Klikzink
Een loods heeft meestal een groot, aflopend dakvlak zonder al te veel opgaande delen: geen dakkapellen, geen schoorstenen, geen hoeken waar wind stilstaat. Dat is meteen de eerste factor die meespeelt bij de vraag hoe je dit dak schoonmaakt: er is weinig op het dakvlak zelf dat vuil vasthoudt, en de cellen die in de felsbaan zijn verwerkt maken dat niet anders. Ze liggen in het vlak van de baan, niet erop, dus er is geen rand, geen kader en geen montageruimte waarin blad, mos of vogelpoep kan blijven liggen.
Bij een gewoon paneel op beugels zit er altijd een paar centimeter lucht tussen het paneel en het dakvlak. Die ruimte vult zich, langzaam maar zeker, met stof dat invliegt, blad dat blijft steken tegen de beugel, en op een loods vaak ook met stof uit de eigen bedrijfsprocessen: houtstof, cementstof, pluis uit een wasserij. Dat spul hoopt zich op onder de rand van het paneel en droogt daar vast. Bij de felsbaan met geïntegreerde cellen is die spouw er niet. Het oppervlak loopt van baan naar baan door zonder onderbreking, dus regen die over het dak stroomt neemt mee wat los ligt, net zoals op elk stalen dak zonder paneel.
Dat betekent niet dat het dak nooit vuil wordt. Op een dak vlak bij een spuitcabine, een houtbewerking of een veehouderij zal zich over jaren een dunne laag vastzetten, net als op elk ander dakvlak in die omgeving. Het verschil is dat die laag gelijkmatig over het hele dak ligt, en niet geconcentreerd onder en achter de randen van een opgelegd paneel. Een gelijkmatige waas op een groot vlak dakvlak heeft veel minder invloed op de opbrengst dan een dikke rand vuil die precies op de overgang van cel naar rand van het paneel blijft liggen, waar het meeste licht binnenkomt.
Of schoonmaken hier nodig is, en hoe vaak, hangt af van wat er in en om de loods gebeurt. Een schone assemblagehal in een buitengebied heeft weinig aanvoer van vuil en zal decennia met alleen regen toekomen. Een loods naast een weg met veel landbouwverkeer, of met een eigen proces dat stof de lucht in blaast, ziet sneller een laag ontstaan die niet vanzelf wegspoelt. Voor dat soort gevallen is het antwoord niet een vast schema maar een keer per paar jaar kijken: staat er een waas, is die gelijkmatig of zit hij juist in een strook onder een afvoer of naast een ventilatie-uitlaat. Dat is iets wat op tekening en bij de plek van het gebouw wordt beoordeeld, niet iets waar één getal op past.
Een loods is verder vaak groot en open, en meestal niet of nauwelijks verwarmd. Het stroomverbruik zit dan niet in verwarming maar in machines, compressoren, verlichting en soms koeling, en dat verbruik valt grotendeels overdag, tijdens bedrijfstijd. Dat is ook het moment waarop de zon staat. Die twee vallen bij een loods vaker samen dan bij een woning, waar een flink deel van het verbruik 's avonds ligt. Wat dat voor een dakvlak in wattpiek of euro betekent hangt af van de uitvoering, de oriëntatie en de belasting van het gebouw, en dat rekenen wij liever uit op tekening dan dat we er hier een getal op plakken.
Schoonmaken van een felsdak met geïntegreerde cellen is in de praktijk dus vaak een non-actie: er is geen constructie om schoon te maken, alleen een dakvlak. Waar bij een paneel op beugels een onderhoudsploeg soms met een borstel onder de rails moet om opgehoopt vuil weg te halen, hoeft dat hier niet, simpelweg omdat er geen rail en geen rand is. Loopt iemand toch over het dak, bijvoorbeeld voor een keuring of voor werk aan een lichtstraat, dan is er ook geen uitstekend paneel waar een voet of een ladder tegenaan kan stoten. Het dak blijft, letterlijk, één vlak om te belopen.
Dat sluit aan bij hoe dit dak ook op andere punten anders werkt dan een systeem met opgelegde panelen, zoals wij uitleggen bij [wat er aan onderhoud nodig is](/dakstroom/loods/onderhoud): minder losse onderdelen betekent minder dingen die kunnen vervuilen, loszitten of beschadigen. Wie meer wil weten over hoe zo'n dak er in de basis uitziet en werkt op een loods, vindt dat bij de uitleg over [een dak dat zelf stroom maakt op een loods](/dakstroom/loods).
De conclusie voor een loods is dus vrij nuchter. Groot, vlak, open dakvlak, weinig obstakels, weinig opgehoopt vuil door het ontbreken van een spouw onder de cellen, en een verbruikspatroon overdag dat aansluit bij de opwekking. Schoonmaken is voor de meeste loodsen geen terugkerende taak maar iets wat je een enkele keer beoordeelt, en dan alleen als de omgeving van het gebouw daar aanleiding voor geeft. Voor een loods naast een stoffige weg of met een eigen stoffig proces is dat een reëel punt om mee te nemen in de afweging, en dat bekijken we het liefst aan de hand van de tekening en de ligging van het gebouw, niet met een algemene vuistregel.