Klikzink

Nieuwbouw distributiecentrum: dak vervangen en zonnepanelen ineen

Een distributiecentrum in aanbouw heeft één groot voordeel dat een bestaand pand niet heeft: het dak moet er nog op. Er ligt geen oud dakvlak dat je intact laat en waar je losse panelen op zet. Er is een dakvlak dat toch gebouwd wordt, met een aannemer die toch een dakdekker inhuurt en toch bevestigingsmateriaal, isolatie en een waterdichte laag moet aanbrengen. De vraag is dan niet meer of je een dak en apart daarvan panelen betaalt, maar of je voor dat ene dak een uitvoering kiest die meteen ook stroom opwekt.

Bij een distributiecentrum is dat verschil groter dan bij een kleiner gebouw, puur door de oppervlakte. Een DC van vijftien- of twintigduizend vierkante meter dakvlak heeft geen paar honderd panelen nodig maar duizenden, en dat aantal maakt het verschil tussen twee losse werkzaamheden en één samenhangende klap in de bouwbegroting steeds groter. Elke vierkante meter felsbaan die je toch legt, kan een vierkante meter zijn die ook opwekt. Dat is de reden dat we bij nieuwbouw van dit gebouwtype vaak aan de tekentafel zitten voordat de eerste kolom staat: de keuze voor solarfels is dan geen toevoeging aan het bouwplan, het is een andere invulling van een post die er al stond.

De tweede reden waarom nieuwbouw hier gunstig uitpakt is minder bekend, en typisch voor distributiecentra: niet het dakvlak is vaak de beperkende factor, maar de aansluiting op het net. Een DC heeft doorgaans een forse aansluiting nodig voor koeling, laadpalen, sorteersystemen en verlichting, en die aansluiting wordt in overleg met de netbeheerder vastgelegd nog voordat het gebouw er staat. Als je bij nieuwbouw meteen weet welk vermogen je op het dak wilt opwekken, kun je daar in het aansluitplan rekening mee houden. Doe je dat pas jaren later, dan loop je het risico dat de aansluiting waarvoor je destijds hebt getekend geen ruimte meer heeft voor teruglevering, en dat je moet wachten op een uitbreiding of transportbeperking bij de netbeheerder. Dat probleem heeft niets met het dak te maken en alles met het net, maar het is bij een DC vaak wel de reden waarom teruglevering op een later moment onnodig lang duurt.

Omdat dit een groot, vlak dakvlak is, telt ook de manier waarop het dakvlak zelf blijft werken. Geen enkel schroefgat door de dakplaat betekent bij een oppervlakte van duizenden vierkante meters minder plekken waar een lekkage kan ontstaan, en dat is relevant op een gebouw waar een lekkage niet een paar dozen maar een hele rij pallets kan raken. De bevestiging zit onder de fels, blind, op precies dezelfde manier waarop een gewone felsbaan wordt bevestigd; er is geen tweede systeem dat los van het dak op het dak ligt. Wat er wel bovenop komt is een aansluiting die naar binnen moet, en hoe dat precies gaat, met welke doorvoer en op welke afstand van de baan, leggen we uit bij [waar de kabel het dak doorkomt bij een distributiecentrum](/dakstroom/distributiecentrum/stroom-naar-binnen). Dat is een aparte vraag, los van de vraag of je nieuwbouw of vervanging doet, en die beantwoorden we liever daar in detail dan hier half.

Eerlijk gezegd is dit voordeel niet onbeperkt. Het loont vrijwel alleen als het dak toch aan de beurt is: bij nieuwbouw, of bij een bestaand DC waar het dak om andere redenen sowieso vervangen moet worden, bijvoorbeeld omdat de isolatie of de dakbedekking het einde van de levensduur nadert. Ligt er een dak dat nog jaren meekan, dan is losse panelen op beugels vrijwel altijd de goedkopere weg, want dan betaal je niet nog een keer voor staalplaat en fels die er al liggen. Solarfels is per wattpiek duurder dan een paneel op een beugel, dat blijft zo. De besparing zit niet in de zonnecel zelf, die zit in het niet twee keer betalen voor het dak.

Bij nieuwbouw van een DC is er nog een praktische kant die het overwegen waard is: de bouwvolgorde. Een dak dat zelf de opwekking bevat, wordt in één werkgang gelegd door de dakdekker, in de fase waarin het gebouw wordt afgebouwd. Er is geen aparte planning nodig voor een installateur die later, als het gebouw al in gebruik is, met een hoogwerker langs de dakrand moet om panelen te plaatsen. Voor een pand dat zo snel mogelijk operationeel moet zijn, telt dat: de bouwlogistiek wordt eenvoudiger als er één partij het dakvlak aflegt in plaats van twee partijen die na elkaar moeten werken en op elkaar moeten wachten.

De grootte van het dakvlak roept ook de vraag op wat er gebeurt als een deel van die duizenden vierkante meters ooit uitgebreid moet worden, bijvoorbeeld omdat een volgende bouwfase van het DC een aangrenzende hal toevoegt. Die vraag behandelen we apart, omdat de uitbreidbaarheid van de opwekking iets anders is dan de keuze om er bij de eerste bouw al mee te beginnen; zie [kun je een distributiecentrum later uitbreiden met opgewekt vermogen op het dak](/dakstroom/distributiecentrum/uitbreiden). Voor de vraag die hier centraal staat, of je bij nieuwbouw voor deze uitvoering kiest, is vooral van belang dat je die keuze op tekening maakt, met het bouwplan en het aansluitplan naast elkaar, niet achteraf.

Wat dat betekent voor een specifiek gebouw, welk deel van het dakvlak richting en helling heeft die opwekking rendabel maakt, en hoeveel vermogen realistisch is gezien de aansluiting die voor het pand is aangevraagd, valt niet in algemene termen te zeggen. Dat verschilt per uitvoering, per hellingshoek en per netaansluiting, en we rekenen dat liever uit op de tekening van het specifieke project dan dat we hier een getal noemen dat voor het volgende dak weer anders uitpakt. Wie in de ontwerpfase van een distributiecentrum zit en wil weten of dit voor dat gebouw uitkomt, kan de tekening met dakvlak en aansluitgegevens naar Klikzink in Ede sturen; meedenken op die tekening kost niets.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink