Klikzink
Een zonnecel levert minder naarmate hij warmer wordt. Dat geldt voor elk paneel, los op beugels of verwerkt in een felsbaan, en het is geen gebrek van het een of het ander maar een eigenschap van silicium. De vraag die overblijft is niet of een cel warm wordt, maar wat er met die warmte gebeurt en waar hij naartoe kan.
Bij een paneel op beugels zit er een luchtspouw tussen het paneel en de dakplaat. Die lucht stroomt, voert warmte af aan de onderkant en houdt het paneel enigszins gekoeld op een zomerse middag. Bij een geïntegreerde felsbaan is die spouw er niet. De baan ligt op de dakopbouw zoals elke felsbaan dat doet, met de cel in het vlak van het staal. Wat daaronder zit, de isolatie, de eventuele dampremmende laag, de ventilatie van de dakconstructie zelf, bepaalt dan mede hoe snel de warmte weg kan.
Bij een stal is dat geen bijzaak. Onder het dakvlak hangt in de meeste gevallen een grote, ononderbroken ruimte met dieren, vocht en vaak ammoniak in de lucht. Dat stelt twee soorten eisen: aan wat er aan de onderkant van de baan gebeurt met de warmte, en aan de elektrische onderdelen die met die warme, vochtige, chemisch belaste lucht in aanraking kunnen komen.
Op een varkens- of pluimveestal wordt vaak juist geventileerd om de temperatuur onder het dak binnen de perken te houden, met het oog op de dieren, niet op de zonnecellen. Die ventilatie werkt twee kanten op: ze voert de warmte uit de staluitgang, maar ze zorgt er ook voor dat de lucht direct onder het dakvlak niet stilstaat. Een goed geventileerde stal helpt daarmee onbedoeld ook de dakopbouw en daarmee de cel erboven, ook al is dat niet waar de ventilatie voor is aangelegd.
Bij een ongeïsoleerde of matig geïsoleerde stal, zoals een loods voor jongvee of een werktuigenberging, speelt dit anders. Daar zit er relatief weinig massa en materiaal tussen de binnenlucht en het staal, en warmt de onderkant van de baan sneller mee met wat er in de stal gebeurt. Op een tekening is dat precies waar wij naar kijken: hoe de dakopbouw is samengesteld, of er een spouw of isolatielaag tussen zit, en wat dat betekent voor de temperatuur die de cel bereikt op een warme dag. Dat is per dakvlak anders en wij rekenen dat uit op basis van de opbouw die er ligt of gepland is, niet op een algemeen getal.
De tweede eis gaat niet over opbrengst maar over wat er onder het dak hangt. Ammoniak, stof en vocht zijn een normaal onderdeel van de lucht boven een veestal, en dat is precies de lucht waar de bekabeling en de aansluitpunten van de zonnecellen doorheen moeten om binnen te komen. Bij een geïntegreerde felsbaan gaat er geen kabel over het dakvlak zelf; de aansluiting loopt door het dak naar binnen, zoals wij uitleggen bij [waar de omvormer komt](/dakstroom/stal/omvormer). Aan de binnenkant, in de ruimte waar de dieren staan, is het aan de aannemer en de installateur om te zorgen dat de elektrische onderdelen die daar wel zichtbaar zijn bestand zijn tegen die lucht. Dat is een detail dat op tekening wordt vastgelegd, per gebouw en per indeling van de stal, en dat weegt zwaarder mee dan de vraag hoe warm de cel zelf wordt.
Neem een ligboxenstal met een open nokconstructie voor natuurlijke ventilatie. De lucht onder het dak wordt daar vrij goed afgevoerd, ook in de zomer, en dat komt de temperatuur van de dakopbouw ten goede zonder dat daar iets voor is aangepast. Zet daar een vleesvarkensstal met een gesloten, mechanisch geventileerd systeem naast: die ventilatie is ingesteld op het klimaat voor de dieren en niet op het dak, en kan op warme, windstille dagen minder lucht langs de onderkant van het dakvlak laten gaan dan de open stal daarnaast. Twee stallen, twee daken, twee heel verschillende situaties voor exact hetzelfde type felsbaan.
Dat is ook de reden dat we op deze site geen cijfer noemen voor wat warmte onder het dak doet met de opbrengst. Het verschilt te veel per dakvlak, per type stal en per ventilatiesysteem om er een getal op te plakken dat ergens anders weer niet klopt. Wat we wel doen is de opbouw van het dak en het ventilatiesysteem van de stal meenemen in de berekening die we op tekening maken, kosteloos, voordat er een besluit valt over solarfels of over gewone panelen op beugels.
Er zijn stallen waar de luchtspouw onder een regulier paneel juist een reëel voordeel oplevert, met name bij ongeïsoleerde bedrijfsgebouwen met een dun dakpakket en weinig interne ventilatie, zoals een opslagloods die grenst aan de stal maar zelf geen dieren huisvest. Daar is de temperatuur onder het dakvlak in de zomer hoger dan in een goed geventileerde stalruimte, en een spouw die lucht laat stromen doet dan wel degelijk iets. In dat geval is een paneel op beugels, zoals wij bespreken bij [wanneer gewone panelen beter zijn](/dakstroom/stal/wanneer-gewone-panelen), het overwegen waard, los van de vraag wat het dak verder moet doen.
Bij een nieuw te bouwen stal, of een stal waarvan het dak toch vervangen wordt, ligt dat anders. Dan betaal je één keer voor de dakopbouw en de opwekking samen, en kun je de ventilatie van de stal en de opbouw van het dak op elkaar afstemmen voordat er iets ligt. Dat is het moment waarop we de warmtehuishouding van het specifieke dakvlak meenemen in de tekening, met de indeling van de stal, het ventilatiesysteem en de gekozen dakopbouw als vaste gegevens en niet als aanname.