Klikzink
Zolang de zon schijnt, staat een zonnestroomsysteem onder spanning. Dat geldt voor elk systeem dat elektriciteit opwekt, of het nu op een hellend dak ligt of op een plat dak met tegels erbovenop. Het is de reden waarom brandweer bij een pand met zonnepanelen altijd eerst kijkt waar de kabels lopen en of het vlak spanningsloos te maken is voordat er iemand het dak op gaat of een dakdoorbraak maakt.
Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen ligt de bekabeling onder de banen, beschermd door het stalen dakvlak zelf. Er is geen aparte laag panelen die los van het dak ligt en apart bekabeld moet worden. De kabels volgen de banen naar de nok of naar de goot, afhankelijk van hoe het dak is ontworpen, en komen samen bij de omvormer. Een brandweerteam dat het vlak spanningsloos wil maken, schakelt bij de omvormer of bij een aparte noodstop uit die daarvoor bedoeld is. Dat werkt hetzelfde als bij losse panelen op een hellend dak: de opwekking zit verwerkt in het dakvlak, maar de manier waarop je het systeem uitschakelt, verandert daardoor niet.
Waar het voor de brandweer wel verschil maakt, is wat er ligt tussen het vuur en het dakvlak. Op een felsdak is dat niets. De cel ligt in het staal, er is geen luchtspouw onder een paneel waar vlammen zich onder kunnen verspreiden, en er is geen constructie van rails en klemmen die apart kan gaan smelten of loskomen. Dat is anders bij een systeem op een plat dak.
Op een plat dak is de gangbare oplossing een heel andere: panelen op een frame, met tegels op het frame die het geheel op zijn plaats houden door het gewicht. Er wordt niet doorboord, dus de dakbedekking blijft intact en waterdicht zonder dat er ergens een schroefgat is dat kan gaan lekken. Dat werkt goed op een plat dak en is precies waarom het daar de gangbare keuze is. Op een hellend vlak is het geen optie: zonder doorboring is er niets dat het paneel op zijn plek houdt zodra het dak een helling heeft, dus daar wordt altijd mechanisch bevestigd of, bij een felsdak, verwerkt in de baan zelf.
Bij ballast op een plat dak ligt het paneel los boven de dakbedekking, op een frame met een luchtruimte ertussen. Voor de brandveiligheid betekent dat twee dingen. Aan de ene kant is de bekabeling vaak beter te bereiken dan bij een geïntegreerd systeem, omdat je onder de panelen kunt komen zonder het dak open te maken. Aan de andere kant is er wel die luchtspouw onder het paneel, en een frame van aluminium dat bij hoge temperatuur zijn sterkte verliest. Een felsdak heeft die spouw niet: het paneel is het dakvlak, er is geen tussenlaag waar hitte of rook zich onder kan verzamelen.
Stel een utiliteitsgebouw met een plat dak vol panelen op ballast, en een naastgelegen loods met een hellend felsdak. Op het platte dak moet de brandweer bij een incident rekening houden met een systeem dat losstaat van de dakbedekking: bekabeling die over het dak loopt tussen de rijen panelen, en frames die bij extreme hitte kunnen bewegen of inzakken. Op het felsdak is de bekabeling weggewerkt onder de banen en is er geen los frame dat apart kan bezwijken. Dat maakt het beoordelen van de situatie eenvoudiger, maar het maakt het bereiken van de bekabeling voor onderhoud of storingzoeken juist lastiger dan bij een systeem dat je van onderaf kunt aanraken.
Er is nog een verschil dat bij platte daken vaak over het hoofd wordt gezien: bij een dakbrand van binnenuit moet de brandbedekking bij ballastsystemen soms verwijderd worden om bij het dakvlak te komen, terwijl de tegels en het frame juist gewicht toevoegen dat bij een instortend dak een rol kan spelen. Bij een felsdak is er geen extra gewicht bovenop het dakvlak: de cel is het dakvlak, er komt niets bij.
Het is niet zo dat het felsdak op alle punten beter scoort. Op een plat dak is ballast vaak de meest praktische keuze, en niet alleen om brandveiligheidsredenen. Je kunt panelen vervangen of het systeem uitbreiden zonder aan de dakbedekking te komen, onderhoud aan de kabels en de omvormer is eenvoudig omdat alles bovenop het dak bereikbaar blijft, en bij schade aan één paneel til je het eenvoudig van het frame. Bij een geïntegreerde felsbaan zit de cel in de baan zelf; als daar iets mee is, moet die baan vervangen worden, niet alleen een los paneel.
Daar staat tegenover dat een hellend dak nooit de keuze tussen deze twee heeft. Ballast werkt niet op een schuin vlak, dus daar is de vergelijking niet ballast tegenover felsdak, maar felsdak tegenover panelen die wel mechanisch aan het dak bevestigd worden. De vergelijking met een plat dak met ballast is dan ook vooral relevant wanneer een gebouw beide daktypen heeft, of wanneer een opdrachtgever moet kiezen tussen een plat dak ombouwen tot een lichte helling met felsbanen, of het plat houden en ballast toepassen.
Bij Klikzink werken we niet met ballastsystemen; onze felsbanen zijn bedoeld voor hellende daken, waar de bevestiging van de baan ook de bevestiging van de cel is. Wat we wel doen, is op tekening meedenken over waar de bekabeling het beste kan lopen, hoe de aansluiting naar de omvormer wordt uitgevoerd, en welke voorzieningen nodig zijn om het vlak snel spanningsloos te maken. Dat werk is voor elk dakvlak anders, afhankelijk van de vorm van het dak, de plek van de nok en de positie van de omvormer, en we rekenen dat door zonder dat het iets kost.