Klikzink
Een boerderijdak ligt er voor lang. De schuur die er nu staat, staat er over dertig jaar meestal nog, misschien met een andere functie, misschien met een nieuwe eigenaar. Wie nu een felsdak met geïntegreerde zonnecellen legt op zo'n dak, legt dus ook meteen de vraag neer wat er met dat dak gebeurt als het ooit vervangen wordt. Die vraag is eerlijker om nu al te stellen dan om over dertig jaar te ontdekken dat niemand er antwoord op heeft.
Het eerlijke antwoord is dat een deel daarvan nog niet vastligt. Een stalen felsbaan zonder cellen is een bekend verhaal: staal, coating, klaar voor de schroothoop of voor recycling als bouwstaal. Een baan met zonnecellen erin is iets nieuwer. De cellen zitten in het vlak van de baan verwerkt, niet erop geplakt en niet in een los kader. Dat is precies wat het dakvlak rustig en vlak maakt, maar het betekent ook dat je bij demontage niet twee losse producten van elkaar pelt zoals bij een paneel op beugels, waar je het paneel optilt en de rails en de dakbedekking los daarvan bekijkt. Bij een geïntegreerd systeem hoort de baan met cel als geheel gedemonteerd te worden, en wat er daarna precies met het cel-gedeelte gebeurt in de verwerking, is iets waar de keten nog volop mee bezig is. Wij zeggen dat liever nu dan dat we er over dertig jaar omheen draaien.
Wat wij wel weten, is hoe de baan van het dak komt. De felsbaan is blind bevestigd met klemmen onder de fels, dus zonder schroeven door het dakvlak. Dat is bij de aanleg al zo, precies om lekkage bij montage te voorkomen, en het werkt bij demontage in het voordeel van wie het dak eraf haalt. Je hoeft geen honderden doorboringen los te draaien of dicht te zetten. Je tilt de banen los van de klemmen, in stroken, en de onderconstructie blijft ongeschonden achter. Bij een oude boerderij met een houten of stalen spantconstructie onder het dak is dat winst: je hoeft niet in de gaten te breken die er niet zijn, en de constructie die er al veertig of vijftig jaar staat, wordt niet extra belast met een tweede sloopronde van bevestigingsmateriaal.
Een boerderijdak is meestal niet klein. Het is vaak één groot doorlopend vlak, soms met een lengte van een schuur die je in de verte al ziet aankomen. Dat is bij de aanleg een voordeel, want lange banen en één ononderbroken lijn zonder cellen die eruit springen. Bij demontage is het ook praktisch: je werkt in stroken van de nok naar de goot, baan voor baan, en je kunt de opbrengst van elke strook apart beoordelen. Banen zonder cel gaan één kant op, banen met cel gaan een andere kant op. Bij een dakvlak van honderden vierkante meters loont het om dat gescheiden aan te voeren, al is het maar omdat het de afvoer overzichtelijker maakt dan alles in één container te gooien.
De oude constructie eronder speelt hierbij mee. Veel boerderijdaken liggen op een dakstructuur die ouder is dan het dak zelf, een spant dat al eerder een ander dakbeschot heeft gedragen. Bij vervanging wordt vaak niet alleen het dakvlak vervangen maar ook gekeken of die onderliggende constructie nog een tweede leven aankan. Blinde bevestiging helpt daarbij, want er zitten geen doorgeroeste schroefgaten in het beschot die eerst herstelduidelijkheid vragen voordat er iets nieuws op kan.
Boerderijen hebben vaak een aansluiting die ooit is aangelegd voor een paar lampen, een melkmachine en een waterpomp, niet voor een dak vol opwekking. Bij vervanging van het dak is dat een apart gesprek, los van de demontage van de banen zelf, en dat gesprek voer je het beste voordat de nieuwe banen erop liggen. Waar de omvormer een plek krijgt en wat de aansluiting aankan, leggen we uit bij [waar de omvormer komt](/dakstroom/boerderij/omvormer). Bij een vervanging over dertig jaar is de kans groot dat die aansluiting dan alweer een keer vernieuwd is, dus dat is voor de toekomst een kwestie die los staat van wat er met het dakmateriaal zelf gebeurt.
Wat je nu al kunt vastleggen, is hoe het dak is opgebouwd en waar welke baan ligt. Een dakvlak met cellen op de zuidkant en blinde banen op de noordkant is bij aanleg al in kaart te brengen, en die kaart is bij vervanging goud waard voor wie het dak er dan afhaalt. Je weet dan meteen welke stroken apart gehouden moeten worden zonder eerst het hele dak te moeten inspecteren. Dat soort documentatie hoort bij de oplevering, en het is iets waar we bij nieuwe projecten standaard op aandringen, juist omdat een boerderijdak lang meegaat en er in die tijd van eigenaar, beheerder of aannemer gewisseld kan worden.
Bij een gewoon paneel op een bestaand boerderijdak is de scheiding bij einde levensduur simpel: het paneel gaat eraf, het dak blijft liggen, en het paneel wordt afgevoerd via de bekende route voor zonnepanelen. Die route is uitgekristalliseerd omdat panelen op beugels al langer op grote schaal liggen. Bij een geïntegreerd felsdak koop je bij aanleg een rustiger dakbeeld en één bevestigingssysteem voor dak en opwekking samen, maar je koopt ook een demontagevraag die deels nog moet uitkristalliseren voor het cel-gedeelte specifiek. Voor een boerderij die het dak toch moet vervangen of die nieuw gebouwd wordt, is dat een reële overweging naast de andere afwegingen die we bespreken op de pagina over [een dak dat zelf stroom maakt](/dakstroom/boerderij). Wie liever nu al zekerheid wil over de volledige afvoerketen van een paneel, kiest bewust voor een systeem op beugels boven op een dak dat verder los bekeken kan worden.
Wat wij hierin niet doen, is een cijfer verzinnen voor hoeveel procent van een baan met cel herbruikbaar is of wat de afvoer per vierkante meter kost. Dat verschilt per uitvoering, per dakvlak en per moment waarop het gebeurt, en dat rekenen we liever uit op tekening dan dat we het nu invullen met een getal dat over dertig jaar niet meer klopt. Wie een boerderijdak plant en deze vraag serieus meeneemt in de keuze, kan bij Klikzink in Ede terecht voor een gesprek over wat er op dit moment wel en niet vastligt, en voor een dakvlak op tekening waarin we samen kijken wat op deze boerderij de goede keuze is.