Klikzink
Een loods die van bestemming verandert, verandert meestal ook van gebruik. De stal wordt een opslagloods, de oude werkplaats wordt een bedrijfsruimte met kantoor aan de kant, de agrarische schuur krijgt een nieuwe huurder met machines die de hele dag draaien. Wat daarbij vaak over het hoofd wordt gezien: die nieuwe bestemming brengt bijna altijd een verplichting of een wens met zich mee om het dak aan te pakken. Isolatiewaarde die niet meer voldoet, asbest dat weg moet, een dakvlak dat simpelweg op is. Op het moment dat de dekking er toch af gaat, verandert de vraag of je zonnepanelen wilt in de vraag hoe je het nieuwe dak wilt.
Dat onderscheid is niet flauw. Een dak dat blijft zitten en waar je panelen op legt, is een andere beslissing dan een dak dat je toch vervangt. In het eerste geval betaal je voor een dekking die er al ligt en betaal je daarna nog eens voor een systeem erboven, met beugels, klemmen en doorvoeren door een dak dat net klaar was. In het tweede geval betaal je één keer voor een dakvlak dat de dekking en de opwekking in één laag levert. De felsbaan met zonnecellen erin is dan geen aanvulling op het dak, het is het dak. Geen tweede constructie, geen extra hoogte, geen nieuwe doorboringen in een net vernieuwd oppervlak.
Bij een loods die van bestemming wisselt, verschuift meestal ook het verbruik, en die verschuiving werkt hier in het voordeel van de eigen opwekking. Een loods staat zelden vol met warmwatertoestellen of nachtelijke verwarming. Het verbruik zit in verlichting, in compressoren, in een lift of een kraanbaan, in machines die aanslaan zodra de ploeg begint. Dat is dagverbruik, en dagverbruik loopt gelijk op met de uren dat de zon op het dak staat. Een loods met een verpakkingslijn die om zeven uur start en om vier uur stopt, verbruikt stroom precies op de momenten dat het dakvlak die ook levert. Dat wil niet zeggen dat de opbrengst het verbruik dekt, dat rekenen we uit op tekening voor het specifieke dakvlak en de aansluiting, maar de vorm van het verbruik past bij de vorm van de opwekking. Bij een woning met een warmtepomp die 's nachts draait ligt dat anders. Bij een loods met machines overdag ligt het gunstig.
Het eerlijke verhaal is dat deze oplossing duurder is per wattpiek dan een paneel op beugels op een dak dat verder intact blijft. Een systeem met bevestigingsrails op een bestaand, goed dak is in de regel de goedkopere weg naar stroom van het dak. Wat de felsbaan met geïntegreerde cellen wint, is niet de prijs per paneel, het is het feit dat je geen tweede project meer hebt. Bij een dakvervanging in het kader van een nieuwe bestemming ben je toch al bezig met de aannemer, de steiger of de kraan, de golfplaten of de oude bitumen eraf, nieuwe isolatie erin. Als je op dat moment het paneel weglaat en in plaats daarvan de baan met zonnecellen erin legt, koop je geen extra bouwlaag, je kiest een andere baan uit hetzelfde assortiment. Dat is het moment waarop de knip tussen dak en opwekking wegvalt en waarop het loont om beide in één opdracht te zetten.
Omgekeerd geldt: als het dak van de loods er nog jaren goed bij ligt en alleen de bestemming wijzigt, is dit niet de voor de hand liggende keuze. Dan is een regulier paneel op een bestaand, gezond dak vaak de nuchtere weg, en is het slopen van een goed dak om er een felsbaan met zonnecellen in te leggen een dure omweg. De vuistregel is simpel: is het dak toch aan de beurt, dan telt de meerprijs van de geïntegreerde cellen mee tegen de kosten die je anders zou maken aan een tweede systeem erboven. Is het dak niet aan de beurt, dan reken je die meerprijs in zijn geheel, en dan wint een paneel op beugels meestal.
Bij een loods die van gebruik verandert, verandert vaak ook wie er verantwoordelijk is voor het onderhoud. Een nieuwe huurder, een nieuwe eigenaar, een facilitair bedrijf dat het pand overneemt. Een dak met een paneel erop en een dak daaronder zijn in die overdracht twee dingen met elk hun eigen vragen: wie onderhoudt de dakbedekking, wie onderhoudt het systeem erboven, wat gebeurt er als de een lekkage veroorzaakt bij de ander. Bij een felsbaan met de cellen erin is dat één dakvlak met één onderhoudsvraag, en dat is precies waarom het ook helder is wie waarvoor garant staat als dak en opwekking één ding zijn, zoals wij uitleggen bij [wie waarvoor garant staat bij een loods](/dakstroom/loods/garantie). Voor een loods die van eigenaar of huurder wisselt, is die eenvoud niet bijzaak. Het scheelt discussie op het moment dat er toch al genoeg wisselt in het gebruik van het gebouw.
Er is nog een praktisch punt dat bij een bestemmingswijziging vaak samenvalt met de dakvervanging: een grotere aansluiting, een nieuwe meterkast, soms een nieuwe locatie voor de technische ruimte omdat de oude stal geen ruimte had die daarvoor geschikt was. Dat is het moment om ook meteen te bepalen waar de omvormer een plek krijgt, zoals behandeld bij [waar de omvormer komt te hangen bij een loods](/dakstroom/loods/omvormer). Wie dat combineert met de dakvervanging voorkomt dat er later een tweede verbouwing nodig is om een kabel of een kastje een plek te geven die er bij de eerste ronde niet bij is gedacht.
Voor wie een loods aanstuurt op een nieuwe bestemming is de volgorde van beslissen simpel te maken. Eerst: moet het dak toch open, om reden van isolatie, asbest of slijtage? Als dat ja is, is de vraag niet meer of je zonnepanelen erbij koopt, maar welke felsbaan je legt: met of zonder cellen erin. Dan is het rekenwerk aan ons, op basis van de tekening van het dakvlak, de gekozen dakhelling en de oriëntatie. Is het dak nog goed, dan is een systeem op beugels op dat bestaande dak het eerlijke advies, en houden we de felsbaan achter de hand voor het moment dat dit dak wel aan vervanging toe is. Wie op dat punt zit en wil weten wat het voor een specifiek gebouw betekent, stuurt de tekening en de huidige dakopbouw naar Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, en krijgt daarop een concreet antwoord voor die situatie.