Klikzink
Een pand dat een nieuwe bestemming krijgt, verandert meestal ingrijpender dan de gevel laat zien. Een oude bedrijfshal die kantoorpand wordt, krijgt een andere indeling, andere installaties en een ander verbruikspatroon. Precies op dat moment gaat het dak vaak toch al open: voor isolatie die aan een nieuwe norm moet voldoen, voor liftschachten, voor klimaatinstallaties die ergens moeten staan. Wie op dat moment nadenkt over zonnepanelen, doet er goed aan ook te kijken naar het alternatief waarbij het dakvlak zelf de stroom levert, in plaats van een dak te leggen en er vervolgens panelen op te schroeven.
Dat onderscheid is bij een kantoorpand relevanter dan bij veel andere gebouwen. Een kantoor verbruikt overdag, wanneer de zon ook schijnt: computers, verlichting, koeling in de zomer, een keuken die tussen twaalf en één piekt. Die samenloop maakt dakstroom aantrekkelijker dan bij een gebouw dat vooral 's avonds stroom vraagt. Verder ligt een kantoordak zelden leeg. Er staan liftmotorhuizen, klimaatunits, soms een dakterras of een rookruimte, en de ruimte die overblijft voor opwek is beperkter dan op een simpele loods. Een systeem dat de opwek in het dakvlak zelf verwerkt in plaats van erop te stapelen, gebruikt die beperkte ruimte anders: geen beugels en kabelgoten tussen de installaties, geen paneel dat net over de rand van een liftschacht heen moet.
Er is een derde reden die bij een kantoorpand zwaarder weegt dan bij een bedrijfshal aan een industrieterrein: het uiterlijk telt, omdat er klanten en bezoekers komen. Een dak met paneelvelden op beugels is vanaf de straat of vanuit een naastgelegen gebouw vaak goed te zien, zeker bij een flauwe helling. Een felsbaan waarin de cellen in het vlak van de baan liggen, in dezelfde matte donkere kleur en op dezelfde lijn als de banen zonder cellen, oogt van veraf als een gewoon dak. Voor een bedrijfspand dat zich naar buiten toe representatief wil tonen, is dat een overweging die net zo zwaar kan wegen als de opbrengst zelf.
Bij een gewoon kantoorpand waar het dak nog jaren meegaat, is het antwoord vaak simpel: leg panelen op het bestaande dak en klaar. Die panelen zijn per wattpiek goedkoper dan een felsbaan met geïntegreerde cellen, en een dak dat nog niet aan vervanging toe is, hoef je niet open te maken om ervan te profiteren. Dat verandert zodra het dak zelf al openligt of vervangen moet worden, zoals bij een herbestemming vaak het geval is. Dan betaal je voor het dakbedekkingswerk sowieso, en is de vraag niet meer 'panelen erbij of niet', maar 'welk dak leg ik neer, een gewone felsbaan met panelen erop, of een felsbaan die de opwek al in zich heeft'. In die vergelijking valt de meerprijs van geïntegreerde opwek voor een deel weg tegen het feit dat je niet twee keer betaalt voor bevestiging: geen beugels, geen doorboringen naast de klemmen van de felsbaan zelf.
Een concreet voorbeeld: een pakhuis uit de jaren zeventig wordt kantoorpand met een glazen entree en een dakterras voor het personeel. De architect wil op de begane grond en vanaf het terras geen paneelvelden zien liggen die met de rest van het dak niets te maken hebben. Omdat het dak sowieso vervangen wordt, kan hier gekozen worden voor felsbanen met cellen erin, aangelegd in dezelfde looprichting en kleur als de rest van het dakvlak. Vanaf het terras zie je één donker vlak, geen constructie erop. Was het dak nog in goede staat geweest, dan had diezelfde opwek waarschijnlijk gewoon op beugels gemoeten, want dan is er geen reden om een intact dak open te breken.
De grens ligt dus niet bij wat mooier is, maar bij wat het dak op dit moment nodig heeft. Een dakvlak dat nog vijftien jaar meekan, laat je met rust en daar leg je panelen op. Een dakvlak dat vervangen wordt voor de herbestemming, isolatie of nieuwe doorvoeren, is het moment waarop geïntegreerde opwek zich terugbetaalt in één bouwstroom in plaats van twee.
Bij een herbestemming verandert vaak ook de belasting van het dak. Er komen luchtbehandelingskasten, zonwering, soms zonnepanelen voor een naastgelegen dakdeel dat niet meedoet in de fels. De volgorde waarin dat gebeurt, maakt verschil. Wie eerst het dak vervangt en pas daarna gaat nadenken over opwek, loopt het risico dat de indeling van het dakvlak al is vastgelegd door de plek van installaties, rookluiken en hemelwaterafvoeren, en dat er voor panelen alleen een ongunstig restvlak overblijft. Wordt de keuze voor dakstroom al meegenomen in het ontwerp van het nieuwe dak, dan kan de indeling van felsbanen met en zonder cellen op elkaar worden afgestemd met de plek van die installaties, zodat het dakvlak als geheel blijft werken.
Dat vraagt om vroege afstemming tussen de partijen die met het dak te maken hebben: de aannemer die het dakpakket aanbrengt, de installateur die de klimaatunits plaatst, en de partij die de bekabeling van de opwek naar binnen brengt, zoals wij uitleggen bij [hoe de stroom naar binnen komt bij een kantoorpand](/dakstroom/kantoorpand/stroom-naar-binnen). Bij een nieuwbouwkantoor is die afstemming makkelijker te organiseren dan bij een verbouwing, waar vaak al een casco vaststaat en het dak op een bestaande spantconstructie moet aansluiten. Dat is precies waar wij op tekening meekijken: welke dakvlakken bruikbaar zijn, hoe de looprichting van de banen het beste past bij de vorm van het dak, en waar installaties en opwek elkaar niet in de weg zitten.
Er zijn situaties waarin het advies simpelweg is: wacht, of doe het gewoon met panelen op beugels. Als het dak van het kantoorpand er bij de herbestemming goed uitziet en er geen reden is om het open te maken, dan is een systeem dat integraal in het dakvlak zit financieel niet te verdedigen; de meerprijs zit in het dak zelf, en die betaal je dan voor niets. Ook als het pand op korte termijn nog een keer verbouwd wordt, of als de eigenaar over vijf jaar wil verkopen en de investering liever laag houdt, ligt een gewoon paneel op beugels voor de hand: het is losser te verwijderen, goedkoper aan te schaffen en net zo goed te combineren met een goed geïsoleerd dak. Dakstroom in het felsvlak is geen vervanging voor die keuze, het is een andere manier om te bouwen wanneer het dak toch al vervangen wordt.
Omdat wattpiek per vierkante meter, terugverdientijd en prijsopgaven per dakvlak verschillen, en wij op deze pagina geen cijfers verzinnen die voor uw pand niet kloppen, rekenen wij dit uit op tekening. Aanleveren van de dakvorm, de gewenste looprichting van de banen en de plek van bestaande of nieuwe dakinstallaties is voor ons genoeg om te laten zien welk deel van het dakvlak zich leent voor geïntegreerde opwek en welk deel beter leeg blijft of met losse panelen wordt ingevuld. Dat meedenken op tekening kost niets. Klikzink levert de felsbanen op maat vanaf eigen walsmachines in Ede, precies gesneden op de lengte die uw dak vraagt.