Klikzink
Een distributiecentrum heeft twee dingen die de meeste andere gebouwen niet hebben: een enorm dakvlak en een aansluiting op het net die vaak eerder de beperkende factor is dan het dak zelf. Die combinatie maakt dit gebouwtype interessant om de vraag scherp te stellen. Niet of solarfels goed werkt, maar of het bij dit specifieke dak de juiste keuze is. Vaak is het antwoord nee, en dat zeggen we liever nu dan na de bestelling.
De kern is simpel. Solarfels is een dakbedekking met opwekking erin verwerkt. Je betaalt voor dak en opwekking in één product, en dat loont alleen als je toch een nieuw dak nodig hebt. Bij nieuwbouw of bij vervanging van een verouderde dakbedekking vervalt de vraag of je twee keer betaalt, want je bent het dak sowieso aan het aanleggen. Ligt er bij een distributiecentrum echter een prima dak van pas tien jaar oud, met nog decennia levensduur voor de boeg, dan is dat een heel ander verhaal. Dan koop je met solarfels een compleet nieuwe dakbedekking terwijl je die niet nodig hebt, om er de opwekking bij te krijgen. Panelen op beugels leg je op wat er al ligt. Dat is dan de goedkopere weg, en op een dakvlak van tienduizend vierkante meter of meer telt dat verschil hard door.
Daar komt bij dat de oppervlakte van een distributiecentrum de rekensom verandert. Bij een klein bedrijfspand met een paar honderd vierkante meter dak maakt het prijsverschil per wattpiek weinig uit op de totale investering. Bij een dak van een halve hectare of groter is dat verschil ineens een aanzienlijk bedrag, en dan moet de reden om voor solarfels te kiezen wel heel concreet zijn. Die reden is er soms, bijvoorbeeld als het dak toch aan vervanging toe is of als er om andere reden een streng eisenpakket ligt voor uiterlijk of brandgedrag. Maar als het dak op orde is en er geen andere aanleiding is dan opwekking, dan is de eenvoudigste route meestal de beste: een goed dak laten liggen en daar panelen op zetten.
Bij een distributiecentrum loop je op een ander punt sneller vast dan op het dak: de aansluiting. Een groot dakvlak kan in theorie veel meer vermogen opwekken dan de transformator en de kabel naar het net kunnen verwerken. Dat is geen probleem van felsbanen of panelen, het is een probleem van het elektriciteitsnet ter plaatse. Als de netbeheerder aangeeft dat er maar een beperkt deel van het dak zinvol vermogen kan leveren, dan verandert dat de vraag volledig. Je gaat dan niet meer op zoek naar het product met de hoogste opbrengst per vierkante meter, maar naar de goedkoopste manier om het beschikbare vermogen te realiseren. In dat scenario is een deel van het dak volstaan met gewone panelen vaak logischer dan het hele dakvlak vervangen door een duurder systeem, terwijl het net toch niet meer kan opnemen. Andersom geldt: als er wél voldoende netcapaciteit is en het dak toe is aan vervanging, dan is dat precies de situatie waarin solarfels zijn geld waard kan zijn, omdat je dan het hele dakvlak in één keer benut in plaats van het in twee stappen te doen.
De technische kant van die aansluiting, met de stappen van kabel tot meterkast, leggen we uit waar wij uitleggen bij [de aansluiting op de meterkast](/dakstroom/distributiecentrum/meterkast). Die pagina gaat over het hoe. Deze pagina gaat over de vraag die daaraan voorafgaat: is het dakvlak, met de netaansluiting die erbij hoort, wel de plek om voluit op in te zetten, of is een beperktere en goedkopere opwekking op datzelfde dak verstandiger.
Stel een distributiecentrum met een dakvlak van twaalfduizend vierkante meter, opgeleverd zeven jaar geleden met een stalen felsdak dat nog ruim binnen zijn levensduur zit. Er is geen enkele reden om dat dak te vervangen. Wil de eigenaar toch stroom opwekken, dan is de vraag niet solarfels of gewone panelen op basis van uiterlijk of gemak, maar simpelweg: welk systeem past bovenop een dak dat blijft liggen. Dat is een paneel op beugels, blind bevestigd op de bestaande felsbaan zonder dat er een dakbedekking wordt vervangen die nog jaren meekan. Bij zo'n dak is solarfels feitelijk geen optie, want er wordt niets vervangen om het in te bouwen.
Het andere uiterste: een nieuw distributiecentrum in aanbouw, waar de dakbedekking nog gekozen moet worden en de netaansluiting ruim is aangelegd op de verwachte vraag. Daar verdwijnt het argument tegen solarfels grotendeels, omdat de kosten van het dak en de kosten van de opwekking sowieso samenvallen. Je kiest dan niet tussen twee investeringen, maar tussen twee manieren om één investering in te vullen. In dat scenario is de keuze veel meer een kwestie van uiterlijk, onderhoudsgemak en de wens om geen doorboringen in het dakvlak te hebben, dan van geld.
De tussenliggende situatie komt het meest voor: een dak van vijftien tot twintig jaar oud, aan het einde van zijn levensduur, waar toch een nieuwe dakbedekking nodig is. Dat is precies het moment waarop de vraag omdraait. Dan betaal je voor het nieuwe dak, met of zonder opwekking erin, en wordt het prijsverschil tussen een kale dakbedekking plus panelen op beugels enerzijds en solarfels anderzijds klein genoeg om andere argumenten te laten meewegen, zoals uiterlijk, minder doorboringen of het ontbreken van een aparte constructie boven het dakvlak.
We noemen hier bewust geen bedragen per vierkante meter, geen wattpiek, geen terugverdientijd. Dat verschilt te veel per dakvlak, per hellingshoek, per netaansluiting en per keuze in uitvoering om er een algemeen geldig getal op te plakken. Wat we wel kunnen doen is op tekening laten zien hoe de twee routes, gewone panelen op een bestaand dak of solarfels bij vervanging, zich voor dit specifieke dakvlak tot elkaar verhouden. Dat rekenwerk is voor ons onderdeel van het meedenken en kost niets.
De vraag die aan het begin van dit traject staat, is niet welk systeem het beste is, maar welk systeem bij dit dak op dit moment past. Ligt er een dak dat nog jaren mee kan, dan ligt het antwoord meestal bij panelen op beugels. Moet het dak sowieso vervangen worden, of wordt er nieuw gebouwd, dan is dat precies het moment om solarfels serieus te overwegen, zeker op een dakvlak van deze omvang waar het net vaker de grens bepaalt dan het dakoppervlak zelf.