Klikzink
Op elk dak met opwekking moet de stroom op een gegeven moment naar binnen. Dat punt, waar de kabel het dakvlak verlaat, is bij vrijwel elke oplossing de plek waar je het meest oplet. Een dak lekt zelden midden op een vlak; het lekt bij een overgang, een doorvoer, een naad die niet goed aansluit. Wie moet kiezen tussen een geïntegreerde felsbaan en zonnedakpannen doet er dus goed aan precies daar te kijken, en niet alleen naar hoe het dak eruitziet vanaf de straat.
Bij de geïntegreerde felsbaan liggen de zonnecellen verdeeld over een beperkt aantal stalen banen, elk 475 mm breed, met de bekende haakse fels van 35 mm. Die banen worden blind bevestigd met klemmen onder de fels, zonder dat er een schroef of beugel door het staal heen gaat. De kabels van de cellen lopen onder de banen door naar een verzamelpunt, en pas daar, op één of een paar plekken, gaat de bekabeling het dakvlak in. Dat betekent dat het aantal doorvoeren beperkt blijft tot wat nodig is om de opwekking van dat dakvlak te bundelen, meestal een handvol, afhankelijk van de omvang van het dak en de indeling van de strings.
Zonnedakpannen werken anders, en dat verschil zit in het aantal. Een dakvlak met geïntegreerde pannen bestaat uit veel kleine eenheden die elk apart opwekken en elk apart moeten worden aangesloten. Elke pan heeft een eigen kabel, en die kabels moeten samenkomen, vaak via connectoren die tussen de pannen door lopen of via een verdeler die ergens op het dak of in de nok is weggewerkt. Hoe fijner de eenheden, hoe meer aansluitpunten, en hoe meer plekken waar een kabel een pan kruist, een naad raakt of langs een overlap loopt. Dat is niet per se een probleem zolang het goed gemonteerd is, maar het is wel een ander uitgangspunt: veel kleine verbindingen in plaats van een beperkt aantal grote.
Stel een zadeldak van gemiddelde omvang voor, gedekt met zonnedakpannen over een groot deel van het zuidelijke vlak. Elke pan is op zichzelf een klein dakelement met een eigen elektrische aansluiting, vergelijkbaar met een stopcontact dat ergens onder de pan verstopt zit. Bij honderd pannen zijn dat honderd verbindingen die ooit gemaakt zijn en die na jaren nog steeds droog en geleidend moeten zijn. Een enkele slecht gekrompen krimpkous, een connector die niet helemaal is aangedrukt, een pan die iets is verzakt waardoor de kabel trekt: het zijn allemaal kleine dingen, maar ze liggen verspreid over het hele dakvlak en zijn daardoor lastig te overzien.
Bij de geïntegreerde felsbaan ligt dat aantal verbindingen veel lager, omdat de cellen in een beperkt aantal lange banen zitten in plaats van in honderden losse eenheden. De bekabeling wordt gebundeld voordat ze het dak verlaat, op een vooraf bepaalde plek, meestal bij de dakvoet of bij een doorgang die er al is voor iets anders, zoals een schoorsteen of een dakkapel. Minder doorvoerpunten betekent minder plekken waar water een kans krijgt, en het betekent ook dat een controle of inspectie sneller te doen is: je hoeft niet honderd pannen langs, je kijkt naar de banen en naar het verzamelpunt.
Ook bij de geïntegreerde felsbaan moet de kabel op enig moment het dak verlaten, en dat gebeurt niet door een gat in het midden van een baan te boren. De doorvoer wordt gezocht bij een bestaande overgang: de dakrand, de nok, of een plek waar het dak toch al onderbroken wordt door een doorgang. Zo blijft het gesloten stalen vlak intact en zit de enige echte doorvoer op een plek die daar al op is ingericht om droog te blijven, met de gebruikelijke aandacht voor overlap en afdichting die daar sowieso nodig is.
Bij zonnedakpannen ligt dat lastiger, want de aansluitingen zitten per definitie verspreid over het vlak, onder of naast de pannen zelf, en niet allemaal bij een rand die je makkelijk kunt afdichten. De verzameling van al die kabels moet ergens gebeuren, en dat gebeurt doorgaans in een kabelgoot of verdeelkast die zelf ook weer een onderbreking in het dakvlak vormt. Dat is prima te doen, en in de praktijk werkt het, maar het voegt wel een laag toe die bij de geïntegreerde baan grotendeels wegvalt: eerst verzamelen tussen de pannen, dan pas naar binnen.
Het verschil in doorvoer hangt samen met een verschil in beeld. Zonnedakpannen zijn ontworpen om te lijken op gewone dakpannen, met dezelfde maat en profiel, zodat opwekkende en niet-opwekkende pannen naast elkaar liggen zonder dat het meteen opvalt welke pan wat doet. Dat werkt goed op een dak met een geprofileerde pan, zeker bij renovatie van een bestaand pannendak waar je liever niet het hele profiel verandert. Je houdt de textuur van een pannendak, met de schaduwlijnen en de reliëf die daarbij horen, en de opwekkende pannen vallen daarin op als losse eenheden.
De geïntegreerde felsbaan geeft een ander beeld: een vlak stalen dak met een doorlopende fels, waarbij de banen met cellen op dezelfde lijn liggen als de banen zonder cellen, in dezelfde matte donkere kleur. Er is geen profiel dat wordt nagebootst, want de baan zelf is het hele dakvlak. Dat past bij een strak, hellend stalen dak, maar het is geen vervanger voor een pannendak als je per se de pan wilt behouden. Wie een dak heeft dat om architectonische of vergunningstechnische redenen een pan moet blijven, komt bij zonnedakpannen eerder aan zijn doel dan bij een felsbaan.
Als één pan met cellen defect raakt, vervang je die pan, en de rest van het dak blijft ongemoeid. Dat is een reëel voordeel van de kleine eenheid: schade blijft lokaal en het vervangen van een enkel stuk is een kleine ingreep. Bij de geïntegreerde felsbaan is de eenheid groter, de hele baan van dakvoet tot nok, en als daar iets mee is, wordt in principe die baan vervangen. Dat is een grotere ingreep per keer, al gaat het wel om minder eenheden in totaal, en de blinde bevestiging onder de fels maakt het vervangen van een enkele baan een bekende klus voor wie met dit systeem werkt.
De vraag hoe de stroom het dak in gaat, is dus niet alleen een technisch detail. Het raakt aan hoeveel plekken er zijn waar het mis kan gaan, hoe het dak eruitziet, en hoe je later met onderhoud omgaat. Zonnedakpannen zijn de betere keuze als het bestaande pandak leidend moet blijven, of als je liever met kleine eenheden werkt die je één voor één vervangt. De geïntegreerde felsbaan is de betere keuze als het dak toch al stalen banen krijgt en je het aantal doorvoeren en aansluitpunten zo laag mogelijk wilt houden. Wat het precies wordt voor een gegeven dak, met de indeling van strings en de plek van de doorvoer, rekenen we uit op tekening; dat kost niets en scheelt achteraf gedoe.