Klikzink

Wat het net doet met stroom van een loods

Een loods heeft een ander stroompatroon dan een woonhuis, en dat patroon bepaalt wat er met de opgewekte stroom gebeurt. In een woning wordt overdag weinig gebruikt: de bewoners zijn op hun werk, de wasmachine draait 's avonds, de piek in verbruik valt op het moment dat de zon al onder is. Bij een loods is dat vaak precies omgedraaid. De poort gaat 's ochtends open, de heftruck rijdt, de compressor loopt, de verlichting boven de stellingen brandt, en dat gebeurt allemaal overdag, op dezelfde uren dat het dak zon vangt.

Dat is de reden dat eigen verbruik hier zwaarder telt dan de oppervlakte van het dak. Een groot dakvlak levert veel wattpiek, maar wat daarmee gebeurt hangt af van wat er op datzelfde moment binnen wordt gebruikt. Stroom die je zelf gebruikt op het moment dat hij wordt opgewekt, is iets anders dan stroom die het net op gaat. Wat het net ermee doet, wat je ervoor terugkrijgt en onder welke voorwaarden, is een zaak van de netbeheerder en de energieleverancier, en verschilt per aansluiting en per contract. Dat rekenen wij niet uit; wij weten wel dat een dakvlak dat aansluit op het verbruiksprofiel van het gebouw eronder, in de praktijk meer betekenis heeft dan een dakvlak dat alleen naar wattpiek wordt bekeken.

Bij een loods is dat verbruiksprofiel meestal gunstig voor eigen gebruik, juist omdat het gebouw groot en open is en meestal niet wordt verwarmd. Er is geen cv-installatie die 's nachts stroom vraagt, geen warmtepomp die op onregelmatige momenten aanslaat. Het verbruik zit in machines, transportbanden, verlichting, koeling als er gekoelde opslag is, en dat loopt grofweg gelijk met de bedrijfstijd. Een loods die van acht tot vijf draait, gebruikt stroom precies in de uren dat een groot dakvlak naar het zuiden of naar het westen het meeste levert. Dat is geen garantie, want elke loods heeft zijn eigen dagritme, maar het is wel de reden dat dakvlak en verbruik hier vaker samenvallen dan bij een gebouw dat 's avonds pas vol staat.

De omvang van het dakvlak is daarbij minder bepalend dan vaak wordt gedacht. Een loods van drieduizend vierkante meter dakvlak levert niet automatisch drieduizend vierkante meter aan nuttige opwekking op, want een deel van die opwekking gaat het net op als het gebouw op dat moment minder vraagt dan het dak levert. Andersom kan een kleiner dakvlak, gecombineerd met een gebouw dat continu stroom vraagt, effectiever zijn dan een groot dak op een gebouw dat maar een paar uur per dag draait. Dat is precies waarom wij dit op tekening uitrekenen en niet op vloeroppervlak: het gaat om de combinatie van dakoriëntatie, dakvlak en het verbruikspatroon van wat er binnen gebeurt, en die combinatie is voor elke loods anders.

Daar komt bij dat een loods vaak processen heeft die niet alleen overdag lopen, maar ook pieken kennen. Een koel- of vrieshuis trekt veel stroom op het moment dat de koeling aanslaat, en dat moment hangt niet per se samen met de zon. Een assemblagehal met ploegendienst kan 's avonds nog draaien terwijl het dak al niets meer levert. Dat betekent niet dat geïntegreerde opwekking dan geen zin heeft, het betekent dat de verhouding tussen wat je zelf gebruikt en wat er overblijft voor het net per bedrijf verschilt, en dat je die verhouding vooraf in kaart moet brengen in plaats van aan te nemen dat een groot dak automatisch een groot voordeel geeft.

Wat hier bij de solarfels bijkomt, is dat het dak zelf de opwekking is, niet een toevoeging erop. Bij een nieuw dak of een dak dat toch aan vervanging toe is, betaal je één keer voor het felswerk en de opwekking samen, in plaats van eerst een dak te leggen en daar later panelen bovenop te zetten. Dat verandert niets aan wat het net doet met de stroom die overblijft, maar het verandert wel de vraag of de investering in het dakvlak zelf zin heeft. Bij een loods die toch een nieuwe kap krijgt, ligt die vraag anders dan bij een loods met een dak dat nog jaren meekan.

De bekabeling die de opgewekte stroom van het dak naar de meterkast en de omvormer brengt, loopt onder de banen door naar het verzamelpunt, zoals wij uitleggen bij [de bekabeling onder de baan](/dakstroom/loods/bekabeling). Vanaf daar bepaalt de installatie binnen, niet het dakvlak, wat er met de stroom gebeurt: eerst naar het eigen verbruik dat op dat moment loopt, en wat overblijft naar het net of naar een batterij als die er is. Waar die omvormer een plek krijgt en hoe die aansluit op het verdeelsysteem van de loods, bepaalt mede hoe soepel dat schakelen tussen eigen verbruik en teruglevering verloopt, zoals te lezen is bij [waar de omvormer komt te hangen](/dakstroom/loods/omvormer).

Voor een opdrachtgever die overweegt om het dak van een loods zelf stroom te laten leveren, is de vraag dus niet alleen hoeveel dakvlak er ligt, maar hoe het gebruik binnen over de dag verdeeld is. Een loods met een vaste dagploeg en machines die de hele dag draaien, heeft een ander profiel dan een loods die vooral 's nachts als opslag dient en overdag nagenoeg leeg staat. Wij kunnen op basis van een tekening en een indicatie van het verbruikspatroon aangeven welk deel van het dakvlak zinvol is voor opwekking en welk deel vooral bijdraagt aan wat er teruggaat het net op. Dat is geen rekensom die we hier publiceren, want ze verschilt per gebouw, per oriëntatie en per bedrijfsvoering, maar het is wel een rekensom die we voor een concreet dak graag maken.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink