Klikzink

Per baan zien wat hij doet op een zadeldak

Een zadeldak heeft twee vlakken die tegen elkaar aan liggen, met de nok als scheidingslijn. Het ene vlak kijkt naar de ene kant, het andere naar de andere kant, en die twee kanten krijgen op vrijwel elk moment van de dag een andere hoeveelheid licht. Dat is precies wat meten per baan hier de moeite waard maakt: je vergelijkt niet alleen banen onderling, je vergelijkt ook vlak tegen vlak.

Bij een plat dakvlak zonder nok, zoals een lessenaarsdak, ligt alles in dezelfde richting en verwacht je min of meer dezelfde opbrengst over de hele breedte, met wat variatie door een schoorsteen of een boom in de buurt. Op een zadeldak is die vergelijking anders. Het oostvlak levert 's ochtends zijn stroom, het westvlak 's middags en 's avonds, en dat is normaal. De vraag die overblijft is niet welk vlak het meest doet, maar of een vlak minder doet dan je op basis van de stand van de zon zou verwachten. Dat is een andere vraag dan bij een dak dat maar één kant heeft, en die vraag kun je alleen beantwoorden als je de twee vlakken los van elkaar kunt aflezen.

Een voorbeeld. Op een woonhuis met een zadeldak lag het westvlak 's middags flink lager dan verwacht, terwijl het oostvlak die ochtend normaal had gepresteerd. Zonder monitoring per vlak zou dat verschil zijn opgegaan in het dagtotaal van het hele dak. Met de meting per vlak, en binnen dat vlak per baan, was in een kwartier duidelijk dat het niet om een baan ging maar om schaduw van een net gegroeide boom naast het huis, iets waar geen onderhoud aan te doen was maar wat wel verklaarde waarom de opbrengst structureel lager lag dan op het oostvlak.

Schakeling per vlak, doorvoer bij de nok

Op een zadeldak is het gebruikelijk om de twee vlakken elk apart te schakelen. De kabels van het oostvlak lopen naar hun eigen aansluitpunt, die van het westvlak naar het hunne, en beide komen samen bij de nok naar binnen. Dat is een praktische keuze en geen esthetische: de nok is het punt waar de dakbedekking van beide vlakken toch al samenkomt, dus daar zit de doorvoer die het minst opvalt en het makkelijkst waterdicht te maken is. Hoe die doorvoer er in de praktijk uitziet, en wat er nodig is om hem droog te houden, leggen we uit bij de aansluiting op de nok.

Door de vlakken apart te schakelen kun je op het niveau van de omvormer of de meetunit al zien of een verschil in opbrengst normaal is, omdat de zon nu eenmaal aan die kant staat, of dat het om een storing gaat. Dat onderscheid is bij een zadeldak belangrijker dan bij een dak met één vlak. Een dakvlak dat naar het noorden ligt levert altijd minder, dat weet je van tevoren en dat is geen storing; twee vlakken van een zadeldak die 's ochtends en 's middags allebei anders presteren dan hun buurvlak is ook geen storing, dat is de zon die van oost naar west trekt. De meting per vlak voorkomt dat je die normale variatie aanziet voor een probleem, en tegelijk maakt hij het mogelijk om binnen één vlak, waar de omstandigheden voor alle banen gelijk zijn, wél een echte storing te herkennen.

Waarom je een dakvlak niet kunt opnemen zoals een paneel

Bij een paneelinstallatie op beugels kun je met een verrekijker of een ladder al een indruk krijgen van vervuiling of schade: het paneel steekt boven het dak uit en is als apart object te bekijken. Een felsbaan met geïntegreerde cellen ligt in het vlak van het dak, op dezelfde lijn als de banen zonder cellen, zonder rand of kader dat aangeeft waar de opwekking begint of stopt. Dat is precies het punt van deze uitvoering: er is geen tweede laag boven het dak te zien. Het is ook de reden dat je van buitenaf niets kunt aflezen. Wat er te meten valt, moet dus uit de bekabeling komen, niet van het dak.

Op een zadeldak speelt dat sterker dan op een enkelvoudig hellend vlak, simpelweg omdat er twee vlakken zijn die je vanaf de grond nooit allebei goed kunt overzien. Vanaf de straat zie je het ene vlak, vanaf de tuin het andere, en zelfs dan zie je geen verschil tussen een baan die vijf procent minder doet en een baan die volledig uitvalt. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen is dat verschil in het aanzicht sowieso niet te zien, wat een ander punt is dan bij een felsdak met losse panelen erop, waar je in elk geval nog het paneel als voorwerp kunt bekijken.

Onderhoud volgt uit de meting, niet uit de kalender

Op een zadeldak met matige of steile helling spoelt regen het vuil van beide vlakken redelijk snel weg, en dat gebeurt aan de oost- en westkant vaak in een net iets ander tempo, afhankelijk van waar de overheersende windrichting vandaan komt. Dat is geen reden om structureel onderhoud in te plannen; het is wel een reden om de meting te gebruiken in plaats van een vaste schoonmaakbeurt. Als het westvlak, waar bij dit huis de meeste regen met wind op valt, structureel iets hoger scoort dan het oostvlak op vergelijkbare momenten van de dag, is dat een verklaring en geen storing. Valt de opbrengst van een enkele baan op een van beide vlakken juist ineens weg terwijl de rest van dat vlak normaal presteert, dan wijst dat eerder op de baan zelf dan op vervuiling, en dat is precies het onderscheid dat je met een meting per baan kunt maken en met een blik op het dak niet.

Wanneer de ligging het antwoord verandert

Hoe symmetrischer een zadeldak, met twee vlakken van vergelijkbare grootte en helling, hoe duidelijker het verschil tussen normale variatie en een echte storing wordt, omdat je twee vlakken hebt om te vergelijken die in theorie een spiegelbeeld van elkaar zouden moeten zijn op het middaguur. Bij een asymmetrisch zadeldak, waarbij het ene vlak veel groter of veel steiler is dan het andere, geldt die vergelijking minder strak en moet je meer uitgaan van de historie van dat ene vlak zelf dan van de vergelijking met de overkant. Ook de richting van de nok speelt mee: een nok die precies oost-west loopt geeft het grootste verschil tussen de twee vlakken, een nok die noord-zuid loopt geeft twee vlakken die qua zoninstraling meer op elkaar lijken en waar het onderscheid tussen storing en normale variatie dus minder uit de vergelijking tussen de vlakken komt en meer uit de vergelijking binnen één vlak.

Of dat voor een specifiek dak per saldo iets toevoegt boven op wat je met één omvormer per vlak al zou zien, hangt af van de grootte van het dakvlak, het aantal banen en de manier waarop het systeem is opgedeeld. Dat rekenen we uit op tekening, met de kap die er ligt of getekend is.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink