Klikzink
Een dak gaat niet voor altijd mee, en dat geldt voor een felsdak met geïntegreerde zonnecellen net zo goed als voor een dak met losse zonnedakpannen. Over dertig jaar, of eerder als de eigenaar iets anders met het pand wil, moet iemand het eraf halen. De vraag die daarbij hoort: wat moet er dan gescheiden worden, en wat kan er nog mee?
Bij de felsbaan met zonnecellen is het antwoord vrij overzichtelijk. De banen liggen los onder de fels, blind bevestigd met klemmen, zonder schroef of beugel door het dakvlak. Er eraf gaan betekent per baan de klemmen losmaken en de baan optillen. Het staal is te herwalsen, dat is bekend van het gewone dakstaal dat al veertig jaar op daken ligt. Wat er nog niet van vastligt, is de status van de cel in de baan zelf: hoe eenvoudig die losgemaakt kan worden van het staal, en welke stroom dat oplevert bij recycling, is bij een relatief jong product niet iets waar wij loze uitspraken over doen. Dat rekenen we niet voor, dat zeggen we gewoon: de techniek om zonnecel en dakstaal aan het einde van de levensduur netjes te scheiden, is in ontwikkeling en verschilt per leverancier van de cellen. Wij melden dat liever nu dan dat we er later een mooi verhaal van maken.
Bij zonnedakpannen is de situatie fundamenteel anders, niet omdat de techniek slechter is, maar omdat er domweg veel meer onderdelen zijn. Een dakvlak van vijftig vierkante meter met geïntegreerde felsbanen bestaat uit een paar dozijn banen. Datzelfde vlak in zonnedakpannen bestaat uit honderden losse pannen, elk met een eigen bevestigingspunt en vaak een eigen elektrische aansluiting of een aansluiting op de pan ernaast. Dat verschil zit ook in de demontage. Bij de felsbaan haal je een baan van vier of zes meter in één beweging van het dak. Bij zonnedakpannen haal je pan voor pan los, en bij elke pan is er een verbinding die eerst ontkoppeld moet worden voordat de pan vrijkomt.
Denk aan een dakdekker die over vijftien jaar wordt ingehuurd omdat er een dakkapel bij moet, niet omdat het hele dak vervangen wordt. Bij de felsbaan haalt hij de banen rond de nieuwe opening eraf, tilt ze naar de kant, en de rest van het dak blijft ongestoord liggen. Bij zonnedakpannen moet hij rond die opening pannen loskoppelen die elk een eigen stukje van de string vormen. Raakt er daarbij een aansluiting beschadigd die niet zichtbaar defect is, dan merk je dat pas als de opbrengst van dat vlak terugloopt, soms maanden later. Dat is niet alleen een repareerprobleem tijdens gebruik, het is ook een complicatiefactor bij latere deelrenovaties: hoe kleiner en talrijker de onderdelen, hoe groter de kans dat er ergens iets loskomt dat niet meteen opvalt.
Dat overkomt een felsdak ook, maar minder vaak en op een andere schaal. Eén beschadigde baan is één punt waar het misging, met één aansluiting om te controleren. Bij honderden pannen met evenzoveel verbindingen is de foutkans per onderdeel misschien vergelijkbaar, maar het aantal onderdelen ligt een orde grootte hoger. Dat werkt door in de tijd die een monteur nodig heeft om bij een storing te bepalen waar het probleem zit, en dat werkt ook door in de demontagefase: meer aansluitingen betekent meer dingen die je één voor één moet natrekken voordat je zeker weet dat het dakvlak spanningsvrij is.
Er is nog een verschil dat niets met techniek te maken heeft, maar wel met wat een opdrachtgever ervaart. Zonnedakpannen ogen, ook als ze goed gelegd zijn, als een lappendeken van elementen die net iets anders liggen dan de pannen ernaast: een subtiele richel, een net iets andere glans. Bij de felsbaan met zonnecellen liggen de cellen in het vlak van de baan, op dezelfde lijn als de banen zonder cellen, in dezelfde matte donkere kleur. Wie het dak vanaf de straat bekijkt ziet één vlak, geen paneel-voor-paneel patroon. Dat zegt niets over wat er onder de pannen gebeurt, maar het is wel waarom sommige opdrachtgevers voor de felsbaan kiezen terwijl zonnedakpannen op papier een vergelijkbare functie hebben.
Eerlijk is ook dat zonnedakpannen op één punt een praktisch voordeel hebben dat we niet moeten wegpoetsen. Gaat er één pan kapot, dan vervang je die ene pan. De rest van het dak blijft precies zoals het lag, en de ingreep is klein en lokaal. Bij een felsdak vervang je een hele baan, ook als het defect maar op een klein stukje van die baan zit, omdat de fels de banen ernaast vastklemt en je niet zomaar een stukje uit het midden van een baan van vijf meter tilt. Voor een dak dat je liever met kleine, losse reparaties in de tijd onderhoudt dan met het vervangen van een volledige baan, is dat een reëel argument voor zonnedakpannen. Het is ook precies waarom de keuze niet alleen over demontage over dertig jaar gaat, maar ook over hoe je het dak de jaren daarvoor wilt onderhouden.
Die afweging hangt sterk samen met de vorm en helling van het dak, zoals ook blijkt uit hoe wij dat uitwerken voor een zadeldak dat later weer uit elkaar moet, of voor een dak op het zuiden waar juist de opbrengst per baan meespeelt in de beslissing. Op een steil zadeldak met een duidelijke nok is de toegang voor onderhoud anders dan op een dak met een flauwe helling, en dat verschil telt mee bij de keuze tussen felsbaan en zonnedakpan net zo hard als het verschil in aantal aansluitingen.
We zeggen niet dat een felsdak met zonnecellen sneller of gemakkelijker uit elkaar te halen is in elke situatie, en we zeggen ook niet welk deel van het materiaal precies hergebruikt wordt: dat verschilt per uitvoering, per cel en per moment in de tijd, want de recyclingtechniek voor dunne cellagen in staal staat nog niet zo lang stil als de techniek voor het staal zelf. Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen is dat het aantal onderdelen, en daarmee het aantal plekken waar iets los moet en iets mis kan gaan, bij een felsdak een fractie is van wat het bij zonnedakpannen is. Of dat voor een specifiek dakvlak de doorslag geeft, hangt af van de vorm van het dak, de manier waarop het onderhouden wordt en wat de opdrachtgever liever heeft: een paar grote onderdelen of veel kleine. Dat rekenen en tekenen wij graag samen uit, bij Klikzink in Ede, op basis van de tekening van het specifieke dak.