Klikzink
Een sporthaldak gaat lang mee voordat er iemand serieus over sloop nadenkt. Maar bij een groot overspannend dak zonder tussensteunpunten wordt er vooraf al besloten hoe de dakopbouw eruitziet, en die keuze werkt door tot de dag dat het dak eraf moet. Wie nu een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen legt, legt tegelijk vast hoe eenvoudig dat dak over dertig jaar weer te scheiden is.
Het uitgangspunt is dat de stalen felsbaan en de zonnecel in die baan één bouwdeel zijn, geen twee. Er ligt geen paneel los boven op een dakbedekking met een eigen bevestigingssysteem dat je er als apart onderdeel afhaalt. De cel zit in het vlak van de baan, blind bevestigd samen met de rest van het dak. Dat betekent dat slopen van dit dak in de praktijk neerkomt op het demonteren van felsbanen, en dat die banen staal zijn met een cel erin, niet staal met een paneel erop.
Een sporthal heeft meestal een groot, ononderbroken dakvlak op een slanke overspanning. Er zijn geen tussensteunpunten, dus het hele dakvlak hangt aan de gordingen en het is in één ontwerp gemaakt. Bij zo'n dak wordt een dakvervanging niet gedaan in stukjes; als het dak op is, gaat het in één keer eraf en komt er in één keer een nieuw dakvlak op. Dat maakt de vraag wat er met de oude banen gebeurt relevanter dan bij een gebouw waar je om de tien jaar een deel van het dak vervangt.
Daar komt bij dat een sporthal vaak juist 's avonds veel stroom vraagt, voor verlichting en klimaatinstallaties tijdens trainingen en wedstrijden, terwijl een dakvlak met zonnecellen vooral overdag opwekt. Dat verbruikspatroon verandert niets aan hoe het dak gedemonteerd wordt, maar het is wel de reden waarom een sporthal soms voor een andere balans tussen dakoppervlak met cellen en dakoppervlak zonder cellen kiest dan een gebouw met een gelijkmatiger verbruik. Hoe de bekabeling van die cellen naar binnen gaat, staat beschreven op de pagina over de aansluiting op de sporthal; hier gaat het over wat er van dat dak over is als het klaar is met zijn taak.
De felsbaan zelf is Sendzimir verzinkt staal met een matte coating. Staal is een materiaal met een lange geschiedenis van hergebruik: het laat zich smelten en opnieuw verwerken zonder dat de kwaliteit wegvalt, en een schroothandel weet raad met een baan verzinkt staal. Dat deel van het verhaal is niet nieuw en niet onzeker.
Onzeker, of eerlijker gezegd nog in ontwikkeling, is wat er met de zonnecel in die baan gebeurt als hij los moet van het staal waarin hij verwerkt is. Een cel die als los paneel op beugels ligt, kun je aan het eind van zijn leven optillen en als paneel afvoeren naar een gespecialiseerde verwerker. Een cel die in het vlak van de baan is opgenomen, is met die baan mee bevestigd, en de vraag hoe je de cel scheidt van het staal waarin hij zit is een vraag die de recyclingketen voor dit soort geïntegreerde daksystemen nog aan het inrichten is. Er bestaan wel routes voor het verwerken van zonnecellen apart van bouwmateriaal, maar hoe die routes precies aansluiten op een felsbaan met cel erin, per baan, per uitvoering, ligt nu nog niet in een vaste norm vast. Wij zeggen dat liever nu dan dat we net doen of het al een uitgewerkt proces is.
Wat we wel weten is dat de manier van bevestigen zelf, blind onder de fels, geen extra sloopwerk oplevert boven op wat je normaal al doet bij het verwijderen van een felsdak. Er zitten geen bouten door het dakvlak die je één voor één moet losdraaien, zoals wij uitleggen bij [wat er aan onderhoud nodig is](/dakstroom/sporthal/onderhoud) op zo'n dak. Het dak eraf halen is het lostrekken van de klemmen onder de fels en het optillen van de baan, cel en al.
Omdat dit systeem juist loont wanneer het dak sowieso vervangen wordt of bij nieuwbouw, komt de vraag over sloop bij een sporthal in de praktijk pas aan de orde op het moment dat het dak al aan het einde van zijn levensduur is en er weer een keuze gemaakt wordt over wat er op komt. Tegen die tijd is de markt voor het verwerken van geïntegreerde zonnecellen een stuk verder dan nu, simpelweg omdat er dan veel meer van dit soort daken op de markt staan die aan hun einde komen. Dat is geen garantie, het is een inschatting op basis van hoe recyclingmarkten voor nieuwe materialen zich meestal ontwikkelen: eerst komt het volume, dan komt de verwerkingscapaciteit.
Voor een opdrachtgever die nu een sporthaldak ontwerpt, is de praktische conclusie dat je een dakvlak kiest waarvan het staal in ieder geval zeker herbruikbaar is, en waarvan de cel op dit moment nog niet met zekerheid apart te verwerken is maar wel apart te identificeren en te verzamelen, omdat de banen als geheel eenheden blijven tot het moment van sloop. Dat is een ander verhaal dan bij hagel of storm, waar het gaat om wat een enkele baan tijdens gebruik kan doorstaan; hier gaat het om wat er na dertig jaar met het hele dakvlak gebeurt.
Hoeveel van het dakvlak met cellen wordt uitgevoerd en hoeveel met gewone felsbanen zonder cel, verschilt per sporthal en hangt samen met de oriëntatie van het dak, de belasting van de constructie en het gewenste aandeel eigen opwekking. Dat is ook de reden dat we geen algemene uitspraak doen over wat een dakvlak oplevert of wat het kost: dat rekenen we uit op tekening, voor dit dak, met deze overspanning en dit verbruikspatroon. Dezelfde tekening laat ook zien hoeveel banen met cel er in het dakvlak liggen en waar ze liggen, en dat is precies de informatie die je nodig hebt als je nu al wilt weten wat er over dertig jaar aan materiaal boven de sporthal ligt.
Voor een gebouw met deze levensduur en deze overspanning is dat geen bijzaak. Een tekening bewaren tot het moment van sloop is niet gebruikelijk, maar bij een dak dat dak en opwekking in één bouwdeel combineert, is het wel verstandig: wie straks beslist wat er met dit dak gebeurt, heeft dan meteen zicht op waar staal zit, waar cellen zitten, en waar de knip tussen die twee ligt.