Klikzink
Een carport of overkapping staat er meestal niet voor het leven. Een garage wordt verbouwd, een oprit anders ingedeeld, een laadplek verplaatst, en dan moet het dak eraf. Bij een gewoon paneel op beugels is dat een bekende klus: paneel los, bedrading los, beugels los, en het dak zelf blijft liggen. Bij een felsbaan met de cellen erin verwerkt is de vraag anders, want het dak en de opwekking zijn één bouwdeel. Wat gebeurt daarmee, en wat kun je ervan terugkrijgen.
Het eerlijke antwoord is dat de sloop- en scheidingspraktijk voor dit soort daken nog niet is uitgekristalliseerd zoals bij een dak zonder cellen. Een felsbaan zonder zonnecellen is doodgewoon staal: de banen gaan los, het Sendzimir verzinkte plaatmateriaal met de matte coating gaat naar de metaalrecycling en daar is niets bijzonders aan. Zet je daar cellen in, dan zit er in dezelfde baan ook nog bekabeling, een aansluitpunt en de laag die de cel met het staal verbindt. Dat is geen homogeen materiaal meer, en hoe je dat op een bouwplaats netjes scheidt in staal, koper en de rest, is iets waar de sector als geheel nog ervaring mee opbouwt. Wij zeggen dat liever hardop dan dat we een verhaal verkopen over volledige recyclebaarheid dat we niet kunnen onderbouwen.
Wat wel vaststaat, is de opbouw van het dak, en die opbouw bepaalt voor een groot deel hoe makkelijk demontage straks gaat. Bij een carport zonder gebouw eronder is er geen isolatiepakket waar de banen op liggen; de felsbaan ligt op gordingen of een dun dakbeschot, zonder de dampremmende folies en isolatielagen die je bij een woonhuis wel tegenkomt. Dat maakt de constructie zelf simpeler te ontleden dan bij een dak boven een bewoonde ruimte. Er is geen isolatie om eerst weg te halen, geen folie die aan de onderzijde van de baan vastzit, en de bevestiging is dezelfde blinde klem onder de fels die er ook voor zorgt dat er nooit een schroef door het dakvlak is gegaan. Diezelfde klem die de opwekking en de bevestiging tot één functie maakt, zoals we ook beschrijven bij de aansluiting op de nok, is bij demontage het eerste dat loskomt: de klem eraf, de baan schuift los van de aangrenzende banen, en er blijft geen gat achter omdat er nooit een doorboring is geweest.
De kabel is het onderdeel dat bij een carport meer aandacht vraagt dan bij een dak op een gebouw. Er is geen meterkast onder het dak; de stroom moet een stuk lopen, langs of door een paal, door de grond of langs de gevel naar het pand waar de omvormer staat. Dat traject leg je aan bij de bouw, en het is ook het traject dat je bij demontage als eerste volgt: eerst de kabel vrijmaken tot aan het punt waar hij het dakvlak verlaat, dan pas de banen zelf. Bij een carport die gecombineerd is met een laadpunt, wat vaak voorkomt, ligt er behalve de kabel van het dak ook een aparte laadkabel naar de paal. Die twee lopen soms door hetzelfde kanaal maar horen niet bij elkaar, en wie het dak er ooit afhaalt moet weten welke kabel van de opwekking is en welke van het laadpunt, anders knip je het verkeerde stuk door. Daarom leggen wij op tekening vast welke leiding waarvoor is, zodat dat over dertig jaar nog te achterhalen is zonder dat iemand hoeft te gokken.
Wat er hergebruikt kan worden, hangt af van de staat van de baan op het moment van demontage. Een felsbaan zonder cellen kun je, als de coating nog intact is en de maat past, in principe herleggen op een ander dakje; dat gebeurt in de praktijk bij kleine bouwwerken weleens. Een baan met een cel erin is minder flexibel te herplaatsen, simpelweg omdat de cel op een vaste positie in die specifieke baanlengte ligt en het paneel na dertig jaar buiten waarschijnlijk niet meer de opbrengst heeft die het ooit had. Het meest realistische scenario is dus dat het staal van de baan als metaal wordt afgevoerd en dat de cel en de bekabeling apart worden aangeboden, op dezelfde manier als een los zonnepaneel dat aan het einde van zijn levensduur is. Dat is niet slechter dan bij paneel-op-beugels, waar het paneel ook als apart afvalstroom wordt verwerkt, maar het is ook niet beter: het dakvlak zelf gaat gewoon met het staal mee, in plaats van dat je een schoon dak overhoudt en alleen het paneel afvoert.
Of dat voor een specifieke carport uitmaakt, verschilt per situatie. Een carport die als tijdelijke voorziening is bedoeld, voor een paar jaar naast een tijdelijke bouwkeet of op een terrein dat nog een andere bestemming krijgt, is een ander verhaal dan een overkapping die er voor de levensduur van het dak zelf blijft staan, vergelijkbaar met wat we schrijven over uitbreiden van het dakvlak als de situatie daar later aanleiding voor geeft. Bij een tijdelijke opstelling telt de vraag hoe het dak er weer af gaat veel zwaarder dan bij een carport die gewoon blijft staan tot de plaatstaal aan vervanging toe is. Wie dat vooraf weet, kan er in het ontwerp al rekening mee houden, bijvoorbeeld door de kabelroute zo aan te leggen dat hij makkelijk te volgen en te ontkoppelen is, in plaats van verstopt in beton te storten.
Wij rekenen dit niet in algemene termen voor, want elk dakvlak, elke kabelroute en elke combinatie met een laadpunt is anders. Wat we op tekening wel kunnen laten zien, is hoe de banen, de bevestiging en de kabelroute bij een specifieke carport samen liggen, en waar in dat ontwerp de knip zou zitten als het dak er ooit weer af moet. Dat is iets wat we in het voortraject meenemen zonder dat het iets extra kost, juist omdat het meer over de tekening gaat dan over een los onderdeel.