Klikzink
Een carport heeft meestal geen zolder, geen spouw en geen technische ruimte erboven. Er staat een dak op palen, en de stroom die daarin wordt opgewekt moet ergens een weg vinden naar een omvormer en van daaruit naar het punt waar hij gebruikt wordt, vaak een laadpaal naast de auto. Die weg is bij een carport anders dan bij een huis, en juist daarom is het de moeite waard om vooraf te weten hoe hij loopt.
Bij een dakvlak met geïntegreerde cellen zit de bekabeling in de baan zelf verwerkt, tussen de cellen door, verzonken in het profiel. De banen worden onderling doorverbonden op de plek waar ze langs elkaar liggen, meestal bij de nok of aan een kopgevel, en daar komen de kabels samen tot één of enkele strengen. Vanaf dat verzamelpunt moet de stroom het dakvlak verlaten. Dat gebeurt door een doorvoer, en dat is bij een carport het enige gat dat er nog in het dak zit; hoe die doorvoer waterdicht blijft, staat uitgewerkt op de pagina over een [waterdicht dak bij carport of overkapping](/dakstroom/carport/waterdicht). Hier gaat het om wat er na die doorvoer gebeurt, want bij een carport is dat traject vaak het langste stuk van de hele installatie.
Bij een woonhuis loopt een kabel na de doorvoer een paar decimeter door een spouw of langs een gording naar de meterkast. Bij een carport is er na de doorvoer niets: geen tussenruimte, geen afgewerkt plafond om iets achter weg te werken. De kabel moet langs of door een van de draagconstructies naar beneden, meestal langs een stalen kolom, en dan over de grond of ondergronds naar de plek waar de omvormer en de meterkast staan. Bij een vrijstaande carport op een erf kan dat een meter of twintig zijn, soms meer als de meterkast in de garage of het hoofdgebouw zit en de carport los op het terrein staat.
Die afstand is precies waarom de aannemer bij een carport meestal kiest voor een kabelgoot langs de kolom, weggewerkt achter een sierlat of in een gefreesde groef, in plaats van de kabel los te laten hangen. Het is geen technisch ingewikkeld traject, maar het moet wel worden meegenomen in de tekening voordat de palen gestort zijn, want een kabelbuis die achteraf onder het beton door moet, is een heel ander klusje dan een buis die er tijdens de fundering al in ligt.
Een carport met dakstroom staat vaak naast of boven een auto, en dan ligt het voor de hand om de opwekking en het laden aan elkaar te knopen. Dat verandert het traject van de kabel niet fundamenteel, maar het bepaalt wel waar de omvormer een logische plek krijgt. Bij een carport zonder gebouw erbij is er geen meterkast in de buurt, dus wordt de omvormer vaak in een kleine buitenkast bij de laadpaal gezet, of in een technische kast die apart voor dit doel wordt geplaatst. Waar die omvormer precies staat en waarom dat bij een carport een andere afweging is dan bij een huis, staat uitgewerkt op de pagina over [waar de omvormer bij een carport een plek krijgt](/dakstroom/carport/omvormer). Voor de kabel vanaf het dak betekent het vooral dat het traject niet naar binnen gaat, in de zin van een gebouw, maar naar een punt op het erf dat net zo goed buiten staat als de carport zelf.
Dat heeft een praktisch voordeel: er is geen doorvoer door een buitengevel nodig, geen gat in een spouwmuur, geen afdichting tegen een bestaand kozijn. De kabel blijft van dak tot laadpaal in een omgeving die al buiten is, en de enige plek waar echt waterdicht afgewerkt moet worden is de doorvoer door het dakvlak zelf.
Bij een woning met een geïsoleerd dak moet een doorvoer twee keer dicht: aan de buitenkant tegen regen, aan de binnenkant tegen tocht en condens langs de kabel. Bij een carport is er geen binnenklimaat om te bewaken, geen isolatielaag die lek kan raken, geen dampremmende folie die doorboord wordt. De doorvoer hoeft alleen de buitenkant te keren. Dat maakt de detaillering eenvoudiger, maar het maakt de zorgvuldigheid bij het aanleggen niet minder belangrijk: een carport staat onbeschut, zonder overstek van een aangrenzend gebouw, en krijgt daardoor vaak meer directe regen en wind op het dakvlak dan een dak dat tegen een gevel aan ligt of onder een overstek schuilt.
Omdat een carport meestal als apart bouwwerk wordt neergezet, is het traject van de kabel iets dat in een vroeg stadium op tekening moet staan: de positie van de doorvoer in het dakvlak, de route langs de kolom, of er een sleuf in het beton komt of een kabelgoot langboven de grond, en waar de omvormer een plek krijgt ten opzichte van de laadpaal. Bij een carport die tegen een bestaande garage aan wordt gebouwd, ligt dat vaak simpeler, omdat er dan een muur is om doorheen te gaan en een meterkast die al vlakbij staat. Bij een vrijstaande carport op het erf is er niets van dat al aanwezig, en moet alles worden aangelegd wat bij een huis al bestond.
Hoeveel stroom er precies uit zo'n dakvlak komt en wat de aanleg van kabel, omvormer en laadpaal bij elkaar kost, verschilt per project en per afstand tot de meterkast. Dat is niet iets om op een website te becijferen; dat rekenen wij uit op tekening, met de plek van de carport, de route van de kabel en de aansluiting op het laadpunt erbij. Een schets van het erf met de gewenste positie van de carport is voor ons genoeg om te laten zien waar de kabel loopt en waar de doorvoer het handigst zit.