Klikzink
Bij een boerderij ligt de vraag over uitbreiden anders dan bij een woonhuis. De schuren en stallen hebben vaak grote aaneengesloten dakvlakken, soms honderden vierkante meters op één kap. Onder dat dakvlak zit regelmatig een oudere constructie en een elektrische aansluiting die ooit is aangelegd voor verlichting, een paar motoren en misschien een melkinstallatie. Niet voor een dakvlak dat in één keer stroom gaat leveren voor het hele bedrijf. Dat maakt de vraag of je later kunt uitbreiden praktisch relevant, niet theoretisch.
Een dakvlak leggen wij in één keer neer. De banen worden op maat gewalst en in serie gelegd, van goot tot nok, en dat werk doe je één keer voor een dakvlak. Wat je daarna nog kunt aanpassen is een andere vraag, en het antwoord hangt af van een keuze die je vooraf maakt.
De eerste manier is simpel: je legt niet het hele beschikbare dakvlak vol met banen die cellen bevatten. Een deel van het dak krijgt gewone banen zonder cellen, in dezelfde kleur en op dezelfde lijn, zodat het dakvlak er als één geheel uitziet. Wil je later meer vermogen, dan vervang je een deel van die kale banen door banen met cellen. De felsverbinding is dezelfde klikfels overal, dus dat is geen ingreep die het dak anders maakt dan het al was.
De tweede manier is een tweede dakvlak. Veel boerderijen hebben meer dan één schuur, of een dakvlak dat in twee richtingen afloopt. Je kunt beginnen met het vlak dat het meeste zon vangt of het dichtst bij de meterkast ligt, en het andere vlak later doen. Dat tweede vlak wordt dan een apart project, met een eigen bekabeling die ergens samenkomt met de eerste, zoals wij uitleggen bij [hoe de stroom naar binnen komt](/dakstroom/boerderij/stroom-naar-binnen).
Beide manieren werken. Welke van de twee logisch is, hangt af van hoe het dak is opgebouwd en van wat er onder het dak gebeurt. Dat bepalen wij niet vanaf een foto, dat bepalen wij op tekening.
Het dakvlak zelf is nauwelijks de beperkende factor. Een schuurdak van dertig meter lang biedt in theorie ruimte voor veel meer vermogen dan de meeste boerderijaansluitingen kunnen verwerken zonder dat er iets aan de aansluiting of de omvormer verandert. Dat is precies waarom de vraag over uitbreiden bij een boerderij anders ligt dan bij een nieuwbouwwoning met een moderne aansluiting: het dak kan meer dan het net op dat moment aankan.
Een voorbeeld uit de praktijk. Een melkveehouder legt een nieuw dak op de ligboxenstal, vijfhonderd vierkante meter, en kiest ervoor om eerst de helft van het dakvlak met cellen uit te voeren. De andere helft krijgt gewone banen. Twee jaar later wordt de aansluiting verzwaard omdat er een nieuwe voermachine met elektrische aandrijving bijkomt. Op dat moment is het zinvol om de tweede helft van het dak ook met cellen uit te voeren, omdat de aansluiting het vermogen nu kan verwerken. Was het hele dak in één keer volgelegd geweest terwijl de oude aansluiting dat niet aankon, dan had een deel van de opwekking maanden of jaren stilgestaan te wachten op een netaansluiting die pas later kwam.
De plek waar dit samenkomt is de omvormer, zoals ook beschreven staat op de pagina over waar [de omvormer een plek krijgt](/dakstroom/boerderij/omvormer). Eén omvormer met voldoende capaciteit voor het uiteindelijke dakvlak, ook als je in fases legt, is meestal goedkoper en eenvoudiger dan een tweede omvormer erbij zetten wanneer je uitbreidt. Dat is iets wat wij vooraf met de installateur en de netbeheerder afstemmen, niet iets wat je achteraf oplost.
Op het niveau van de felsbaan zelf maakt het weinig uit of een dakvlak in één keer of in twee fases wordt gelegd. De banen worden op maat gewalst voor het dakvlak dat op dat moment wordt uitgevoerd, en een latere fase krijgt banen die op maat zijn gewalst voor dat deel. De klikfels van 35 mm en de blinde bevestiging onder de fels zijn overal dezelfde, dus een later gelegd stuk dak sluit strak aan op wat er al ligt, met dezelfde lijn en dezelfde matte kleur.
Wel is het belangrijk om bij de eerste fase al te weten waar een eventuele tweede fase komt. De doorvoer van de bekabeling, de plek van de aansluitdoos onder het dak en de leidingroute naar de omvormer worden bij voorkeur in één keer bedacht, ook als de uitvoering in fases gaat. Dat voorkomt dat je bij de tweede fase het dak van de eerste fase weer open moet maken om een kabel door te trekken. Op een boerderijdak, waar de dakconstructie vaak ouder is en niet is ontworpen met leidingdoorvoeren in gedachten, is dat een reëel risico als je het niet vooraf regelt.
Er zijn ook situaties waarin uitbreiden achteraf geen goed idee is, ook al kan het technisch. Als de dakconstructie zelf aan het einde van zijn levensduur is, of als er op termijn toch een nieuwe stal komt die het huidige dak vervangt, is het logischer om te wachten en in één keer het complete, dan bekende dakvlak uit te voeren dan om nu een deel te doen en over vijf jaar weer stellingen te zetten voor een tweede fase. Elke keer dat er weer een aannemer op het dak moet, kost dat geld, ook als de banen zelf niet duur zijn.
Ook als de bedrijfsvoering nog volop in ontwikkeling is, zoals bij een boerderij die overweegt van melkvee naar akkerbouw te gaan of een nevenactiviteit als zorg of recreatie te starten, is het verstandig eerst die keuze te maken voordat het dakvlak wordt vastgelegd. Het vermogen dat je nodig hebt bij zorgverhuur is anders dan bij een melkrobot, en de aansluiting die daarbij past bepaalt mede hoeveel dakvlak met cellen zinvol is.
Omdat elk boerderijdak anders is opgebouwd, met een andere aansluiting, een andere leeftijd van de constructie en andere plannen voor de komende jaren, is er geen vast antwoord op hoeveel dakvlak je nu moet uitvoeren en hoeveel je open moet houden voor later. Wat er wel vastligt is de manier van werken: wij kijken op tekening naar het dakvlak, de aansluiting en de bekabeling, en rekenen daar de fasering op door. Dat gebeurt voordat er een baan gewalst wordt, en het kost niets om dat gesprek te voeren.