Klikzink
Een rijtjeshuis heeft meestal één dakvlak dat de zon ziet. Een vrijstaande woning heeft er vaak drie of vier: voor, achter, en soms twee schuine kanten van een kap of dwarskap. Die vlakken liggen niet allemaal op het zuiden, niet allemaal onder dezelfde hoek, en niet allemaal even lang in de schaduw van de schoorsteen of de buurboom. Als de opwekking dan terugvalt, is de eerste vraag niet hoeveel, maar waar.
Bij een paneel op beugels is dat vaak met het blote oog te zien. Je loopt om het huis, kijkt omhoog, en ziet een paneel dat vuil is, half in de schaduw ligt, of scheef hangt. Bij solarfels kan dat niet: de cellen liggen in het vlak van het dak, vlak en zonder opbouw, zoals we ook beschrijven bij het stuk over een waterdicht dak met zonnecellen. Je kunt er niet even naar toe lopen en zien wat er aan de hand is. Wat je wel hebt, is de meting per string die naar de omvormer gaat, en daarmee een goed vermoeden van welk dakvlak achterblijft.
De zonnecellen in een baan zijn in groepen aangesloten, en die groepen komen samen in een string die naar de omvormer of optimizer gaat. Bij een vrijstaande woning met vier dakvlakken is het gebruikelijk dat elk vlak zijn eigen string krijgt, juist omdat de vlakken verschillend georiënteerd zijn en dus nooit gelijk zullen presteren. Het noordvlak levert het hele jaar minder dan het zuidvlak, en dat is geen storing, dat is geometrie. Belangrijk is dat je in de monitoring die vlakken uit elkaar kunt houden, zodat een terugval op het zuidvlak, waar je die niet verwacht, opvalt tussen de normale verschillen door.
Of je dat tot op de individuele baan kunt uitsplitsen, hangt af van het aantal optimizers dat in het ontwerp is meegenomen. Met een optimizer per baan zie je in de monitoringsoftware een curve per baan, en een baan die afwijkt van zijn buren valt op zonder dat iemand het dak op moet. Zonder optimizers, met alleen een string-omvormer per dakvlak, zie je het vlak als geheel, en moet je bij een terugval verder zoeken binnen dat vlak. Wat voor een gegeven dak logisch is, hangt af van de vorm van het dak, het aantal vlakken en de lengte van de banen, en dat rekenen we uit op tekening.
Bij een enkel zuiddakvlak is de vraag simpel: het vlak levert, of het levert niet. Bij een vrijstaande woning met een schuine kap, een aanbouw met eigen dakvlak en misschien een dakkapel die een deel van een baan onderbreekt, is de vraag nooit zo simpel. Een monteur die langskomt voor onderhoud wil dan niet horen dat de opwekking terugloopt, hij wil weten of het aan het westvlak ligt, dat 's middags in de schaduw van de nokschoorsteen komt, of aan het oostvlak, waar 's ochtends de zon eerst op valt. Die twee vlakken hebben normaal al een ander patroon over de dag, en pas als je die patronen per vlak kent, herken je een afwijking die niet door de zon komt maar door een defect.
Dat sluit aan bij wat we schrijven over schaduw op een vrijstaand dak: elk vlak heeft zijn eigen schaduwpatroon, en dat patroon moet je kennen voordat je een terugval als probleem bestempelt in plaats van als een boom die inmiddels twee meter hoger is dan tien jaar geleden.
De monitoring laat zien hoeveel stroom een string of een baan op een gegeven moment levert, en hoe dat verloopt over de dag en de seizoenen. Het laat niet zien of een baan vuil is, of een tak op het dak ligt, of dat er een barst in een cel zit. Dat onderscheid moet een monteur nog steeds ter plekke maken, alleen weet hij dankzij de monitoring al welk dakvlak, en met optimizers welke baan binnen dat vlak, hij moet nakijken. Dat scheelt een dak vol banen langslopen bij een woning waar de kap makkelijk acht meter lang kan zijn en drie of vier vlakken heeft.
Bij één baan die daadwerkelijk stuk is, verandert er voor de rest van het dakvlak weinig: de andere banen blijven gewoon leveren, en wat er dan gebeurt met die ene baan staat beschreven op de pagina over een baan die stuk is. De monitoring is vooral het instrument waarmee je aan die situatie toekomt, voordat iemand toevallig merkt dat de jaaropbrengst wat lager uitvalt dan verwacht.
Monitoring per baan of per string vertelt je dat er iets is, niet altijd meteen wat. Bij een vrijstaande woning met een ruime kap kan het net zo goed liggen aan een schaduw die verandert door begroeiing, aan een stukje mos dat opkomt op de noordkant, of aan een echte storing in een cel. Hoe fijnmazig de meting is, hoeveel optimizers er in het ontwerp zitten en of dat voor een bepaald dak de moeite waard is, hangt af van de indeling van de vlakken en van wat de opdrachtgever wil kunnen zien. Dat verschilt per dak en per uitvoering, en dat rekenen we liever uit op de tekening van het specifieke huis dan dat we er hier een getal aan hangen dat voor het volgende dak alweer niet klopt.