Klikzink
Een garagebedrijf verbruikt overdag stroom. Hefbruggen, compressoren, verlichting in de werkplaats, een laadpaal of twee op het terrein, misschien een spuitcabine met afzuiging. Dat is precies het moment waarop een dak met geïntegreerde zonnecellen ook stroom levert. De vraag die er dan toe doet is niet hoeveel dakvlak er ligt, maar hoeveel van wat er wordt opgewekt ook meteen wordt opgebruikt binnen het bedrijf zelf.
Dat onderscheid is belangrijker dan het lijkt. Stroom die je zelf gebruikt op het moment dat hij wordt opgewekt, levert iets op. Stroom die op dat moment niet nodig is, gaat het net op, en daar is de vergoeding tegenwoordig een ander verhaal dan een paar jaar geleden. Netbeheerders zien op zonnige dagen soms meer aanbod dan het net kan verwerken, en de prijs die je voor teruglevering krijgt, is daardoor niet meer vanzelfsprekend gunstig. Een dak dat veel opwekt maar weinig van die opwekking direct wegzet in het eigen gebouw, benut zijn oppervlak dus minder goed dan een dak dat kleiner is maar precies past bij het verbruikspatroon binnen.
Bij een garagebedrijf ligt dat verbruikspatroon gunstig. De werkplaats draait overdag, niet 's nachts. Een laadpaal voor het wagenpark of voor klantauto's die in de wacht staan, trekt vermogen op precies de uren dat de zon ook levert. Een hefbrug die de hele middag in gebruik is, een compressor die aanslaat en weer uitschakelt, een testbank, dat zijn allemaal verbruikers die overdag actief zijn en die het aandeel eigen verbruik omhoog trekken. Hoe groter dat aandeel, hoe meer de opgewekte stroom daadwerkelijk iets betekent voor de energierekening, in plaats van dat hij tegen een lage vergoeding het net op gaat.
De omvang van het dakvlak bepaalt hoeveel er maximaal opgewekt kan worden, maar het verbruik binnen bepaalt hoeveel daarvan ook echt nut heeft. Een groot plat vlak boven een showroom die verder weinig stroom vraagt, wekt misschien veel op, maar zet een groot deel daarvan tegen een matige prijs op het net. Een kleiner dakvlak boven een werkplaats met veel gelijktijdig verbruik overdag, kan die opwekking juist grotendeels zelf wegzetten. Dat maakt het dakvlak van een garagebedrijf, met zijn combinatie van werkplaats, kantoor en laadpunten, in de praktijk vaak een gunstiger uitgangspunt dan de oppervlakte alleen zou suggereren.
Dat is ook waarom het geen zin heeft om dit los te rekenen van het gebouw. Een garagebedrijf met drie hefbruggen en twee laadpalen op het voorterrein heeft een ander verbruiksprofiel dan een garagebedrijf dat vooral kantoorwerk doet en de werkplaats grotendeels uitbesteedt. Beide hebben misschien een vergelijkbaar dakvlak, maar de verhouding tussen wat er wordt opgewekt en wat er meteen wordt opgebruikt, kan sterk verschillen. Dat reken je uit op basis van het gebouw zelf, niet op basis van een vlakke aanname per vierkante meter.
Bij een gebouw waar het net een beperkende factor wordt, gaat het niet alleen om wat je zelf verbruikt, maar ook om wat de aansluiting van het bedrijf toelaat aan teruglevering. Sommige garagebedrijven zitten op een bedrijventerrein waar het net al vol zit met andere partijen die ook opwekken. Dan kan het zijn dat een deel van de potentiële opwekking niet eens wordt toegelaten op het net, ongeacht hoe groot het dak is. Dat is iets wat per aansluiting en per netbeheerder verschilt, en het is precies waarom we dit nooit invullen met een algemeen getal. We kijken naar het dakvlak, naar het verbruiksprofiel van de werkplaats en het kantoor, en naar wat de aansluiting toelaat, en pas dan wordt duidelijk wat een dak met geïntegreerde opwekking voor dit specifieke gebouw betekent.
Dat verschilt dus per pand, per aantal laadpalen, per bedrijfsvoering. Een garagebedrijf dat 's avonds en in het weekend nog draait vanwege een wasstraat die los van de werkplaats blijft draaien, heeft weer een ander profiel dan een bedrijf dat om vijf uur de deuren sluit. Geen van die situaties is beter of slechter, ze vragen alleen om een andere rekensom.
Dit stuk gaat niet over hoe de bekabeling het gebouw binnenkomt of waar de omvormer een plek krijgt; dat staat elders beschreven. Het gaat ook niet over wat er gebeurt bij schaduw op het dak of bij een defecte baan. Hier gaat het uitsluitend om de vraag wat er met de opgewekte stroom gebeurt zodra die het dakvlak verlaat: wat blijft binnen het gebouw, en wat gaat naar het net.
Wij rekenen dit uit op tekening, aan de hand van het dakvlak dat er ligt en het verbruiksprofiel dat bij het bedrijf past. Voor het ene garagebedrijf, met veel laadpalen en een drukke werkplaats overdag, ligt de verhouding tussen eigen verbruik en teruglevering gunstiger dan voor het andere, met een rustiger dagpatroon. Cijfers over opbrengst of terugverdientijd geven we hier niet, die verschillen te veel per dak en per aansluiting om in algemene termen te vangen. Wat we wel kunnen doen, is op basis van uw tekening en uw verbruikspatroon laten zien hoe die verhouding er voor uw gebouw uitziet, zodat u weet waar u aan toe bent voordat er iets op het dak, of in het dak, wordt gelegd.