Klikzink
Deze site gaat over felsbanen met geïntegreerde zonnecellen, een dak dat zelf stroom opwekt zonder dat er iets op wordt gezet. Dat is een goede oplossing in een aantal gevallen, en een slechte in andere. Deze pagina gaat over die andere gevallen, specifiek voor een garagebedrijf. Wie een showroom, werkplaats of bedrijfshal heeft en overweegt om zonnestroom op te wekken, moet eerst weten wanneer een gewoon paneel op een bestaand dak simpelweg de betere keuze is. Dat is geen kwestie van voorkeur, het is een kwestie van rekenen en van de staat van het dak.
De felsbaan met geïntegreerde zonnecellen is duurder per wattpiek dan een regulier paneel op montagesysteem. Dat verschil wordt goedgemaakt op het moment dat het dak zelf ook vervangen of gebouwd moet worden. Dan betaal je één keer voor dakbedekking en opwekking samen, in plaats van twee keer: eerst een nieuw dak, en dan panelen erbovenop. Ligt er bij een garagebedrijf een dakbedekking die tien jaar oud is en nog een fatsoenlijke levensduur voor zich heeft, dan is die redenering niet aan de orde. Er is dan geen nieuw dak nodig, en het aanbrengen van een compleet nieuw felssysteem alleen om de zonnecellen erin te krijgen, is duurder dan het simpelweg leggen van panelen op het dak dat er al ligt. In dat geval is een montagesysteem met reguliere panelen de logische route, en die conclusie trekken we het liefst voordat er een offerte gemaakt wordt, niet erna.
Het type gebouw speelt daarbij ook een rol, los van de staat van het dak. Een garagebedrijf heeft doorgaans een groot, vlak of licht hellend dakvlak boven de werkplaats en een kleiner vlak boven de showroom. Het verbruik zit overdag: hefbruggen, compressors, verlichting in de werkplaats, en steeds vaker laadpalen op het terrein voor voertuigen die getest of opgeladen worden. Dat verbruikspatroon overdag is precies waar zonnestroom, van welk systeem dan ook, het meest oplevert. Maar de keuze tussen een felsbaan met geïntegreerde cellen en een regulier paneel op beugels hangt niet af van hoeveel stroom er nodig is. Die keuze hangt af van wat er met het dak zelf gebeurt.
Stel: een garagebedrijf in een bedrijfsverzamelgebouw heeft acht jaar geleden een nieuw stalen dak gekregen, in prima staat, geen lekkages, geen roest, de coating nog intact. Er is behoefte aan zonnestroom vanwege het verbruik overdag en de laadpalen die erbij komen. In die situatie is er geen enkele reden om het bestaande dak te vervangen door een felsbaan met zonnecellen erin. Het bestaande dak kan gewoon blijven liggen, en er komt een montagesysteem op met reguliere panelen. Dat systeem wordt op het dakvlak bevestigd met klemmen op de bestaande felsnaden of, bij andere dakbedekking, met beugels die aan de dakconstructie verankerd worden. Er verandert niets aan de dakbedekking zelf, en de investering blijft beperkt tot de panelen en de montage. Wie in deze situatie toch voor een nieuw felssysteem met geïntegreerde cellen kiest, betaalt voor een dak dat niet vervangen hoeft te worden, en dat is geld dat niet terugkomt.
De vraag die je jezelf dus eerst moet stellen, is niet hoeveel stroom je nodig hebt, maar hoe oud het dak is en hoe lang het nog meegaat. Een dakbedekking die richting het einde van zijn levensduur loopt, over vijf of tien jaar hersteld of vervangen moet worden, verandert de rekening. Dan is het de moeite waard om te bekijken of het dak in één keer vervangen kan worden door een systeem dat de opwekking meteen in het dakvlak heeft. Maar bij een dak dat nog jaren meegaat, is dat vooruitschuiven van een investering die pas relevant wordt als het dak toe is aan onderhoud.
