Klikzink

Later uitbreiden bij een vakantiepark

Een vakantiepark bestaat zelden uit één gebouw. Het is een verzameling recreatiewoningen, een sanitairgebouw, misschien een receptie met horeca, en die worden niet allemaal in één jaar neergezet. Fase twee komt vaak pas over drie of vijf jaar, als de eerste fase verhuurd is en de businesscase voor de volgende bungalows rond is. Dat maakt uitbreiden een andere vraag dan bij een enkel bedrijfsgebouw met één groot dakvlak.

Een felsdak leg je in één werkgang. De banen worden op maat gewalst en op het dak geklikt, van goot naar nok, en dat vlak is dan klaar. Wil je er later meer opwekking bij, dan zijn er in de praktijk twee routes. De eerste is een tweede dakvlak: het volgende blok bungalows krijgt zijn eigen dak met eigen banen, los aangesloten op het net of op dezelfde omvormerruimte, zoals wij uitleggen bij [de omvormer bij een vakantiepark met felsdak](/dakstroom/vakantiepark/de-omvormer). Dat is geen uitbreiding van een bestaand dak maar een nieuw dak erbij, en dat is precies hoe een park meestal groeit: niet door een bestaand gebouw op te tillen, maar door een volgend gebouw neer te zetten.

De tweede route is wel degelijk uitbreiden binnen één dakvlak, en die kan alleen als je daar bij het ontwerp op gerekend hebt. Je legt dan een deel van het dak met cellen en een deel met blinde banen, dezelfde felsbaan zonder zonnecel, in dezelfde kleur en op dezelfde lijn. Die blinde banen liggen er dus al, zichtbaar niet te onderscheiden van de rest, en worden op een later moment één voor één vervangen door banen met cellen. Voor het dak zelf verandert er niets: het is voor en na de vervanging waterdicht met dezelfde fels van 35 mm en dezelfde blinde bevestiging onder de fels als de rest van het dakvlak. Wat er wel verandert is de bekabeling, en die moet je bij de eerste aanleg al voorzien, ook al ligt er nog geen cel op die plek.

Waarom dit bij een vakantiepark meer uitmaakt dan elders

Bij een kantoorpand met één dakvlak is de vraag naar uitbreiding meestal theoretisch: het dak ligt er, het levert wat het levert, en meer kan alleen door het hele vlak opnieuw te doen. Bij een vakantiepark is de vraag praktisch, want een park is letterlijk veel kleine daken in plaats van één groot dak. Twintig recreatiewoningen betekent twintig kleine hellende vlakken, elk met hun eigen oriëntatie, en niet elk vlak is in fase één al aan de beurt.

Wat daarbij ook meespeelt is wanneer een park zijn stroom nodig heeft. De bezetting, en dus het verbruik van airco, warmwater en keukens, loopt in de meeste parken juist op in het voor- en najaar en piekt in de zomer, hetzelfde seizoen waarin een hellend dak op het zuiden het meeste levert. Dat is geen reden om alles in één keer vol te leggen, want een dak dat voor de helft leeg staat in afwachting van bungalows die er nog niet staan, is geld dat stil ligt. Het is wel een reden om de opwekking gelijk te laten meegroeien met de bezetting: elk blok dat wordt opgeleverd, krijgt zijn eigen dak met zijn eigen cellen, in het seizoen waarin dat blok voor het eerst verhuurd wordt.

Wat dit betekent voor de aanleg in fase één

De keuze die je in fase één maakt, is dus niet of je meer opwekking wilt, maar hoe je die later toevoegt zonder het bestaande dak open te breken. Leg je bewust blinde banen in het dakvlak van het eerste blok, dan moet de bekabeling naar de goot en naar binnen al aanwezig zijn onder die banen, ook al ligt er nog geen cel achter. Dat is een kleine meerkosten in fase één voor een simpele vervanging in fase twee: de blinde baan eruit, de baan met cellen erin, geklikt in dezelfde fels, zonder dat er een dakdekker op het dak van een bewoonde bungalow hoeft te lopen met bevestigingsmateriaal en kit.

Kies je in plaats daarvan voor een tweede, apart dakvlak per fase, dan is er in fase één niets te voorzien. Elk blok krijgt zijn dak op het moment dat het gebouwd wordt, compleet en af, en de enige samenhang tussen de fases is de plek waar de omvormers staan en hoe de kabels daar samenkomen. Voor een park dat in fases van meerdere jaren groeit, is dat vaak de simpelste route: je bouwt niet vooruit op een toekomst die nog niet vastligt, en elk dak is voor zichzelf compleet vanaf de dag dat het wordt opgeleverd.

Wat er niet kan

Wat niet werkt is een bestaand felsdak achteraf openbreken om er cellen bij te zetten die er bij de eerste aanleg niet in zaten. De banen liggen geklikt onder elkaar, van goot naar nok, en een baan ergens in het midden vervangen betekent de banen erboven eraf halen om erbij te kunnen. Dat is geen kwestie van een paneel erbij schuiven zoals bij een dak met paneeltjes op beugels; het dakvlak is één samenhangend geheel. Uitbreiden werkt dus alleen als je het van tevoren regelt, met blinde banen en voorbereide bekabeling, of door er simpelweg een nieuw dakvlak naast te zetten.

Wat het park daarvoor terugkrijgt is een dak dat nooit een tweede laag op het eerste dak wordt. Er komt geen los raster panelen overheen als de bezetting groeit; het dakvlak van elke fase blijft er één, mat en donker, zonder onderscheid tussen de delen die stroom leveren en de delen die dat niet doen. Hoeveel dat een specifiek park aan opwekking oplevert per fase, en of blinde banen voorbereiden voor jouw bouwplanning de moeite waard is, hangt af van hoe de fases zijn ingedeeld en hoe de daken liggen. Dat rekenen wij uit op tekening, per dakvlak en per fase, zodat je vóór de eerste paal weet wat fase twee je gaat kosten in plaats van dat achteraf te ontdekken.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink