenlaag erboven. Er is geen luchtspouw van een paar centimeter tussen paneel en dak waar een duif een plekje kan uitkiezen. Het dakvlak is van boven tot onder één doorlopend, glad oppervlak.
Bij een boerderij met een lang, doorlopend dakvlak, zoals een ligboxenstal, een werktuigenberging of een oude kapschuur die opnieuw wordt gedekt, is het gebrek aan nestruimte vaak een van de eerste dingen die opvallen als je het verschil met een gewone installatie ziet. Onder een rij panelen op beugels ontstaat een aaneengesloten strook van tientallen meters waar duiven ongestoord in en uit kunnen vliegen, met alle gevolgen die daarbij horen: mestophoping op het dakvlak, verstopte hemelwaterafvoeren, geluid van fladderende vogels tegen het plaatstaal en, bij kauwen, ook wel eens een tak of takkenbos die tussen de constructie blijft steken. Bij een dak waarin de opwekking in de felsbaan zelf zit, is er simpelweg geen introkje om in te trekken.
Dat wil niet zeggen dat een boerderijdak zonder deze uitvoering een vogelprobleem hoeft te hebben, en het wil ook niet zeggen dat vogels op een dak met deze felsbaan helemaal wegblijven. Een vogel kan nog altijd op het dak landen, net als op elk ander dak. Wat wegvalt is de holle ruimte eronder waar een nest kan liggen zonder dat iemand het ziet totdat de klachten beginnen.
Bij een woonhuis met een paar rijen panelen op een schuin dak valt een duivennest soms nog mee: het is een ergernis, geen bedrijfsrisico. Bij een boerderij ligt dat anders. Een stal heeft vaak een grote, aaneengesloten dakoppervlakte, en de dieren die er onder lopen of staan zijn gevoelig voor wat er van boven afkomt. Duivenmest die via een kier naar binnen werkt, of een dakgoot die dichtslibt door veren en nestmateriaal met als gevolg water dat een verkeerde weg zoekt, zijn beide dingen die een veehouder liever niet heeft boven zijn dieren of zijn voeropslag.
Daarbij komt dat veel boerderijdaken een oudere constructie onder zich hebben, soms nog de originele spanten van decennia geleden, die bij vervanging van de dakbedekking meestal intact blijft. Wie op zo'n dak zonnepanelen op beugels overweegt, moet vaak ook nadenken over extra doorvoeringen door een dakvlak dat al wat te verduren heeft gehad. Bij een felsbaan met de cellen erin verwerkt gaat er geen schroef of beugel door het dakvlak; de bevestiging van de dakbedekking zelf is ook de bevestiging van de opwekking. Dat scheelt niet alleen een risico op lekkage bij oudere constructies, het scheelt ook precies die introkjes waar een vogel zich tussen kan nestelen.
Geen enkel dak is vogelvrij in de zin dat er nooit een vogel op landt. Kauwen en duiven zitten op nokken, op gootranden, op de rand van een luchtkoker, gewoon omdat het een uitkijkpunt is. Dat verandert niet door de manier waarop het dak is opgebouwd. Wat wél verandert is of ze er ook kunnen blijven zitten, onder een afdak dat ze zelf niet hoeven te bouwen. Bij dit systeem is dat plekje er niet, en dat is precies het verschil met een installatie op beugels waarbij het paneel een paar centimeter boven de dakbedekking hangt.
Boeren die eerder een vogelprobleem hebben gehad onder een gewone installatie, herkennen dit meestal het snelst. Ze weten precies hoeveel tijd en gedoe het kost om achteraf gaas onder de panelen te monteren, wat op zichzelf ook weer een onderhoudspost is die je liever niet hebt op een dak van dertig meter lang. Bij een dakvlak zonder tussenruimte is die maatregel niet nodig, simpelweg omdat er niets af te sluiten is.
Of het ontbreken van nestruimte voor vogels de doorslag geeft om voor dit systeem te kiezen in plaats van panelen op een bestaand dak, hangt af van de situatie op het erf. Bij een boerderij waar het dak toch aan vervanging toe is, of bij nieuwbouw van een stal, is het een praktisch voordeel dat meetelt naast de andere overwegingen: hoe het dakvlak eruitziet, hoe de bekabeling wegloopt, en of de aansluiting op het erf voldoende capaciteit heeft voor het vermogen dat je wilt opwekken. Juist op boerderijen is die aansluiting vaak niet gebouwd op veel extra vermogen, en dat weegt in de praktijk minstens zo zwaar mee als de vraag naar vogels.
Wat het kost, wat het oplevert en hoeveel vermogen er op een specifiek dakvlak inpast, verschilt van boerderij tot boerderij en van dakvorm tot dakvorm. Dat rekenen we uit op tekening, niet in algemene cijfers op deze pagina. Wie een dak heeft waar dit probleem al eens is voorgekomen, of een nieuwe stal plant en het risico bij voorbaat wil vermijden, kan de situatie het beste voorleggen met een tekening of foto van het bestaande of geplande dakvlak erbij.