Klikzink
Een zonnecel levert minder naarmate hij warmer wordt. Dat geldt voor elke uitvoering, ook voor de felsbaan waarin de cellen in het dakvlak zelf zitten. De vraag die opdrachtgevers ons stellen is meestal niet of dat verlies er is, maar hoe groot het is ten opzichte van twee andere situaties: een dak met paneel op beugels, waar lucht onder het paneel doorstroomt, en een dak waarop helemaal niets is aangebracht.
Dat laatste is de vergelijking die vaak vergeten wordt. Een dakvlak zonder opwekking wordt ook warm. Een donkere dakbedekking in de volle zon bereikt in de zomer temperaturen die met het blote oog niet zichtbaar zijn maar met een thermometer wel: vergelijkbaar met of hoger dan een cel die stroom opwekt. Het verschil is alleen dat er bij een leeg dak niets is dat last heeft van die warmte. Bij een dak met geïntegreerde cellen is er wel iets dat er last van heeft, namelijk het rendement van die cellen op het heetst van de dag. Wie de felsbaan met cellen vergelijkt met niets doen, vergelijkt dus geen twee gelijke daken die allebei koel blijven; hij vergelijkt een dak dat stroom levert met een verminderd rendement op de warmste uren, tegenover een dak dat evenveel opwarmt maar nooit iets had geleverd.
Panelen op beugels zitten anders in elkaar. Onder het paneel loopt een luchtspouw van een paar centimeter, en die lucht beweegt: warme lucht stijgt op en verdwijnt langs de randen, koelere lucht stroomt aan de onderkant weer bij. Dat is passieve koeling zonder bewegende delen, en het werkt. Een paneel op beugels op een zomerse dag is meetbaar koeler dan de cel in een geïntegreerde baan op datzelfde moment, en dat vertaalt zich naar een net iets hoger rendement op de warmste uren. Dat is het punt waarop we niet omheen draaien: op temperatuurgedrag alleen doet een paneel op beugels het beter. Wie alleen op piekrendement bij hitte selecteert, kiest voor beugels.
De felsbaan heeft dat voordeel niet, omdat de cel op de dakopbouw ligt in plaats van erboven te hangen. Wat er tegenover staat, is dat de warmte niet nergens heen gaat. De stalen ondergrond en de dakopbouw daaronder nemen een deel van de warmte op en geven die weer af zodra de zon lager staat of wegtrekt. Bij een correct uitgevoerde opbouw, met de juiste onderconstructie en voldoende ventilatie van de dakspouw zelf, blijft de temperatuur onder de baan binnen een marge waarmee ontworpen is. Dat is geen truc die het verlies wegpoetst; het is de reden dat het verlies aanvaardbaar blijft in plaats van dat het oploopt. Een dakdekker die op tekening meekijkt, rekent dat door voor de specifieke opbouw, want een goed geventileerde spouw onder een plat dak gedraagt zich anders dan dezelfde opbouw onder een steile kap.
Dan de vraag die deze pagina eigenlijk moet beantwoorden: wat betekent dat voor de keuze om nu te investeren of te wachten. Bij dit product ligt het antwoord meestal bij wachten, en dat is geen verkooppraat maar rekenwerk. De felsbaan met cellen vervangt de dakbedekking; hij is niet iets dat je erbovenop legt terwijl het bestaande dak nog jaren meegaat. Als het dak van een opdrachtgever nog in goede staat is en pas over tien jaar aan vervanging toe, kost het weinig zin om nu een compleet nieuw dakvlak te leggen om de warmte-eigenschappen van de cellen te benutten. Een paneel op beugels op het bestaande dak levert dan sneller iets op, juist omdat het geen aanleiding geeft om een goed dak open te breken. Omgekeerd: staat er sowieso een dakvervanging op de planning, of wordt er nieuw gebouwd, dan betaalt de opdrachtgever voor dak en opwekking in één moment, en is uitstellen alleen maar duur. Een aannemer die een dakrenovatie al in de planning heeft staan, kan op dat moment beide beslissingen samenvoegen; een half jaar wachten om het dak eerst zonder cellen te laten liggen en daarna nog eens open te maken, kost geld dat niet terugkomt.
Voor wie twijfelt of het dak over een paar jaar toch vervangen moet worden, is niets doen op dit moment vaak het verstandigste advies dat we kunnen geven, ook al is dat geen advies waarmee we iets verkopen. Een dak dat er nog jaren tegenaan kan, hoeft niet naar aanleiding van interesse in geïntegreerde opwekking vervroegd te worden vervangen. De rekening die dan gemaakt moet worden, is niet warmteverlies tegenover paneel op beugels, maar de kosten van vervroegde vervanging tegenover de kosten van twee losse ingrepen op twee losse momenten.
De mate waarin warmte onder de baan een probleem wordt, hangt niet alleen af van de cel maar van wat daaronder ligt. Een geïsoleerd dakvlak met een geventileerde spouw gedraagt zich anders dan een ongeventileerde opbouw op een bestaande constructie. Bij nieuwbouw is dat te ontwerpen; bij bestaande daken hangt het af van wat er al ligt, en dat is precies waarom we dit per dakvlak op tekening bekijken in plaats van in algemene cijfers te spreken. Een getal dat voor het ene dak klopt, klopt voor het andere niet.
Naast het geval van een dak dat nog niet aan vervanging toe is, zijn er situaties waarin de luchtspouw onder een paneel simpelweg meer waard is dan de integratie in het dakvlak. Een dakvlak met veel directe zoninstraling en weinig windafkoeling, bijvoorbeeld een compact volume zonder omliggende bebouwing, profiteert relatief sterk van die actieve doorstroming. Op zo'n locatie kan een paneel op beugels een hoger jaarrendement halen dan de geïntegreerde baan, ook als het optisch minder rustig oogt op het dakvlak.