Klikzink

Stroom naar binnen: felsbaan tegenover indak-panelen

Elk dak dat stroom opwekt heeft ergens een gat nodig. De kabel moet van het dakvlak naar de meterkast, en die overgang van buiten naar binnen is op elk dak de plek waar de kans op een lek het grootst is. Dat geldt voor een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen net zo goed als voor panelen die in een pannendak zijn weggewerkt. Het verschil zit niet in de vraag of er een doorvoer nodig is, maar in hoeveel doorvoeren er zijn en wat voor soort rand eromheen zit.

Bij indak-panelen ligt elk paneel in een eigen kader dat de plek van een aantal dakpannen inneemt. Het paneel ligt vlak met het dakvlak, maar rondom dat paneel zit een profiel dat de aansluiting maakt met de pannen ernaast: een randafwerking die het water moet keren op de overgang tussen twee heel verschillende materialen, pan en glas. Elk paneel heeft een eigen kabel die vanaf de achterzijde naar een verzamelpunt loopt, meestal onder de pannen door naar een centrale doorvoer, soms met een doorvoer per paneelrij. Hoe meer panelen, hoe meer randprofiel en hoe meer kabeltracé onder de pannen. Dat werkt, en het is een beproefde manier van bouwen, maar het is een opgebouwd systeem van onderdelen die elk hun eigen aansluiting nodig hebben.

Bij een dak van felsbanen met geïntegreerde cellen is er geen los paneel dat in een gat wordt gelegd. De cellen zitten in de baan zelf, en de baan wordt op dezelfde manier gelegd en aan elkaar gekoppeld als een baan zonder cellen: met de fels die de banen blind aan elkaar klikt, zonder schroef of beugel door het staal. Er is dus geen randprofiel per opwekkend element nodig, want er is geen los element. De banen liggen gewoon naast elkaar, met cellen in de ene en niet in de andere, en de kabels van de cellen lopen aan de onderzijde van de baan naar een verzamelpunt dat meestal bij de daktrim of de doorvoer bij de nok zit, zoals wij ook beschrijven bij hoe de stroom naar binnen komt bij een zadeldak. Vanaf dat verzamelpunt gaat één kabelbundel door één doorvoer het dak in.

Minder doorvoeren is minder kans op een lek, maar niet automatisch een makkelijker klus. Eén doorvoer voor een heel dakvlak moet wel goed zijn uitgevoerd, want daar komt alle bekabeling samen. Bij indak-panelen is het risico verdeeld over meer plekken, met meer randen die goed moeten blijven zitten; bij een felsbaan is het risico geconcentreerd op minder plekken, met minder aansluitingen maar een grotere kabelbundel op elk daarvan. Beide manieren van bouwen kun je goed of slecht uitvoeren. Het verschil zit in wat je moet controleren en hoe vaak.

Wat een indak-paneel wél heeft, en een felsbaan niet, is een rand die precies is afgestemd op de aansluiting met een pannendak. Op een dak dat toch al met pannen ligt, of moet blijven liggen omdat de rest van de straat er ook zo uitziet, is dat een reëel voordeel: het paneel voegt zich naar een dakbedekking die er al is of terugkomt. Een felsbaan vervangt het hele dakvlak, pannen en al, door staal. Dat is geen kleine ingreep en geen keuze die je op een bestaand pannendak zomaar naast een aantal indak-panelen legt. Het is een keuze voor het moment waarop het dak toch openligt, bij vervanging of nieuwbouw, zoals we op deze site steeds benoemen. Wie een pannendak wil houden en alleen een deel van het dakvlak wil laten opwekken, is bij indak-panelen vaak beter af.

Er is ook een verschil in wat er gebeurt als er onderhoud nodig is aan de doorvoer zelf. Bij indak-panelen zit de doorvoer vaak half verstopt onder de pannen, op een plek die je alleen bereikt door pannen te lichten. Bij een felsbaan ligt de doorvoer meestal bij een herkenbaar punt zoals de nok of de daktrim, een plek die een dakdekker zonder veel pannen te hoeven verplaatsen kan bereiken. Dat is een verschil dat pas telt over een aantal jaar, als er een controle of reparatie nodig is, maar het is wel een verschil dat meeweegt in de keuze.

Waar de twee systemen elkaar weer raken, is bij de vraag wat er gebeurt als één onderdeel uitvalt. Bij indak-panelen kan een defect paneel vaak op zichzelf vervangen worden zonder de rest van het dakvlak open te leggen, al moet dan wel het randprofiel opnieuw worden aangesloten. Bij een felsbaan geldt hetzelfde principe voor een enkele baan: die kan los van de rest vervangen worden, zoals wij toelichten in het stuk over wat er gebeurt als één baan solarfels stuk is. Het verschil is dat je bij een felsbaan een baan vervangt die deel uitmaakt van de waterkering van het hele dak, en bij een indak-paneel een element dat een eigen, afgebakende aansluiting heeft binnen een groter geheel van pannen.

De eerlijke conclusie is dat geen van beide systemen de doorvoer overbodig maakt en dat beide, mits goed uitgevoerd, een dichte overgang naar binnen geven. Het verschil zit in de architectuur eronder: veel kleine aansluitingen die elk hun eigen rand nodig hebben, tegenover één doorlopend dakvlak met één of enkele verzamelpunten. Welke van de twee beter past, hangt af van wat er met het dak zelf gebeurt. Ligt er al een pannendak dat blijft liggen, dan is een indak-paneel de logische aansluiting. Wordt het dak toch vervangen of nieuw gebouwd, dan is een felsbaan met geïntegreerde cellen een manier om de doorvoer terug te brengen tot een enkel, goed te controleren punt. Wat het beste past bij een specifiek dakvlak, rekenen wij liever uit op tekening dan dat we het hier in algemene termen beslissen.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink