Klikzink
Een loods wordt vaak in fasen gebruikt. Eerst één hal, later een tweede. Eerst alleen opslag, later ook een productielijn met meer stroomverbruik. Die vraag komt dan ook geregeld terug bij een dak met geïntegreerde zonnecellen: als je nu een deel van het dakvlak legt met opwekkende banen, kun je er later nog iets aan toevoegen, of ligt het dak dan vast voor de rest van zijn levensduur.
Een felsdak wordt in één keer gelegd, baan naast baan, met de fels als verbinding en bevestiging. Binnen dat vlak kun je banen met cellen en banen zonder cellen naast elkaar leggen, in elke gewenste verdeling. Dat is geen technisch compromis; de banen zijn identiek van vorm en liggen op dezelfde lijn, alleen de ene bevat cellen en de andere niet. Voor het gebouw en voor het oog is het één dakvlak. Wat dit voor uitbreiden betekent, hangt af van wat je later precies wilt: meer opwekking op hetzelfde vlak, of opwekking op een vlak dat er nog niet is.
Bij een loods die in fasen gebouwd wordt, is dit de eenvoudigste route. De eerste hal krijgt zijn eigen dakvlak met een bepaald aantal opwekkende banen, berekend op het verbruik van dat moment. Komt er later een tweede hal bij, dan krijgt die zijn eigen nieuwe dakvlak, los gelegd, met zijn eigen aansluiting. Er is dan geen sprake van uitbreiden in de zin van ingrijpen in het bestaande dak; het is een nieuw stuk dak dat naast het oude komt. Dat is voor een loods vaak de praktische situatie, omdat uitbreiding meestal een nieuwe kap of aanbouw betekent en niet een ingreep in het bestaande dakvlak.
De andere route werkt binnen één bestaand dakvlak. Je legt het dak in één keer, maar niet alle banen krijgen cellen. Een deel van de banen is gewoon staal in dezelfde kleur en profiel, zonder opwekking. Wil je later meer capaciteit, dan vervang je een aantal van die kale banen door banen met cellen. Omdat de fels een klikverbinding is en er geen schroeven door het dakvlak gaan, is een baan in principe uitneembaar zonder dat je het hele dak openlegt. In de praktijk betekent dit dat je bij de eerste aanleg al rekening houdt met welke banen op termijn vervangen zouden kunnen worden, zodat de bekabeling daar op voorbereid is of eenvoudig aan te leggen is.
Een loods is meestal een groot, open gebouw zonder verwarming of met alleen plaatselijke verwarming. Het verbruik zit voor een groot deel in machines, transportbanden, koeling, verlichting en dergelijke, en dat verbruik valt grotendeels overdag, tijdens de bedrijfsuren. Dat is ook het moment waarop een dak met cellen stroom levert. Waar bij een woning de opwekking en het verbruik vaak niet gelijk lopen, sluit het bij een loods vaker aan. Dat is een reden waarom het voor dit type gebouw de moeite waard kan zijn om vanaf het begin ruimte te maken voor uitbreiding, ook als je nu nog niet alle banen met cellen legt.
Stel dat een loods start met een deel opwekkende banen en een deel kale banen, met het idee om later uit te breiden. Op het moment dat er meer capaciteit nodig is, gebeurt er drie dingen. De kale banen die vervangen worden, gaan eruit, met de klemmen los onder de fels; dat is dezelfde bevestiging als bij de eerste aanleg, dus geen nieuwe doorboringen. De nieuwe banen met cellen komen op dezelfde plek terug, in dezelfde lijn en kleur als de rest van het dak, zodat er geen visueel onderscheid ontstaat tussen oud en nieuw. En de bekabeling van die nieuwe banen wordt aangesloten op het bestaande systeem of op een uitbreiding daarvan, wat afhangt van hoe de eerste aanleg is opgezet. Dat laatste is precies waarom het verstandig is om dit bij de eerste aanleg al te bespreken, ook als de uitbreiding zelf nog niet vaststaat.
De vorm en de bevestiging van het dak liggen vast zodra het gelegd is; daar verander je niets meer aan zonder banen te vervangen. Wat wel later beslist kan worden, is hoeveel van de banen cellen krijgen. Dat maakt het felsdak anders dan een dak met opgelegde panelen, waarbij uitbreiden meestal betekent dat je panelen bijzet op een plek waar nog ruimte is. Bij een geïntegreerd dak zit de keuze in de samenstelling van het dakvlak zelf, en die samenstelling kun je bij de eerste aanleg al zo ontwerpen dat een latere uitbreiding een kwestie is van banen wisselen in plaats van het dak openbreken.
Het is dan ook niet zo dat een dakvlak met cellen altijd de voordeligste keuze is boven een dak met opgelegde panelen. Per wattpiek is een geïntegreerd dak duurder, en het rendeert vooral wanneer het dak sowieso vervangen wordt of nieuw wordt aangelegd, omdat je dan in één keer betaalt voor dak en opwekking samen. Bij een bestaande loods met een dak dat nog jaren meekan, is een set panelen op beugels vaak de eenvoudiger en goedkopere weg naar meer opwekking, ook als je later wilt uitbreiden. De keuze voor een geïntegreerd dak hoort dus bij het moment dat er sowieso een nieuw dak komt, niet bij het moment dat er alleen meer stroom nodig is.
Hoeveel banen met cellen je nu legt, hoeveel je vrijhoudt voor later, en hoe de bekabeling zich verhoudt tot een eventuele uitbreiding, verschilt per dakvlak en per gebouw. Dat rekenen we uit op tekening, zonder kosten voor dat meedenken. Als er al een tweede fase van de loods in de planning staat, of als je nu bewust een deel van het dak kaal wilt houden voor later, is dat precies het moment om dat gesprek te voeren voordat de eerste banen gelegd worden.