Klikzink
Een zonnecel levert minder stroom naarmate hij warmer wordt. Dat geldt voor elke uitvoering, of de cel nu op een beugel boven het dak hangt of in het dakvlak zelf is verwerkt. Het verschil zit in wat er onder de cel gebeurt met de warmte die vrijkomt, en dat verschilt per opbouw.
Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen ligt de cel op de dakopbouw. Er is geen luchtspouw zoals bij een paneel op beugels, waar de wind onder het paneel door kan strijken en een deel van de warmte meeneemt. De felsbaan voert de warmte af via het staal zelf en via de constructie erachter: de isolatie, de eventuele ventilatiespouw in het dakpakket, en de ondergrond waarop de baan is gelegd. Op een goed geïsoleerd dak met een geventileerde spouw onder de dakopbouw loopt dat mee met hoe het dak al is opgebouwd. Op een dak zonder die ventilatie blijft er meer warmte in het pakket staan, en dat merkt de cel.
Daar staat tegenover dat een geïntegreerde baan geen tweede laag boven het dak vormt die zelf ook opwarmt en die warmte weer afgeeft aan de lucht eronder. Bij panelen op beugels zit er een spouw, maar in die spouw hangt ook de onderkant van het paneel zelf te stralen, en op een windstille zomerdag met weinig luchtstroming loopt de temperatuur daar net zo goed op. Het is dus niet zo dat de ene opbouw simpelweg koeler blijft dan de andere. Het is een andere manier om met de warmte om te gaan, met een ander patroon van pieken en dalen.
Een andere veelgebruikte oplossing is het paneel dat wordt ingelaten tussen de dakpannen: het ligt vlak in het dakvlak, net als de felsbaan, maar de bevestiging en de rand eromheen werken anders. Rond zo'n ingelaten paneel zit een profiel of een rand die het paneel omsluit en die de aansluiting maakt met de pannen ernaast. Onder het paneel zit vaak een kleine luchtruimte, gevormd door dat rand-profiel en door de panlatten waarop het geheel rust.
Die luchtruimte is meestal kleiner en minder open dan de ventilatiespouw onder een regulier pannendak, omdat het paneel de plek van een aantal pannen inneemt en de luchtstroom die normaal onder de pannen door loopt, daar onderbreekt. Sommige systemen lossen dat op met een eigen ventilatiekanaal achter het paneel, andere leunen op de bestaande spouw onder de pannen. Het resultaat hangt sterk af van het gekozen systeem en van hoe de rest van het dak geventileerd is.
Het verschil met een felsbaan zit in de manier van aansluiten. Een ingelegd paneel heeft aan alle kanten een overgang naar een ander materiaal: de pan. Die overgang is een naad, en een naad is een plek waar warmte, vocht en soms ook vuil zich anders gedragen dan in het vlak zelf. Een felsbaan heeft die naad niet op dezelfde manier. De fels tussen twee banen is een mechanische klik- en klemverbinding in hetzelfde materiaal, dezelfde kleur en dezelfde lijn als de rest van het dak, en de warmteafvoer loopt daar gelijkmatiger door dan bij een rand die uit een ander materiaal bestaat.
Het zou niet eerlijk zijn om te doen alsof de felsbaan hier zonder nadeel wint. Een ingelegd paneel in een pannendak heeft vaak wél een duidelijk gedefinieerde luchtspouw eronder, aangelegd door de fabrikant van dat systeem, met een berekende doorstroom. Bij een aantal van die systemen is die spouw juist ontworpen om het rendementsverlies door opwarming te beperken, en dat is meetbaar in het productblad van de fabrikant. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen bepaalt de dakopbouw als geheel, met de isolatie en de eventuele spouw daaronder, hoe de warmte wegloopt. Er is geen apart, voor koeling ontworpen luchtkanaal onder de cel.
Dat betekent dat bij een felsbaan de keuze voor de juiste dakopbouw eronder meer gewicht krijgt. Een dakopbouw met een geventileerde spouw onder de isolatie helpt de cel; een volledig gesloten, ongeventileerd pakket helpt niet. Bij een ingelegd paneel in pannen ligt die keuze al voor een deel vast in het systeem zelf.
Op een nieuwbouwproject waar het hele dakpakket wordt opgebouwd, is dit geen probleem maar een ontwerpvraag: de aannemer bepaalt de opbouw onder de felsbaan, en die keuze kan rekening houden met de warmteafvoer van de cellen. Op een bestaand dak dat vervangen wordt, ligt de bestaande spouw en isolatie er al, en dan is het zaak om te bekijken of die combinatie voldoende ventilatie geeft. Dat is geen vast gegeven dat voor elk dak hetzelfde uitpakt; het hangt af van de hellingshoek, de dakopbouw en de richting waarin het dakvlak ligt.
Een voorbeeld uit de praktijk: op een dak met een goed geventileerde spouw tussen isolatie en dakbeschot merkt men doorgaans weinig verschil tussen een felsbaan met cellen en een regulier paneel op beugels, omdat de warmte via de spouw wegloopt voordat die goed en wel in de cel is opgebouwd. Op een dak zonder die spouw, bijvoorbeeld bij een direct op de isolatie aangebrachte felsbaan zonder luchtlaag erachter, loopt de temperatuur in de cel op een zonnige dag hoger op, en dat werkt door in de opbrengst op dat moment. Hoeveel dat precies scheelt, verschilt per uitvoering, per dakhelling en per moment van de dag, en dat rekenen we uit op tekening in plaats van er hier een getal aan te plakken.
Bij ingelegde panelen speelt de rand niet alleen een rol bij warmte, maar ook bij vocht. De overgang tussen paneel en pan is een plek waar water zich kan verzamelen als de rand niet goed is uitgevoerd, en waar bij vorst een grens ligt tussen twee materialen die verschillend uitzetten. Een felsbaan heeft die overgang niet: de fels is dezelfde constructie als de rest van het dak, ontworpen om water af te voeren zoals elke andere naad in een felsdak dat doet. Dat is niet direct een kwestie van warmte, maar het hangt er wel mee samen: een dakvlak met minder verschillende materialen en minder randen heeft ook minder plekken waar warmte, vocht en beweging elkaar tegenkomen.
Op een dak dat toch al vervangen wordt, of bij nieuwbouw, is een felsbaan met geïntegreerde cellen een manier om dak en opwekking in één bouwlaag te combineren, zonder aparte rand en zonder doorboringen voor bevestiging. Op een pannendak dat verder in goede staat is en niet vervangen hoeft te worden, is een ingelegd paneel tussen de pannen vaak de logischer stap, juist omdat het systeem daar specifiek voor gemaakt is en het bestaande dakvlak grotendeels intact blijft.
Welke van de twee in een concreet geval de warmte onder de cellen beter afvoert, hangt af van de bestaande of geplande dakopbouw, de ventilatie daaronder en de hellingshoek van het dak. Dat rekenen en tekenen we uit voor een specifiek dakvlak; een algemeen antwoord dat voor elk dak geldt, bestaat hier niet.