Klikzink
Een rijtjeshuis heeft een dakvlak dat aan twee kanten begrensd wordt door de buren. De schoorsteen van het huis ernaast, de dakkapel op nummer 12, de loodslabben rond de scheidingsmuur: dat zijn allemaal plekken waar geen zonnecel hoort te liggen, ook niet als de rest van het dak wel opwekt. Op die plekken ligt een baan zonder cellen. Hij is van hetzelfde staal, in dezelfde matte kleur, met dezelfde fels van 35 mm, en hij ligt op precies dezelfde lijn als de banen ernaast. Het verschil zit onder de coating, niet erboven.
Bij een smal dakvlak dat aan weerszijden tegen een buurwoning aanloopt, is de ruimte die overblijft voor opwekking vaak beperkt. De werkende breedte van een baan is 475 mm, en bij een rijtje van gemiddelde kaveldiepte past er een vast aantal banen naast elkaar voordat je aan de erfgrens zit. Waar de laatste baan tegen de scheidingsmuur aan komt, zit vaak een aansluitdetail: een opstand, een strook loodwerk, een aansluiting op het dak van de buren die net iets hoger of lager ligt. Een cel op die plek zou toch grotendeels in de schaduw van de opstand liggen of half onder het aansluitdetail verdwijnen. Daar ligt dan een gewone baan.
Een baan zonder cellen doet precies wat elke andere felsbaan doet: hij voert water af, hij is blind bevestigd met klemmen onder de fels, en hij vormt samen met de andere banen het waterdichte vlak. Hij levert geen stroom, maar hij is verder geen zwakke schakel en geen tijdelijke oplossing. Het is een volwaardige dakbedekking die toevallig geen cellen bevat. Op een rijtjeshuis waar het dakvlak grotendeels bezet is door een schoorsteenkanaal en de doorvoer van de mechanische ventilatie, is het denkbaar dat van de acht banen die op het vlak passen, er twee zonder cellen liggen: één langs de schoorsteen, één langs de erfgrens waar de hemelwaterafvoer van de buren over het dakvlak loopt. De overige zes wekken op. Van de straat af is dat onderscheid niet te zien, want de banen liggen in dezelfde kleur en op dezelfde lijn.
Het aantal banen zonder cellen op een rijtjeshuis wordt in de praktijk door drie dingen bepaald. Het eerste is schaduw: een dakkapel op het buurhuis, een boom in de tuin achter, of de eigen schoorsteen kan een deel van het dakvlak een groot deel van de dag beschaduwen. Cellen die vaak in de schaduw liggen, wekken weinig op, dus daar is een baan zonder cellen vaak de logische keuze. Het tweede is de doorvoer: een dakraam, een ventilatiekanaal of een antenne die door het dakvlak steekt, vraagt om een aansluiting, en die aansluiting werkt eenvoudiger op een baan zonder cellen dan op een baan waar de cel dwars door het aansluitdetail zou lopen. Het derde is het budget: als een opdrachtgever kiest voor een dakvlak dat gedeeltelijk opwekt, bijvoorbeeld omdat het andere dakvlak op het zuiden ligt en dit vlak op het noorden, dan bepaalt die keuze vooraf hoeveel banen met cellen er in dit vlak komen en hoeveel zonder.
Bij een systeem waarbij panelen los op het dak worden gelegd, is die keuze eenvoudiger maar ook grover: een paneel gaat ergens neer of het gaat daar niet neer, en de rest van dat stuk dak blijft kaal, met de dakbedekking die er al lag zichtbaar ertussen. Bij een felsbaan met cellen erin is het dakvlak zelf altijd compleet, met of zonder opwekking op een bepaalde baan. Er is geen kaal stuk bitumen of oud dakleer te zien tussen de opwekkende delen. De banen zonder cellen zijn onderdeel van hetzelfde dakvlak en liggen in het verlengde van de banen met cellen, met dezelfde fels en dezelfde overlap.
Dat betekent ook dat de indeling van het dakvlak, welke baan wel en welke baan geen cellen krijgt, vooraf op tekening wordt bepaald en niet achteraf wordt ingepast. Bij een rijtjeshuis met een relatief smal dakvlak loont het om die indeling vroeg in het traject te laten uitrekenen, juist omdat de marge klein is: bij acht banen naast elkaar maakt het voor de opwekking nogal wat uit of er twee of drie zonder cellen liggen. Waar bij een los paneel op een groot dak een paar centimeter marge weinig verschil maakt, telt bij een smal rijtjeshuisdak elke baan.
Een aannemer die een rijtjeshuis herdekt en daarbij voor een opwekkend dak kiest, krijgt van tevoren een tekening waarop precies staat welke baan waar ligt en welke baan wel of geen cellen heeft. Dat is nodig omdat de scheidingsmuur met de buren, de schoorsteen en eventuele doorvoeren stuk voor stuk invloed hebben op de indeling. Een dakvlak van vier meter breed met een schoorsteen in het midden en een dakraam aan de rand levert een ander patroon van banen met en zonder cellen op dan een dakvlak van gelijke breedte zonder obstakels. Dat is precies waarom er vooraf gerekend wordt op tekening in plaats van dat er een standaardpercentage gehanteerd wordt: elk rijtjeshuis heeft zijn eigen combinatie van schaduw, doorvoeren en breedte, en die combinatie bepaalt hoeveel banen zonder cellen nodig zijn en waar ze liggen.
Voor de bewoner van het huis verandert er in het dagelijks gebruik niets aan die banen zonder cellen. Ze worden op dezelfde manier onderhouden als de rest van het dak, ze gaan even lang mee, en ze zijn op geen enkele manier te herkennen als een andere uitvoering dan de opwekkende banen ernaast, behalve dat er geen bekabeling achter zit. Wie vanaf de straat naar het dak kijkt, ziet één vlak in één kleur, met dezelfde lijnen van fels tot fels. Het verschil tussen een baan met en een baan zonder cellen ligt niet in het aanzicht, maar in de laag onder het staal en in de vraag of die specifieke plek op het dakvlak geschikt is om stroom op te wekken. Op een rijtjeshuis, waar het dakvlak van huis uit al beperkt is in breedte en vaak doorsneden wordt door een schoorsteen of doorvoer, is die vraag meestal snel te beantwoorden: waar het kan wekt de baan op, waar schaduw, een doorvoer of de erfgrens dat onmogelijk maakt, ligt een baan die verder precies hetzelfde doet als zijn buurman, alleen zonder stroom.