Klikzink
Een hellend dak en een plat dak lossen hetzelfde probleem op een andere manier op, en dat wordt pas echt zichtbaar op het moment dat er iets stuk is. Bij de felsbaan met geïntegreerde zonnecellen zit de opwekking in het dakvlak zelf. Bij een plat dak met ballast liggen de panelen los op een frame, met tegels of iets vergelijkbaars als contragewicht, zonder dat er een gat in de dakbedekking zit. Beide oplossingen zijn doorboringsvrij, maar de manier waarop ze op een storing reageren, verschilt behoorlijk.
Op het hellende dak is elke baan een zelfstandige eenheid van ongeveer 475 millimeter breed, met de zonnecellen verwerkt in het vlak van die baan. Raakt één baan beschadigd, door hagel, door vallende takken, door werkzaamheden op het dak, dan valt de opwekking van die ene baan uit. De rest van het dakvlak blijft gewoon stroom leveren, elke baan werkt onafhankelijk van de andere. Het dak blijft ook gewoon dicht, want de waterdichtheid zit in de fels, de haaks opstaande naad tussen de banen, en die functie staat los van de zonnecel die erin verwerkt is. Er is geen aparte laag die lek kan raken boven op een verder intact dak, want die tweede laag bestaat hier niet.
Op een plat dak met ballast ligt het net iets anders. De panelen liggen op een frame boven de dakbedekking, vaak in rijen die elektrisch aan elkaar gekoppeld zijn. Eén defect paneel valt uit, en afhankelijk van hoe de strings zijn aangelegd kan dat een deel van de rij meetrekken. De dakbedekking daaronder blijft intact, want die ligt onder het geheel van frame en ballast en wordt door de storing niet geraakt. Dat is een reëel voordeel: een kapot paneel op een ballastdak is in de kern een elektrisch probleem, geen dakprobleem. Bij het felsdak is de zonnecel onderdeel van de dakbaan, dus een beschadigde cel raakt in principe ook de plaat waarin die cel zit.
Hier ligt het verschil dat de meeste vragen oproept. Een paneel op een ballastdak vervang je door het los te koppelen, van het frame te tillen en een nieuw paneel terug te zetten. Er wordt niets aan de dakbedekking gedaan, de ballast blijft liggen, het werk speelt zich af boven het dakvlak. Bij een beschadigde felsbaan moet de baan zelf vervangen worden, en dat betekent dat de klemmen onder de fels los moeten en de aansluitende banen tijdelijk vrijgemaakt worden om de nieuwe baan op maat in te schuiven. Dat is preciezer werk dan een paneel wisselen, en het gebeurt door een dakdekker die met dit systeem werkt, niet door een willekeurige installateur die alleen panelen plaatst. Op tekening is precies te zien welke baan het betreft en welke lengte er nodig is, want elke baan wordt op maat gewalst.
De eerlijke conclusie is dat het ballastdak op dit specifieke punt makkelijker is. Onderhoud aan de opwekking staat volledig los van de waterdichtheid, een paneel is met normaal materieel te vervangen en de ingreep raakt nooit de onderliggende dakbaan. Dat is precies waarom een plat dak met ballast voor veel platte daken de logische keuze blijft, zeker wanneer er geen aanleiding is om de dakbedekking zelf te vervangen. Op een plat dak heeft geïntegreerde opwekking in het dakvlak ook geen zin, want er is geen zichtbaar hellend vlak waar de esthetiek van gelijke banen iets toevoegt, en een plat dak vraagt om een heel andere technische oplossing dan een felsprofiel.
Op een hellend dak ligt het net andersom. Daar is geen ballast en geen frame nodig, wat betekent dat er geen extra hoogte, geen extra gewicht en geen extra onderdelen op het dak komen die apart onderhouden moeten worden. Het dakvlak blijft één vlak, zonder opstaande constructie die vuil vasthoudt of schaduw geeft op de rand. En omdat de dakbedekking en de opwekking hetzelfde onderdeel zijn, wordt er precies één keer geïnvesteerd in het dak in plaats van twee keer: eerst de nieuwe dakbedekking, en dan nog een montagesysteem erop.
In de praktijk is de keuze tussen deze twee systemen meestal al gemaakt voordat de vraag over falen aan de orde komt, want een plat dak vraagt om een ballastoplossing en een hellend dak vraagt om iets anders. De vergelijking is dus vooral relevant voor wie een gebouw ontwerpt met beide typen dakvlak, en zich afvraagt of de aanpak van onderhoud en storingen tussen die vlakken sterk uiteen zal lopen. Dat loopt inderdaad uiteen, en dat is precies waarom het zinvol is om dat vooraf te weten in plaats van pas wanneer er iets stuk is.
Wattpiek per vierkante meter, rendement en terugverdientijd verschillen per uitvoering en per dakvlak, en dat rekenen we uit op basis van de tekening van het project. Dat geldt voor het hellende felsdak, en voor de plek waar dat vlak grenst aan een plat gedeelte met een andere oplossing. Wie een gebouw met gemengde daken overweegt, kan de tekening naar Klikzink in Ede sturen voor een concreet voorstel per dakvlak, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn.