Klikzink
Een boerderij heeft meestal het grootste dakvlak van het hele erf en tegelijk een aansluiting die daar niet op is ingericht. De stal is vaak later bijgebouwd dan de aansluiting op het net, of andersom: de aansluiting is ooit aangelegd voor een bedrijf met een paar melkmachines en wat verlichting, niet voor een dak vol zonnecellen dat op een heldere junidag in een paar uur meer stroom maakt dan er in die uren wordt verbruikt. Dat teveel moet ergens heen, en dat ergens is het net. Daar zit precies de beperking waar dit stuk over gaat.
Wat je niet zelf gebruikt op het moment dat het wordt opgewekt, gaat terug het net op. Dat kan, maar niet onbeperkt. De netbeheerder bepaalt hoeveel vermogen een aansluiting mag teruggeven, en die grens ligt bij een boerderij vaak lager dan de dakcapaciteit zou toestaan. Het gevolg is dat een groot dakvlak niet automatisch een grote opwekking betekent. Op het net kun je vaak minder terug leveren dan het dakvlak zou kunnen opwekken, en dat is een ander uitgangspunt dan waar de meeste mensen op rekenen wanneer ze naar de omvang van een stal kijken.
De stroom die je zelf gebruikt op het moment dat hij wordt opgewekt, gaat nooit het net op en hoeft dus ook niet door een net te worden opgenomen dat daar geen ruimte voor heeft. Dat maakt het moment van verbruik minstens zo belangrijk als de hoeveelheid opwekking. Een boerderij met koeling, ventilatoren voor de stal of een melkrobot die overdag draait, gebruikt stroom precies op de momenten dat de zon ook schijnt. Dat verbruik overdag is voor een boerderij vaak gunstiger dan een piekvermogen dat het dak in theorie zou kunnen leveren, omdat die piek op een aansluiting met beperkte teruglevercapaciteit toch niet weg kan.
Dit werkt door in hoe een dakvlak wordt ingedeeld. Niet elk vierkante meter van de stal hoeft zonnecellen te krijgen; het kan verstandiger zijn om een deel van het dak te benutten en de rest gewoon felsbaan zonder cellen te laten, in dezelfde lijn en kleur, zodat het dakvlak intact blijft terwijl het opgewekte vermogen past bij wat de aansluiting en het eigen verbruik nodig hebben. Dat is een andere afweging dan die uit de vraag hoe de stroom naar binnen komt, waar wij op ingaan bij [hoe de stroom naar binnen komt bij een boerderij](/dakstroom/boerderij/stroom-naar-binnen); hier gaat het om de vraag hoeveel er in de eerste plaats zou moeten worden opgewekt, gegeven wat het net toelaat en wat het bedrijf zelf verbruikt.
Neem een melkveebedrijf met een ligboxenstal van dertig bij zeventig meter en een oude aansluiting die dateert van voor de uitbreiding van de veestapel. De stal heeft een zadeldak met een groot zuidgericht vlak, in theorie ruim genoeg voor een forse installatie. Maar de aansluiting laat een beperkt terugleververmogen toe, en de netbeheerder wil daar niet zomaar van afwijken zonder een verzwaring van de aansluiting, wat een aanvraag, wachttijd en extra kosten met zich meebrengt.
In zo'n geval is de vraag niet hoeveel dak er is, maar hoeveel vermogen er nuttig is: genoeg om het eigen verbruik overdag te dekken en de rest binnen de grens van de aansluiting terug te leveren, zonder dat een groot deel van de potentiële opwekking op papier blijft staan omdat het net het niet opneemt. Dat kan betekenen dat een deel van het dakvlak met cellen wordt uitgevoerd en een deel niet, of dat er wordt gekozen voor een kleinere belasting per vierkante meter dan technisch mogelijk zou zijn. Bij een varkensstal met veel ventilatoren die dag en nacht draaien, ligt de verhouding weer anders, omdat het verbruik daar minder aan daglicht gebonden is en er relatief meer stroom op het moment zelf wordt weggenomen.
Verzwaring van de aansluiting is soms wel de juiste stap, vooral bij nieuwbouw of bij een bedrijf dat toch al uitbreidt. Dan loont het om dat gelijk mee te nemen in de planning, net zoals het loont om dak en opwekking in één keer aan te leggen wanneer het dak toch al aan vervanging toe is. Dat is een van de redenen waarom dit voor een boerderij vaak beter past bij een nieuw dak dan als losse toevoeging op een bestaand dak dat nog jaren meekan.
Hoeveel vermogen een net op een specifieke locatie toelaat, hangt af van de netbeheerder, de bestaande aansluiting en soms van de capaciteit in het gebied, wat per adres kan verschillen. Wij kennen die cijfers niet vooraf en verzinnen ze ook niet: dat is iets wat de netbeheerder aangeeft en wat wij samen met de opdrachtgever of installateur meenemen in het ontwerp. Wat wij wel doen, is het dakvlak zo indelen dat het beschikbare vermogen zo goed mogelijk aansluit bij wat er nuttig is, gegeven de aansluiting en het verbruik van het bedrijf.
Dat betekent dat het antwoord op de vraag wat het net ermee doet nooit een vast getal is, maar een uitkomst van de combinatie van dakvlak, aansluiting en verbruikspatroon. Bij het ene bedrijf ligt de grens bij de aansluiting, bij het andere bij het dakvlak zelf, en bij een derde bij het verbruik overdag. Wij rekenen dat uit op tekening, per dakvlak en per situatie, in overleg met de partij die de aansluiting en de netaanvraag regelt.
Dit raakt ook aan een andere vraag die vaak samen met deze wordt gesteld: waar in het gebouw de apparatuur staat die de opgewekte stroom omzet naar iets dat het bedrijf en het net kunnen gebruiken. Daarover gaat het stuk over [waar de omvormer komt bij een boerderij](/dakstroom/boerderij/omvormer), waarin we ingaan op de plek in het gebouw, niet op de vraag hoeveel vermogen er wordt opgewekt of teruggeleverd. Beide vragen horen bij elkaar wanneer een boerderij een dak met geïntegreerde zonnecellen overweegt, maar het zijn twee verschillende beslissingen: de ene gaat over ruimte in het gebouw, de andere over de grens van het net.
Voor wie dit overweegt op een bestaand bedrijf is het raadzaam om vroeg in het traject contact te leggen met de netbeheerder over de beschikbare capaciteit, ruim voordat er een keuze wordt gemaakt over hoeveel van het dakvlak met cellen wordt uitgevoerd. Dat voorkomt dat er een installatie wordt ontworpen die meer kan opwekken dan het net op die plek toelaat. Wij denken daarin mee op basis van de tekening van het dak en de gegevens die de netbeheerder aanlevert, zonder daar vooraf een getal op te plakken dat voor dit ene gebouw toch niet klopt.