Klikzink
Een boerderijdak is meestal een groot, aaneengesloten vlak zonder veel onderbrekingen. Geen dakkapellen, geen schoorstenen om heen te werken, gewoon een lange rechte helling van goot tot nok. Dat is voor de opwekking van stroom een gunstige vorm. Maar het brengt ook een vraag met zich mee die bij een schuur of loods scherper speelt dan bij een woonhuis: waar gaat die stroom het dakvlak uit, en wat betekent dat gat voor de waterdichtheid van een dak dat vaak nog jaren of decennia mee moet.
Bij zonnepanelen die op beugels boven een bestaand dak liggen, loopt de bekabeling over het dakvlak naar een verzamelpunt en gaat daar via een wartel of dakdoorvoer naar binnen. Die doorvoer is een toevoeging aan een dak dat niet voor die opening ontworpen is. Er wordt een gat gemaakt in bestaande dakbedekking, er komt een manchet of loden slab om de kabel heen, en die verbinding moet in de jaren die volgen bestand blijven tegen uitzetting, temperatuurwisseling en de wind die over een groot boerderijdak nu eenmaal vrij spel heeft. Bij een geïntegreerde felsbaan ligt dat anders, omdat de kabels van de cellen niet over het dak lopen maar aan de onderzijde van de baan al worden samengebracht.
Elke baan met cellen heeft aan de achterzijde een aansluiting die tijdens de montage wordt doorverbonden met de volgende baan, op dezelfde manier waarop de banen elkaar overlappen en in de fels grijpen. De kabels lopen zo onder het dakvlak, tussen de baan en de ondergrond, naar één verzamelpunt. Vanaf dat punt gaat de bekabeling door één doorvoer het dak uit, meestal op een plek die al bij het ontwerp van het dakvlak is gekozen: bij de nok, bij een bestaande doorvoer, of op een plek waar toch al een overgang in de constructie zit. Er komt dus niet op elke baan een eigen gat, en er hoeft niet voor elk paneel een aparte doorvoer gemaakt te worden zoals bij een systeem op beugels waar per string of per rij panelen een kabel het dak verlaat.
Dat scheelt vooral bij een groot boerderijdak omdat het aantal doorvoeren beperkt blijft tot wat het gebouw nodig heeft, niet tot wat het aantal panelen toevallig oplevert. Eén doorvoer, goed uitgevoerd en goed onderhouden, is eenvoudiger dicht te houden dan tien kleine doorvoeren verspreid over een dakvlak van honderd meter lang. Bij een dakvlak van die omvang, en dat is bij boerderijen eerder de regel dan de uitzondering, telt elk extra gat in de praktijk mee als een extra plek waar iets kan gaan lekken, hoe klein de kans daarop per doorvoer ook is.
Omdat de kabels onder de banen liggen en niet erboven, verandert er aan de bovenkant van het dak niets aan hoe de fels werkt. De haaks opstaande naad tussen de banen, waar water via de bekende weg naar de goot wordt afgevoerd, wordt niet doorbroken door een kabeltracé dat er dwars doorheen moet. Bij panelen op beugels ligt dat gevoeliger: de kabels moeten via de beugels of via het dakvlak naar de rand, en bij een dak met een lange lengte zoals een boerderijdak vaak heeft, is dat een aanzienlijke afstand om waterdicht te overbruggen zonder dat de kabel ergens bloot komt te liggen aan wind, zon of vogels die aan de bekabeling kunnen knagen.
Het verzamelpunt zelf, waar de kabels van de losse banen samenkomen voor ze het dak verlaten, wordt op dezelfde manier gedetailleerd als elke andere bijzondere aansluiting in een felsdak: met een doortimmerd stuk waar de doorvoer stevig op vastzit en waar de fels er zonder onderbreking om heen loopt. Dat is precies het soort detail waar wij op tekening naar kijken voordat er iets op de wals gaat: niet elk boerderijdak heeft dezelfde nokdetaillering of dezelfde gootlijn, en de plek van de doorvoer wordt gekozen op basis van de bestaande constructie, niet op basis van een standaardtekening die overal hetzelfde is.
Veel boerderijdaken liggen op een kapconstructie die al een tijd meegaat, soms ouder dan het dakbeslag dat er nu op zit. Bij een dak dat vervangen wordt, is dat meteen het moment om ook te kijken hoe de bekabeling het beste door die constructie heen kan, zonder dat er extra doorvoeren nodig zijn door spanten of gordingen die daar niet voor bedoeld zijn. Omdat de kabel bij een geïntegreerde felsbaan op één punt naar binnen gaat, is er meer vrijheid om die plek te laten samenvallen met een bestaande doorgang in de constructie, een luchtspouw die er al is, of een punt waar toch al een leidingtracé loopt voor andere installaties op het erf.
Dat is meteen ook waar de aansluiting op het gebouw zelf om de hoek komt. Veel boerderijen hebben een elektrische aansluiting die ooit is aangelegd voor het bedrijf zoals het er destijds bij stond, niet voor een dakvlak dat vermogen gaat leveren. Wat dat voor de aansluiting en de meterkast betekent, verschilt van bedrijf tot bedrijf en hangt af van wat er al aan capaciteit aanwezig is en wat er verder op het erf wordt gebruikt. Dat rekenen we niet uit op deze pagina, dat rekenen we uit op tekening, samen met de vraag waar in het gebouw de kabel het beste kan landen zodat de route van dak naar aansluitpunt zo kort en zo eenvoudig mogelijk blijft.
Omdat er één doorvoer is in plaats van een reeks kleinere doorvoeren, is er ook maar één plek die periodiek gecontroleerd moet worden op de staat van de afdichting. Bij een dak met meerdere kleinere doorvoeren, zoals gebruikelijk bij panelen op beugels, betekent onderhoud dat elke doorvoer apart bekeken moet worden, wat bij een groot boerderijdak met meerdere dakvlakken al snel oploopt tot een flink aantal controlepunten. Dat is geen kwestie van gemakkelijker of moeilijker onderhoud in absolute zin, maar wel van minder plekken waar iets kan gaan zitten.
Een boerderijdak dat nog jaren meegaat en waar alleen stroom bij moet komen, is niet automatisch een dak waar een geïntegreerde felsbaan de beste keuze is. Dit systeem loont vooral wanneer het dak toch aan vervanging toe is of wanneer er nieuw gebouwd wordt, omdat dan de kosten van dakbedekking en opwekking samenvallen in één investering. Als het bestaande dak nog goed is, ligt een set panelen op beugels boven op de bestaande bedekking vaak meer voor de hand: geen ingreep in een dak dat nog niet aan de beurt is, en een aansluiting die op zichzelf staat ten opzichte van de dakconstructie.
Wat een dakvlak in een concreet geval nodig heeft aan doorvoeren, waar die het beste kunnen liggen gezien de bestaande spanten en gordingen, en wat dat betekent voor de aansluiting op het bedrijf, dat verschilt van boerderij tot boerderij. Dat rekenen en tekenen we uit zodra we de bestaande situatie op tekening hebben, zonder dat dat iets kost.