Klikzink
Een loods heeft meestal een groot, vlak dakvlak zonder veel opbouw. Toch staat er vaak iets op of naast dat vlak: een schoorsteen van een stookinstallatie, een luchtbehandelingskast, een lichtstraat, of een boom die net over de erfgrens hangt. Al die dingen leggen een schaduw, en die schaduw staat niet stil. In de ochtend ligt hij aan de ene kant van het obstakel, rond het middaguur is hij het kortst, aan het einde van de dag ligt hij aan de andere kant. Over het jaar heen verandert ook de lengte van die schaduw, want de zon staat in de winter lager dan in de zomer.
Bij een gewoon paneel op beugels is dat vooral een rekenkwestie voor de installateur: welke panelen zitten er in de schaduwstrook, en hoeveel trekken ze de rest van de string naar beneden. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen speelt dezelfde vraag, maar dan per baan. Een dakvlak van een loods bestaat uit een rij evenwijdige banen, van goot tot nok. Valt de schaduw van een schoorsteen op een ochtend over drie banen, dan doen die drie banen het minder goed op dat moment, en de banen ernaast, buiten de schaduw, gewoon door. Hoe de banen elektrisch met elkaar verbonden zijn en hoe ze zijn ingedeeld in groepen, bepaalt hoeveel een schaduwplek van een paar banen doorwerkt op de rest van het dakvlak. Dat is precies waarom wij een dakvlak nooit op basis van een vlakke tekening beoordelen: de schoorsteen die op de bouwtekening een stip is, is op het dak een obstakel dat een deel van de dag een strook van het vlak buiten werking zet.
Een loods is daarbij een gebouw met een eigen karakter. Het dakvlak is vaak groot en open, zonder de vele kleine doorvoeren en dakkapellen die je op een woonhuis ziet. Dat is goed nieuws voor de opwekking: minder obstakels betekent minder schaduwranden. Maar de obstakels die er wel zijn, zoals een enkele grote schoorsteen of een rij lichtkoepels, hebben vaak meer impact juist omdat de rest van het dak zo vrij is. Eén schoorsteen op een leeg dakvlak van tweeduizend vierkante meter valt in verhouding klein, maar de schaduw die hij op een winterochtend legt kan toch een aantal volledige banen raken, van goot tot nok, als de schoorsteen dicht bij de nok staat en de zon laag staat.
Waarom dat bij een loods extra de moeite waard is om goed uit te rekenen, heeft te maken met wanneer een loods stroom verbruikt. Een loods is meestal groot, open en zonder verwarming in de klassieke zin. Het verbruik zit in de lopende band, de compressor, de heftruck die oplaadt, de verlichting die overdag brandt zolang er wordt gewerkt. Dat verbruik valt in de uren dat er ook zon is. Daardoor is het voor een loods interessanter dan voor sommige andere gebouwen om precies te weten welk deel van het dakvlak op welk moment van de dag stroom levert, want dat bepaalt hoeveel van de opwekking direct in het eigen verbruik wegvalt in plaats van te worden teruggeleverd.
Wat wij op tekening doen is niet alleen kijken naar de plek van een obstakel, maar naar de hoogte ervan, de richting van het dakvlak ten opzichte van het zuiden, en de periode van het jaar waarin de opbrengst er het meest toe doet. Een schoorsteen aan de noordkant van een obstakel op een op het zuiden gericht dakvlak werpt een andere schaduw dan diezelfde schoorsteen op een dakvlak dat naar het oosten helt. Bij een plat dak met een lichte helling, waar de felsbanen soms in een andere richting lopen dan bij een steil zadeldak, verschuift ook de manier waarop een schaduwstrook over de banen valt. Daarom is er geen vast antwoord op wat een schoorsteen of dakkapel voor een loods betekent. Het antwoord hangt af van de plek van het obstakel op dat specifieke dakvlak, de hoogte, de dakrichting en de indeling van de banen in groepen. Dat rekenen wij uit op basis van de tekening van het gebouw, niet op basis van een algemene regel.
Een boom is een ander soort obstakel dan een schoorsteen, want een boom groeit. Een schaduw die nu nog aan de rand van het dak blijft, kan over een aantal jaar een verdere strook van het dakvlak raken. Bij een loods die voor lange tijd wordt neergezet of verbouwd, is het daarom zinnig om niet alleen te kijken naar de situatie van vandaag, maar ook naar wat er in de omgeving nog kan groeien of bijgebouwd worden. Dat is iets wat wij in het gesprek met de opdrachtgever meenemen: niet om een voorspelling te doen over opbrengst, dat weten wij niet en dat rekenen wij niet vooraf uit in een percentage, maar om te bepalen of de indeling van het dakvlak in groepen zo gekozen kan worden dat een groeiende schaduw straks minder banen tegelijk raakt.
De vraag of een schaduwrand een probleem is voor het dak zelf, in de zin van vocht of slijtage, ligt trouwens los van de opwekking. Een schaduwplek maakt een stalen felsbaan niet minder waterdicht en niet minder sterk. Hoe dat waterdicht blijven werkt, ongeacht schaduw of zon, leggen wij uit bij [hoe het waterdicht blijft bij een loods](/dakstroom/loods/waterdicht). Schaduw is dus geen kwestie van bouwkundig risico, maar puur van hoeveel stroom een deel van het dakvlak op een bepaald moment levert.
Wat het voor een concrete loods betekent, verschilt dus van gebouw tot gebouw en van dakvlak tot dakvlak. Er is geen percentage dat we hier kunnen noemen zonder dat het verzonnen is, en een verzonnen percentage helpt niemand bij het maken van een keuze. Wat wij wel kunnen doen is de tekening van het gebouw erbij pakken, de obstakels intekenen zoals ze er nu staan en zoals ze er over een aantal jaar kunnen staan, en op basis daarvan aangeven welke indeling van het dakvlak in groepen het beste past bij die specifieke schaduwsituatie. Dat gesprek voeren wij het liefst voordat het dak wordt gelegd, zodat de indeling van de banen en de bekabeling daar al op is afgestemd. Hoe die bekabeling vanaf de banen naar binnen loopt, staat beschreven bij [hoe de stroom naar binnen komt bij een loods](/dakstroom/loods/stroom-naar-binnen).
Wie twijfelt of een schoorsteen, een luchtkanaal of een naburige boom een dakvlak ongeschikt maakt voor deze manier van opwekken, kan het beste gewoon de tekening van de loods naar ons opsturen. Wij kijken naar de plek van het obstakel, de richting van het dak en de indeling die daarbij past, en geven aan wat dat betekent voor dat ene dakvlak. Dat kost niets en scheelt achteraf een hoop gis- en giswerk.