Er is nog een praktisch punt dat bij een garagebedrijf vaker speelt dan bij een gewone bedrijfshal: het dak boven de werkplaats. Werkplaatsen hebben vaak een hoge, open ruimte met hefbruggen, afzuiginstallaties en een verdeelkast die niet altijd op een logische plek voor kabeldoorvoer zit. Bij een montagesysteem met reguliere panelen op een bestaand dak is de bekabeling een aparte leiding die over of onder het dakvlak naar binnen gebracht wordt, los van de dakconstructie zelf. Dat is meestal eenvoudiger te plannen dan bij een nieuw dak, omdat het bestaande dak al af is en de doorvoer een aanvullende ingreep is die apart wordt uitgevoerd, meestal via een bestaande sparing of een nieuw geboorde doorvoer op een plek die goed bereikbaar is vanaf binnen.
Bij een garagebedrijf met een werkplaats waar de ruimte boven het plafond vol hangt met leidingwerk, afzuigkanalen en bekabeling van de hefbruggen, kan het aansluiten binnen juist een van de lastigere onderdelen van het hele traject zijn, of er nu voor een montagesysteem of voor geïntegreerde cellen gekozen wordt. Dat is een reden om vooraf naar het gebouw te kijken, niet alleen naar het dak. Een aannemer die het pand kent, weet vaak al waar de kortste en goedkoopste route naar de meterkast ligt. Bij een bestaand dak met een montagesysteem is die keuze meestal onafhankelijk van de dakconstructie te maken, wat een montagesysteem in een lastig bereikbaar gebouw in de praktijk vaak makkelijker maakt om te plannen dan een compleet nieuw dak.
De keerzijde van een gewoon paneel op beugels is dat het paneel boven het dakvlak uitsteekt, met de bekende schaduwrand en een tweede laag op het dak die apart onderhouden moet worden. Bij een garagebedrijf met een showroom aan de voorzijde speelt het uiterlijk vaak een rol: een montagesysteem is zichtbaar als een aanvullende constructie op het dak, terwijl geïntegreerde cellen in het vlak van de dakbedekking liggen. Voor een werkplaats aan de achterzijde van het pand is dat verschil meestal niet relevant, voor de showroom kan het dat wel zijn. Dat is een afweging die per gebouw verschilt en die we het liefst samen met de tekening van het pand bekijken, niet in algemene termen.
Ook de doorvoeren voor de bevestiging van een montagesysteem zijn een punt om mee te nemen. Elke beugel die aan de dakconstructie verankerd wordt, is een doorboring van de bestaande dakbedekking die afgedicht moet worden. Bij een dak dat nog jaren meegaat, is dat een beheersbaar risico, mits goed uitgevoerd. Bij een dak dat al kwetsbaar is, telt elke extra doorboring zwaarder.
Of een montagesysteem of een geïntegreerd systeem de betere keuze is bij een specifiek garagebedrijf, hangt af van de leeftijd en staat van het dak, de indeling van werkplaats en showroom, en de plek waar de laadpalen en de meterkast zich bevinden. Dat is geen vraag die in algemene termen te beantwoorden is, en we noemen daarom ook geen bedragen, terugverdientijden of wattpieken op deze pagina: dat verschilt per uitvoering en per dakvlak, en dat rekenen we uit op tekening, niet in een blogtekst.
Wie twijfelt tussen een montagesysteem en een felsbaan met geïntegreerde cellen, kan het beste beginnen met de vraag hoe oud het huidige dak is en of er binnen de komende jaren toch al onderhoud of vervanging op de planning staat. Ligt er een dak dat nog een lange levensduur voor zich heeft, dan is een montagesysteem met reguliere panelen vrijwel altijd de nuchtere keuze. Staat er een dakvervanging of nieuwbouw gepland, dan is het moment om ook de andere route te laten uitrekenen.