Klikzink
Een schoorsteen, een boom of een dakkapel legt een schaduw die over de dag meeloopt. In de ochtend valt hij ergens links op het vlak, rond het middaguur ligt hij korter en dichter bij de bron, in de namiddag schuift hij naar rechts. Bij een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen ligt de opwekking in stroken over de volle breedte van het dak, dus die schaduw snijdt op elk moment van de dag door een andere combinatie van banen. Dat is geen storing die je oplost door iets te verplaatsen; het is een gegeven van de plek waar het gebouw staat.
De vraag die telt is niet of er schaduw valt, maar wat het dakvlak daarmee doet. Bij een dak dat volledig in de zon ligt, wekken alle banen ongeveer gelijk op en is er weinig te vergelijken. Zodra een deel van het dakvlak periodiek in de schaduw ligt, ontstaat er een verschil tussen het deel dat wel en het deel dat niet beschenen wordt, en dat verschil werkt door in de rest van de installatie. Hoe dat precies uitpakt, welke schakeling dat verschil dempt en welke niet, leggen wij uit op de hoofdpagina over [wat schaduw doet](/dakstroom/schaduw). Hier gaat het om een andere vraag: wat doe je ermee, en is ingrijpen nu verstandig of kost dat juist geld dat je beter kunt laten staan.
Bij dit product is niets doen vaak het beste advies, en dat is een ongebruikelijke uitspraak voor een leverancier om te doen. De reden is eenvoudig. De felsbaan met zonnecellen is een dakbedekking met opwekking erin verwerkt, geen paneel dat je erbij plaatst. Die twee vervang je niet los van elkaar. Als het dak nog vijftien jaar meekan, is er geen moment waarop het voordeliger wordt om nu al over te stappen, want je zou een goed dak vervroegd afschrijven om een systeem te krijgen dat zijn meerwaarde net heeft in de combinatie met een nieuw dak.
Een voorbeeld uit de praktijk. Een woning met een zadeldak heeft een schoorsteen die vanaf half oktober tot half maart een schaduwband over het zuiddakvlak legt, in de vroege ochtend. De rest van het jaar staat de zon hoog genoeg om die schaduw niet te laten reiken tot op het dak. De dakbedekking is achttien jaar oud en gaat nog een tijd mee. In dat geval is het antwoord niet om nu met man en macht de schoorsteen te verplagen, een goot aan te passen, of een deel van het dak te vervangen om schaduwverlies te beperken. Het antwoord is wachten tot het dak sowieso aan vervanging toe is, en dan in één moment te beslissen over dakbedekking en opwekking samen. Tot die tijd verandert er niets aan het feit dat de rest van het dakvlak, buiten de schaduwperiode, gewoon meedraait.
Daartegenover staat een andere situatie, en die is net zo praktisch. Bij nieuwbouw of bij een sowieso geplande dakrenovatie is uitstellen niet verstandig, simpelweg omdat er dan geen dak is om op te wachten. Een aannemer die een nieuwbouwwoning onder een schilddak plant, met een naastgelegen pand dat 's ochtends een vast deel van het dakvlak beschaduwt, kan die schaduwlijn nu al meenemen in de indeling van de banen. Dat is het moment waarop schaduw en dakontwerp elkaar raken zonder dat er een bestaand dak wordt opgeofferd. Zo'n indeling, en de vraag waar op een schilddak de meeste opwekking te halen is ondanks een vaste schaduwbron, komt aan de orde bij [wat schaduw doet op een schilddak](/dakstroom/schaduw/schilddak).
De vergelijking met een paneel op beugels is hier eerlijker te maken dan bij veel andere onderwerpen op deze site, en het antwoord valt niet overal hetzelfde uit. Een paneel op beugels ligt los van de dakbedekking. Als een boom is gegroeid en nu 's middags een rij panelen beschaduwt, kun je die panelen laten verplaatsen, de opstelhoek aanpassen, of een enkel paneel vervangen zonder dat er iets aan het dak zelf gebeurt. Die vrijheid heeft de felsbaan niet: de opwekking ligt vast in de dakbedekking, dus een wijziging in de schaduwsituatie na plaatsing verhelp je niet door iets aan de installatie te schuiven. Wil je daar iets aan doen, dan is de enige weg een deel van de dakbedekking vervangen, en dat is een grotere ingreep dan het verzetten van een beugel.
Omgekeerd geldt dat een paneel op beugels een schaduwrand op het dak legt en een tweede laag boven de bestaande bedekking vormt, met doorboringen voor de bevestiging. Bij een dakvervanging betaal je dan twee keer: eerst voor het dak, dan voor de constructie die de panelen erop draagt. Bij de felsbaan is de bevestiging van het dak ook de bevestiging van de opwekking, er gaat geen schroef door het vlak voor een aparte drager. Dat scheelt niet in hoe de schaduw zich gedraagt, wel in wat er nodig is om ermee te leven of om het aan te passen.
De conclusie is dus niet dat het een altijd beter is dan het ander. Op een dak dat nog jaren meekan en waar een schoorsteen of boom een voorspelbare, beperkte schaduw legt, is een paneel op beugels vaak de goedkopere en flexibelere keuze, precies omdat je op een bestaand dak niets aan de bedekking zelf verandert. Op een dak dat toch vervangen wordt, of bij nieuwbouw, verdwijnt dat voordeel van flexibiliteit grotendeels, omdat je sowieso een nieuwe dakbedekking legt en de vraag alleen is of die dakbedekking meteen ook stroom levert.
De praktische vraag is dus niet primair hoeveel schaduw er valt, maar wanneer het dak toch al aan de beurt is. Valt er nu al een dakrenovatie op de planning, dan is dit het moment om de schaduwsituatie in de indeling van de banen mee te nemen, zoals ook te zien is bij de aanpak voor [wat schaduw doet op een flauwe helling](/dakstroom/schaduw/flauwe-helling), waar de hoek van inval een net zo grote rol speelt als de schaduwbron zelf. Is het dak nog in goede staat, dan is uitstel geen verlies maar een logisch gevolg van hoe dit product werkt: je betaalt één keer voor dak en opwekking samen, en dat moment is nu eenmaal het moment waarop het dak zelf vervangen wordt.
Wat een schaduw op een gegeven dakvlak precies doet, hoe groot het verschil tussen wel en niet beschenen banen wordt, en of dat voor die specifieke situatie acceptabel is, rekenen wij uit op tekening. Dat geldt voor een bestaand dak waarvan iemand wil weten of ingrijpen nu zin heeft, en voor een nieuwbouwplan waarin de schaduwlijn van een naastgelegen gebouw al bekend is voordat de eerste baan gelegd wordt.