Klikzink
Een school die laadpalen bijplaatst voor het wagenpark, of overstapt van gas naar een warmtepomp, moet vaak eerst naar de netbeheerder. De bestaande aansluiting is berekend op verlichting, computers en een paar keukenapparaten, niet op een warmtepomp die continu vermogen trekt of een rij laadpunten die 's ochtends vroeg allemaal tegelijk willen laden. Die aanvraag voor een zwaardere aansluiting is vaak het moment waarop iemand in het gebouwbeheer of bij de gemeente zich afvraagt of het dak niet ook iets zou kunnen bijdragen. Het is een logische gedachte: er wordt al naar de meterkast gekeken, er wordt al een aannemer gebeld, dus waarom niet meteen het dak erbij pakken.
Bij een school ligt dat net iets anders dan bij een kantoor of een loods. Twee dingen vallen hier samen op een manier die het verhaal minder simpel maakt dan het op het eerste gezicht lijkt.
Het eerste is het verbruikspatroon. Een school verbruikt overdag, op schooldagen, tijdens het schooljaar. Precies de weken waarin de zon het hoogst staat en het dak het meest zou opwekken, in de zomervakantie, staat het gebouw grotendeels leeg. De vloer wordt gedweild, de gymzaal wordt misschien verhuurd aan een sportclub, maar de klimaatinstallatie, de verlichting en de computers die normaal het grootste deel van het verbruik vormen, staan uit. Dat is geen reden om niet op te wekken, maar het is een reden om vooraf goed te kijken naar wat er met die zomerstroom gebeurt: teruglevering, opslag, of gewoon accepteren dat een deel van de opbrengst in die maanden niet direct wordt gebruikt. Dat rekenwerk hoort bij de aanvraag voor de aansluiting, niet erna.
Het tweede is toegankelijkheid. Een schooldak is geen dak waar je zomaar iemand op laat lopen voor een jaarlijkse inspectie of een schoonmaakbeurt, terwijl er onder dat dak een klas les heeft. Elke ingreep op het dak van een school vraagt om planning: buiten schooltijd, in een vakantie, met afzetting van het schoolplein als er onder het dak gewerkt wordt. Dat geldt voor onderhoud aan een dak met opgelegde panelen net zo goed als voor een dak met cellen in het felsvlak, maar het is een reden om bij de keuze van het systeem juist te kijken naar wat er onderaan het dak, in de bekabeling en in de vervanging van een module, aan werk overblijft. Hoe het waterdicht blijft en wat er gebeurt als één baan stuk is, staat overigens uitgebreider beschreven op de andere pagina's over dit gebouwtype; hier gaat het vooral om het moment van de aansluiting en het dak zelf.
De vraag die er eigenlijk ligt, is niet of een school zonnestroom moet opwekken. De vraag is of dat dak nu aan de beurt is.
Als de zwaardere aansluiting samenvalt met een dak dat toch al aan vervanging toe is, verandert de afweging. Veel scholen uit de jaren zeventig, tachtig en negentig hebben daken die inmiddels tegen het einde van hun levensduur lopen: verouderde bitumen, oude golfplaten met asbest, of een felsdak dat na decennia weer, herstel of vervanging nodig heeft. Op zo'n dak is het de vraag niet of je gaat renoveren, maar hoe. En op het moment dat je toch nieuwe dakbedekking legt, is het verschil tussen een gewoon dak neerleggen en een dak neerleggen dat ook stroom opwekt vooral een verschil in wat je in die ene bouwstroom meeneemt.
Bij een felsbaan met de zonnecellen in het paneel zelf betaal je dan in feite één keer voor twee dingen: het dak dat het gebouw dicht en waterdicht houdt, en de opwekking die op dat dak plaatsvindt. Er komt geen tweede laag beugels en bevestigingsmateriaal boven op een dak dat er al lag. De bevestiging van de baan, met klemmen onder de fels, is meteen ook de bevestiging van de cel. Dat scheelt niet alleen een aparte bevestigingsronde op een dak waar je liever niet vaker dan nodig mensen op zet, het scheelt ook een dak dat er met opgezette rijen panelen anders uitziet dan de rest van het gebouw. Bij een schoolgebouw waar het aanzicht, zeker richting de wijk of de ouders die het gebouw dagelijks zien, nog meetelt, is dat voor sommige besturen een reden op zich om voor de geïntegreerde variant te kiezen: de cellen liggen mat en donker in het vlak van de baan, op dezelfde lijn als de rest van het dak, zonder een duidelijk herkenbaar paneelraster erboven.
Maar dat voordeel geldt alleen als het dak er al aan toe is. Ligt het bestaande dak er nog goed bij, is het tien of vijftien jaar oud en volledig waterdicht, dan is het financieel gezien meestal niet verstandig om het open te breken voor opwekking. Dan is een set opgelegde panelen op het bestaande dak, met beugels die op de bestaande felsbanen of dakbedekking worden geklemd, de logischere stap. Die panelen kosten per wattpiek minder dan een felsbaan met geïntegreerde cellen, juist omdat je dan niet ook nog het onderliggende dak vervangt. De geïntegreerde variant is duurder per wattpiek dan een set paneeltjes op beugels; dat verschil zit in de bouwkundige kwaliteit van het geheel, niet in de hoeveelheid stroom die eruit komt.
Het aanvragen van een zwaardere aansluiting is meestal een traject van maanden: een aanvraag bij de netbeheerder, een wachttijd, soms een verzwaring van de trafo in de buurt die van de netbeheerder zelf afhangt. Scholen die deze aanvraag combineren met dakvervanging doen er goed aan de twee trajecten niet los van elkaar te plannen. Wie eerst de aansluiting verzwaart en pas daarna het dak vervangt, loopt het risico dat de netbeheerder een capaciteit toekent die niet aansluit op wat het dak straks kan opwekken. Wie eerst het dak vervangt en dan pas de aansluiting aanvraagt, loopt het risico dat teruglevering vanaf het dak niet mogelijk is zolang de aansluiting niet is aangepast. Het is verstandig om, voordat een van beide trajecten definitief wordt, op tekening te laten uitrekenen wat het dakvlak aan opwekking kan leveren, en dat naast de aanvraag voor de aansluiting te leggen.
Dit is precies waar wij bij Klikzink meedenken: niet in wattpiek per vierkante meter of terugverdientijd, dat verschilt te veel per uitvoering, per dakhelling en per schaduwsituatie om hier een getal op te plakken, maar in wat een dakvlak op een schoolgebouw met een gegeven oppervlak en oriëntatie aan opwekking kan bijdragen, in combinatie met een dak dat sowieso vervangen moet worden. Dat rekenen we uit op tekening, zonder kosten, zodat een schoolbestuur of de aannemer die de aanbesteding voorbereidt, weet waar ze aan toe zijn voordat er iets besteld wordt.
Het moment waarop een school de aansluiting laat verzwaren voor laadpalen of een warmtepomp is dus een goed moment om ook naar het dak te kijken, maar niet omdat opwekken en verzwaren per definitie bij elkaar horen. Het is een goed moment omdat het vaak samenvalt met de vraag of het dak zelf nog jaren meekan, en dat is de vraag die uiteindelijk bepaalt of geïntegreerde opwekking hier verstandig is of dat je beter een paar jaar wacht en, als het dak er dan nog goed bij ligt, alsnog voor losse panelen op beugels kiest.