Klikzink
Een schuur wordt een woning, een stal wordt een loods of een atelier. Dat gebeurt overal, en het is bijna nooit alleen een kwestie van een nieuwe vloer en andere kozijnen. Het gebruik verandert, en daarmee verandert ook het verbruik. Een schuur die vroeger alleen een lamp en een stopcontact voor het handgereedschap nodig had, krijgt nu een keuken, verwarming, misschien een warmtepomp of een laadpaal voor de auto op de oprit. Precies op het moment dat het verbruik omhooggaat, ligt de vraag voor de hand of het dak zelf een deel van die stroom kan leveren.
Het toeval wil dat dit vaak ook het moment is waarop het dak toch openligt. Bij een bestemmingswijziging verandert de eis aan isolatie, aan brandveiligheid, aan de constructie soms ook. Een dakvlak dat decennia lang prima was voor een schuur met wat opslag, voldoet niet meer aan wat een woonfunctie of een bedrijfsfunctie vraagt. Er komt een nieuwe onderconstructie, nieuwe isolatie, en dus een nieuwe dakbedekking. Op dat moment kost het vervangen van de bovenste laag door een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen relatief weinig extra, omdat de steiger er al staat, de oude bedekking er toch af moet en de aannemer toch aan het werk is. Je betaalt in feite één keer voor twee dingen: een nieuw dak en een manier om stroom op te wekken.
Dat is precies het verschil met een schuur waar niets aan de hand is. Op een dak dat nog jaren meekan, is het vervangen van goede, waterdichte platen alleen om er zonnecellen in te krijgen, financieel zelden verstandig. Dan is een regulier paneel op beugels vaak de logische keuze: je legt iets op een dak dat blijft zoals het is. Bij een schuur die tóch verandert van bestemming, en waarvan het dak tóch openmoet voor de nieuwe eisen, ligt dat anders. Dat is de reden dat we deze aanleiding apart benoemen: niet omdat de techniek anders is dan bij een schuur die blijft wat hij was, maar omdat de rekensom anders uitpakt zodra het dak al open moet.
Een schuur is in de regel een simpel gebouw. Rechte vlakken, weinig doorvoeren voor schoorstenen, dakramen of ventilatiekanalen, geen ingewikkelde aansluitingen op dakkapellen of erkers. Dat maakt het dakvlak van een schuur vaak het goedkoopste vlak op het hele perceel om te vervangen, en tegelijk het vlak waar een felsbaan met zonnecellen het meest opbrengt per vierkante meter dakoppervlak, simpelweg omdat er weinig obstakels zijn die het vlak onderbreken. Een boerderijwoning met een schuur ernaast heeft vaak een hoofdgebouw met een complex dak vol dakkapellen, en een schuur met één groot, ongestoord vlak. Voor de opwekking is dat schuurdak dan het aantrekkelijkste stuk staal op het erf.
Ook het uiterlijk werkt hier mee. Bij een woonhuis speelt vaak een welstandseis of een gevoel bij de eigenaar over hoe het dak vanaf de straat oogt. Een schuur heeft die eis meestal niet, of in mindere mate. Dat betekent niet dat het er niet toe doet hoe de schuur eruitziet: een verbouwde schuur die een woonbestemming krijgt, wordt door de nieuwe bewoner net zo serieus bekeken als een huis. Maar de bandbreedte is vaak ruimer. Waar bij een monumentaal pand elke centimeter dakrand ter discussie staat, is bij een schuur meestal genoeg dat het dak rustig oogt en niet als een verzameling losse onderdelen aanvoelt. Een felsbaan waarin de cellen in het vlak liggen, op dezelfde lijn en in dezelfde matte kleur als de banen zonder cellen, voldoet daaraan zonder dat er een aparte discussie over nodig is.
Stel een boerenschuur die eigendom wordt van iemand die er wil wonen. De vergunning voor de nieuwe bestemming stelt eisen aan de isolatiewaarde van het dak, en die eisen halen de oude golfplaten of het oude bitumen niet. De aannemer moet toch een nieuwe dakopbouw maken: sporen of gordingen controleren, isolatie aanbrengen, een nieuwe bovenlaag leggen. In die volgorde van werk past het vervangen van de bovenlaag door een felsbaan met zonnecellen net zo goed als een gewone stalen dakbedekking. Het verschil is dat er straks een kabel van het dak naar de meterkast loopt in plaats van alleen een dak dat regen buiten houdt.
Een ander voorbeeld: een agrarische loods die een bestemming krijgt als bedrijfsruimte voor een kleine onderneming, met kantoor, showroom en werkplaats. Het verbruik gaat van vrijwel nul naar een normale bedrijfsbelasting met verlichting, computers en machines overdag. Ook hier geldt dat als het dak vanwege de bestemmingswijziging toch vervangen moet worden, de keuze voor een dak dat zelf stroom levert, iets is dat je op dat moment bekijkt en niet pas jaren later als het dak zelf nog goed is maar de energierekening tegenvalt.
Het eerlijke antwoord op de vraag of dit bij elke bestemmingswijziging verstandig is, is nee. Als het dak van de schuur zelf in goede staat is, bijvoorbeeld pas vijftien jaar oud stalen dak zonder lekkages, dan is er geen technische reden om het te vervangen alleen omdat de bestemming wijzigt. In dat geval is een regulier paneel op beugels de logischere route: je laat het dak zoals het is en legt panelen erop. Dat is minder ingrijpend, vaak sneller te realiseren, en je hoeft niet te wachten tot er toevallig ook een dakrenovatie aan de orde is.
De vuistregel is simpel. Ligt er een dakvervanging waar hoe dan ook, om welke reden dan ook, dan is het combineren met opwekking in de baan zelf een reële afweging. Ligt er geen dakvervanging aan de orde, dan is een los paneel bijna altijd de betere weg, ook al verandert de bestemming van het gebouw. Een nieuwe bestemming is geen reden op zichzelf om een goed dak eraf te halen.
Wat het per schuur oplevert, hangt af van de oriëntatie van het dakvlak, de hellingshoek, de grootte van het beschikbare vlak en de uitvoering die je kiest. Cijfers over opbrengst of terugverdientijd geven we hier niet, want die verschillen per situatie te veel om zinvol te zijn zonder een tekening van het specifieke dak. Wat we wel doen is rekenen op basis van de werkelijke maten en de werkelijke ligging van het gebouw, en dat kost in de oriëntatiefase niets.
Wie een schuur laat ombouwen tot woning, loods of bedrijfsruimte en toch al met de aannemer om de tafel zit over het dak, kan die tekening met de nieuwe indeling van het dakvlak naar Klikzink in Ede sturen. Daar wordt op basis van de maatvoering doorgerekend wat een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen voor dat specifieke dak betekent, en wat een regulier paneel op beugels zou kosten, zodat de vergelijking gemaakt wordt op het gebouw zelf en niet op een gemiddelde.