Klikzink

Wat het net doet met stroom bij een kantoorpand

Een kantoorpand verbruikt stroom vooral overdag, tussen acht en zes, op werkdagen. Servers, verlichting, koeling, koffieautomaten, laadpalen op de parkeerplaats: het grootste deel van het verbruik valt precies in de uren dat de zon ook schijnt. Dat is gunstig, want het betekent dat een groot deel van wat het dak opwekt direct in het gebouw zelf wordt gebruikt, zonder dat het eerst het net op moet en weer terug.

Wat er gebeurt met stroom die je niet zelf gebruikt, is een andere vraag dan hoeveel je dak in totaal opwekt. Op een moment dat het gebouw leeg is, in het weekend, tijdens een bouwvak, op een zonnige zondag, wekt het dak door terwijl er in het pand vrijwel niets wordt verbruikt. Die stroom gaat het net op. Wat het net daarmee doet en wat dat oplevert, hangt af van het contract met de energieleverancier en van de afspraken die daarover gelden op het moment van aansluiten. Dat verschilt per gebouw, per leverancier en per periode, en dat rekenen wij niet uit; dat is aan de partij die de installatie aansluit en het energiecontract regelt.

Waar wij wel iets over kunnen zeggen, is de andere kant: hoeveel dakoppervlak nodig is om een bepaald deel van het eigen verbruik overdag te dekken, en hoe dat oppervlak op het dakvlak past. Voor een kantoorpand is dat vaak een prettiger vraag dan hoeveel wattpiek er in totaal op het dak kan. Een kleiner dakvlak dat vooral eigen verbruik overdag dekt, kan voor de opdrachtgever waardevoller zijn dan een vol dak dat voor een groot deel het net op gaat.

Een dak vol met installaties

Bij kantoorpanden is het dakvlak zelden leeg. Er staat een luchtbehandelingskast, er lopen kanalen naar buiten, er is een dakopstand voor de lift, er staan soms nog airco-units op consoles. Dat beperkt het bruikbare oppervlak voor opwekking, of het dwingt tot een indeling in stroken en vlakken tussen de installaties door.

Felsbanen met cellen erin liggen in het vlak van het dak, zonder beugels of frame ertussen. Dat maakt het makkelijker om precies de stroken te beleggen die vrij zijn, in de lengte die past tussen twee installaties, zonder dat er een montagerail over een dakdoorvoer heen moet of een schaduwrand ontstaat naast een luchtkanaal. Op een plat kantoordak met veel opbouw is dat vaak praktischer dan een systeem dat als geheel raamwerk op het dak wordt gezet.

Hoeveel dakoppervlak er dan overblijft, en of dat genoeg is om een zinvol deel van het dagverbruik te dekken, is per gebouw anders. Dat zetten wij op tekening naast elkaar: waar staat wat op het dak, welke vlakken blijven over, en past daar een indeling in banen op.

Een gebouw waar het uiterlijk meetelt

Bij een kantoorpand komen klanten, bezoekers, soms een hele delegatie die net voor de deur parkeert en naar boven kijkt voordat ze naar binnen lopen. Het dak is dan geen onzichtbaar vlak achter een dakrand, het is onderdeel van hoe het gebouw overkomt. Een dak met een rij paneelbeugels die boven het vlak uitsteekt, met kabelgoten en een randafwerking eromheen, valt op een manier op die niet altijd bij het beeld van het gebouw past.

Omdat de cellen in dit systeem in dezelfde matte, donkere kleur liggen als de banen zonder cellen, en op dezelfde lijn, blijft het dakvlak van een afstand één geheel. Er is geen tweede laag die boven het dak uitsteekt en die als aparte constructie herkenbaar is. Voor een gebouw waar het aanzien ertoe doet, bij de ontvangst van bezoekers of gewoon omdat de architect daar bewust over heeft nagedacht, is dat vaak precies het punt waarom voor deze uitvoering wordt gekozen in plaats van voor panelen op beugels.

Dat zegt niets over wat het dak oplevert, en dat is ook niet waar deze keuze om draait. Het gaat om hoe het dakvlak eruitziet, en die overweging staat los van de vraag hoeveel stroom er wordt opgewekt of wat daarvan naar het net gaat.

Wanneer het wel en niet de goede keuze is

Deze uitvoering loont het meest wanneer het dak van het kantoorpand toch aan vervanging toe is, of wanneer het gebouw nieuw wordt gebouwd. Dan betaal je in feite één keer voor het dak en de opwekking samen, in plaats van eerst een dak en later nog een keer een paneelconstructie erop. Bij een dak dat nog jaren meekan en verder in goede staat is, ligt een paneelinstallatie op beugels vaak meer voor de hand: die kun je op een bestaand dak zetten zonder de dakbedekking te vervangen, en dat is voor veel kantoorpanden de snellere en goedkopere weg naar opwekking op het dak.

De keuze tussen beide hangt dus niet af van wat mooier is of van wat het net doet met de stroom die overblijft, maar van waar het gebouw in zijn levensduur staat en van hoeveel van het dakvlak vrij is tussen de installaties. Wij denken daar op tekening in mee, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn, en we rekenen dan uit welk deel van het dak zich leent voor opwekking en hoe dat aansluit op het verbruik van het gebouw overdag.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink