Klikzink
Een zonnecel levert minder naarmate hij warmer wordt. Dat geldt voor elk paneel, op elk dak, en het is geen storing of gebrek: het is de fysica van het materiaal. Bij een kantoorpand is dat een relevante vraag, want een kantoordak heeft vaak al genoeg opwarming te verduren voordat er ook nog een zonnedak op ligt: veel plat of licht hellend vlak, vaak donker afgewerkt, en meestal een dakopbouw waar warmte niet snel weg kan.
Bij een gewoon paneel op beugels zit er lucht tussen het paneel en de dakbedekking. Die spleet van een paar centimeter laat lucht stromen, en die luchtstroom voert een deel van de warmte af. Bij een geïntegreerde felsbaan is dat anders: de baan met de cellen erin ligt zelf op de dakopbouw, net als elke andere felsbaan. Er is geen spouw die als ventilatiekanaal werkt, want de baan is het dakvlak.
Op een kantoorpand wordt vaak nog een derde laag op het dak gelegd: liftmotorhuizen, luchtbehandelingskasten, klimaatinstallaties. Die apparatuur genereert zelf ook warmte, en die warmte komt ergens vandaan of gaat ergens naartoe over het dakvlak. Een felsbaan die naast zo'n installatie ligt, krijgt dus niet alleen zonnewarmte maar ook wat er van de apparatuur afkomt. Dat is geen reden om van integratie af te zien, maar wel iets waarmee we rekening houden als we een dakvlak intekenen: waar installaties staan, plannen we bij voorkeur geen cellen, of we houden er in de indeling van het vlak rekening mee dat die banen iets minder opwekken dan de rest.
De stalen felsbaan zelf geleidt warmte snel en gelijkmatig door het hele vlak, in plaats van dat warmte op één plek blijft staan zoals bij een dikkere, isolerende bedekking kan gebeuren. Onder de baan zit de gebruikelijke dakopbouw met isolatie en een onderconstructie; hoe die opbouw is samengesteld, bepaalt mede hoe snel warmte vanaf de onderkant van de baan wegkomt. Bij nieuwbouw of een dakvervanging, en dat is precies het moment waarop geïntegreerde opwekking het meest voor de hand ligt, kan de opbouw daar bij het ontwerp al op worden afgestemd. Dat is een van de redenen waarom we liever meekijken op tekening dan achteraf een kant en klare oplossing aanbieden: de laag onder de baan is net zo bepalend voor het resultaat als de baan zelf.
Bij veel kantoorgebouwen valt het grootste deel van het stroomverbruik samen met de uren dat er ook wordt opgewekt: personeel op de zaak, verlichting aan, computers aan, koeling of ventilatie aan op warme dagen. Dat is een gunstig verbruikspatroon voor een dak dat stroom maakt, onafhankelijk van de vraag hoe warm de cellen precies worden. Het betekent alleen niet dat de warmte onder het dak er dan niet toe doet: op de warmste namiddagen, net wanneer de koeling het hardst werkt en het verbruik piekt, is het rendement van de cellen door de temperatuur ook het laagst. Dat is geen tegenstelling die met deze techniek is op te lossen, het is een gegeven waar elk zonnedak mee te maken heeft, geïntegreerd of op beugels.
Bij een kantoorpand waar klanten of bezoekers komen, telt het aanzicht van het gebouw mee in de beslissing, en dat is precies waar een geïntegreerde felsbaan zich onderscheidt van panelen op beugels. De cellen liggen in het vlak, in dezelfde matte donkere kleur en op dezelfde lijn als de banen zonder cellen ernaast, zonder beugels die een schaduwrand of een tweede laag boven het dak vormen. Dat aanzicht staat los van de vraag hoeveel warmte er onder het dak zit; het is een andere afweging, die er bij een representatief pand wel bij hoort. Wie voor deze uitstraling kiest en toch met het warmteverlies wil rekenen, doet er goed aan om dat samen met de indeling van installaties op het dak in één keer op tekening te laten uitwerken.
Als warmteafvoer de belangrijkste overweging is en het uiterlijk van het dak niet meetelt, bijvoorbeeld bij een kantoorpand zonder representatieve functie waar het dak niet zichtbaar is vanaf de straat of vanaf een naastgelegen gebouw, is een paneel op beugels met een geventileerde spouw eronder in dat opzicht in het voordeel. Diezelfde afweging speelt als het dak niet toch al aan vervanging toe is: geïntegreerde opwekking loont vooral wanneer je één keer betaalt voor dak en opwekking samen, bij nieuwbouw of dakvervanging. Ligt er een bestaand dak dat nog jaren meekan, dan is een opzetsysteem vaak de logischere keuze, ook zonder de vraag naar warmte erbij te betrekken.
Hoeveel het verschil in warmteafvoer werkelijk uitmaakt voor de opbrengst hangt af van de dakopbouw, de indeling van installaties op het dak, de hellingshoek en de plek van het gebouw. Een getal dat voor elk kantoorpand klopt bestaat niet, en wie dat toch geeft, verzint het. Stuur ons de tekening van het dakvlak met de posities van de installaties erop, en we rekenen door wat een geïntegreerde felsbaan op die specifieke locatie oplevert en waar we de indeling van de banen op aanpassen.