Klikzink
Bij een bestaand pand is de vraag altijd: vervang je een dak dat nog meekan, om er een systeem in te leggen dat stroom opwekt? Dat is een lastige rekensom, want je gooit een werkend dak weg. Bij nieuwbouw van een bedrijfshal speelt die vraag niet. Het dak moet er toch komen. De keuze is dan niet tussen een goed dak en een nieuw dak, maar tussen een gewoon stalen felsdak en een felsdak met de opwekking erin verwerkt. Dat is een ander gesprek, en meestal een makkelijker.
Het verschil zit in wat je vervangt en wat je toevoegt. Bij een dakvervanging op een bestaand pand betaal je voor sloop, afvoer en een nieuw dak, en daarna nog voor panelen erop. Bij nieuwbouw van een bedrijfshal is er geen sloop en geen tweede systeem boven op het eerste. Er komt één dak, en dat dak wekt stroom op. De meerprijs is het verschil tussen een felsbaan zonder cellen en een felsbaan met cellen, niet de volle prijs van een dak plus de volle prijs van panelen en bevestiging. Dat scheelt in het budget, en het scheelt vooral in de planning: er is geen tweede bouwfase nodig waarin een dakdekker het dak net heeft opgeleverd en een installateur er weer overheen moet.
Bedrijfshallen hebben meestal grote, vlakke dakvlakken zonder veel opbouwen, schoorstenen of dakramen die schaduw geven. Dat is op zichzelf al gunstig voor een dak dat stroom opwekt, of het nu met opgelegde panelen is of met cellen in de felsbaan. Wat een bedrijfshal daarnaast typisch heeft, is een verbruik dat overdag plaatsvindt: koeling, ventilatie, compressoren, verlichting, machines, laadpunten voor voertuigen. Dat is precies het moment waarop een dak in de zon stroom levert. Bij een woonhuis wordt er vaak opgewekt terwijl er niemand thuis is; bij een bedrijfshal wordt er vaak opgewekt terwijl de hal in bedrijf is. Die stroom hoeft dan niet eerst het net op en weer terug, hij wordt gewoon gebruikt op het moment dat hij vrijkomt. Dat is de gunstigste combinatie die er is voor dit soort dak: een groot vlak, weinig schaduw, en een verbruiker die overdag stroom nodig heeft.
De bouw van een bedrijfshal verloopt meestal in een vaste volgorde: het casco staat, de gevel komt erop, het dak wordt gedekt, en dan volgen installaties. Een dak met geïntegreerde opwekking past in die volgorde zonder dat er iets aan verandert. De felsbanen worden gelegd zoals elke felsbaan wordt gelegd, met dezelfde klemmen onder de fels en dezelfde blinde bevestiging. Er komt geen aparte ploeg voor panelen, geen tweede keer hoogwerkers op het dak, geen aparte oplevermoment voor de opwekking los van de oplevering van het dak. Voor een aannemer die op tijd wil opleveren, is dat een reëel voordeel: één dekker, één planning, één dak dat in één keer klaar is.
Ook voor de architect of opdrachtgever die het aanzicht van de hal serieus neemt, is dit relevant. Een bedrijfshal met een groot, zichtbaar dakvlak vanaf de weg of vanaf hoger gelegen gebouwen ziet met opgelegde panelen altijd uit als een dak met iets erop. Met cellen die in het vlak van de baan liggen, in dezelfde matte donkere kleur en op dezelfde lijn als de banen ernaast, blijft het dak één geheel. Voor een bedrijventerrein waar meerdere hallen naast elkaar staan en het aanzicht wel degelijk meetelt bij de vergunning of bij de eisen van de ontwikkelaar, is dat een overweging die net zo zwaar kan wegen als de techniek.
De eerlijke kant van dit verhaal is dat de gunstige rekensom alleen opgaat zolang het dak sowieso gemaakt wordt. Staat er al een bedrijfshal met een dak dat nog jaren meekan, dan is dit niet de eerste stap. Dan koop je een heel nieuw dak om er de opwekking in te krijgen, terwijl het oude dak nog goed is. In die situatie is een systeem op beugels, gemonteerd op het bestaande dak, vrijwel altijd de logische keuze: je laat het dak zoals het is en zet de opwekking erbovenop.
Dat verschil is niet subtiel. Bij nieuwbouw van een bedrijfshal betaal je het verschil tussen twee soorten felsbaan. Bij een bestaand dak dat nog niet aan vervanging toe is, betaal je een compleet nieuw dak bovenop een dak dat er al ligt. De ene situatie is een kleine stap boven wat je toch al ging doen, de andere is een grote extra investering die pas rendabel wordt op het moment dat het dak toch vervangen moet worden, om wat voor reden dan ook: einde levensduur, lekkage, een verbouwing waarbij het dak toch openligt. Wie nu een bedrijfshal bouwt of een dakvervanging plant, zit in de gunstige situatie. Wie een dak heeft dat nog een jaar of tien meegaat, kan beter wachten en dan opnieuw rekenen, of in de tussentijd kiezen voor panelen op beugels als de stroom nu al nodig is.
Op het niveau van de bouwplaats verandert er weinig. De constructeur houdt rekening met een dak dat, net als elk stalen felsdak, zijn eigen gewicht en windbelasting kent; dat is geen andere berekening dan bij een dak zonder cellen. De kabels die de opgewekte stroom afvoeren, lopen net als bij elk zonnesysteem naar binnen, naar de meterkast of technische ruimte waar de omvormer staat; waar die exact komt, hangt af van de indeling van de hal en wordt op tekening bepaald, niet standaard voorgeschreven. De volgorde op de bouwplaats blijft: staalconstructie, dakbeplating, felsbanen, aansluiting. Er is geen aparte vergunning nodig voor het feit dat het dak stroom opwekt die er niet nodig zou zijn voor een dak zonder die functie; wat wel meespeelt, zoals bij elk dak met opwekking, zijn de gangbare eisen rond brandveiligheid en de afstemming met de verzekeraar, maar dat raakt niet specifiek aan het feit dat dit om nieuwbouw gaat.
Wat wel verandert, is het gesprek dat je aan de voorkant voert. Bij een bestaand dak begin je met de vraag of vervangen loont. Bij nieuwbouw begin je met de vraag welk dak je legt, en dat is een vraag die je toch al moest beantwoorden. De keuze voor een felsdak met geïntegreerde opwekking is dan een keuze binnen een traject dat er al is, niet een extra traject ernaast.
Wat dit oplevert aan wattpiek per vierkante meter, wat het rendement is en wanneer de meerprijs is terugverdiend, verschilt per uitvoering en per dakvlak. Dat rekenen we uit op basis van de tekening van de hal: oriëntatie, dakoppervlak, hellingshoek en de rest van de installatie spelen daarin mee. Wie een bedrijfshal in de planning heeft en wil weten of het dak de stroom zelf kan opwekken, kan de tekening aanleveren; het meedenken daarop kost niets.