Klikzink
Een school die wordt verbouwd, krijgt bijna altijd een ander dakvlak dan er stond. Er komt een verdieping bij, er komt een aanbouw met een eigen kap, of het bestaande dak wordt vervangen omdat het aan het einde van zijn levensduur is. Op het moment dat er toch een dakdekker en een aannemer op het dak staan, is de vraag hoe dat dak stroom gaat opwekken geen vraag voor later meer. Ze horen bij elkaar.
De eerste keuze die gemaakt moet worden is niet welk systeem, maar welk deel van het dak. Bij een opbouw op een bestaand gebouw is het vaak alleen het nieuwe dakvlak dat vervangen wordt: de oude vleugel houdt zijn eigen dakbedekking en eventueel zijn eigen, los bevestigde panelen. Bij een aanbouw ligt dat net zo, met een nieuw dakvlak dat los staat van de rest. Maar bij een school die in zijn geheel wordt verbouwd, waarbij de kapconstructie wordt aangepast of de isolatie over het hele oppervlak wordt vervangen, ligt het voor de hand om in één keer voor het hele dak te kiezen. Dat is het moment waarop een felsdak met geïntegreerde zonnecellen zijn geld waard kan zijn: je betaalt dan één keer voor dak en opwekking samen, in plaats van eerst voor een nieuw dak en daarna nog eens voor een montagesysteem erop.
Een schoolgebouw verbruikt zijn stroom overdag, tijdens lesuren, met pieken rond de ochtend en het begin van de middag. Dat past op het eerste gezicht goed bij zonnestroom. Maar een school heeft ook een bouwvakantie van zes weken, precies in de periode dat de zon het hoogst staat en de opbrengst het grootst zou zijn. Een leeg gebouw in juli en augustus gebruikt weinig van wat het dak op die dagen oplevert. Dat betekent niet dat het niet loont, want de stroom kan worden teruggeleverd of, bij een grotere installatie, worden opgeslagen of gedeeld met andere gebouwen van de instelling. Het betekent wel dat een school een ander rekenmodel heeft dan een kantoor of een woning, en dat de opbrengst die op papier het hoogst is niet automatisch de opbrengst is die het gebouw zelf gebruikt. Wij rekenen dat niet uit op basis van vuistregels, want het verschilt per school, per dakvlak en per aansluiting. Wat we wel kunnen doen is met de tekening van het gebouw en het verbruiksprofiel van de school in de hand laten zien wat een dakvlak oplevert en hoe zich dat verhoudt tot wat het gebouw nodig heeft.
Op de meeste schooldaken loopt geen schoolpersoneel rond zolang er kinderen in het gebouw zijn. Onderhoud, inspectie en schoonmaak van een installatie op het dak moeten dus buiten schooltijd, of er moet gewerkt worden met hoogwerkers en steigers die niet over het schoolplein of langs de gymzaal staan terwijl er buiten gespeeld wordt. Bij een systeem met panelen op beugels betekent dit dat elk bezoek aan het dak, voor reiniging, voor het vervangen van een kapotte kabel of voor het controleren van bevestigingspunten, met die beperking rekening moet houden. Een felsdak met geïntegreerde cellen verandert dat niet volledig, want ook dat dak inspecteer je liever niet terwijl er onder je een klas buitenspeelt. Maar het aantal onderdelen waar iets aan te controleren is, is kleiner: er zijn geen beugels die los kunnen gaan zitten, geen bouten die corroderen, geen kliksysteem boven het dakvlak dat na jaren nazicht vraagt. De bevestiging van het dak is de bevestiging van de opwekking, en dat scheelt precies de handelingen die op een school het moeilijkst te plannen zijn.
Schoolgebouwen hebben vaak een dakvlak dat is opgedeeld door lichtkoepels, klimaatinstallaties, ventilatiekanalen of een tweede bouwlaag die er later tegenaan is gezet. Dat betekent dat het beschikbare, onbelemmerde dakoppervlak voor opwekking kleiner is dan de kaart van het gebouw doet vermoeden. Bij een verbouwing is dit het moment om dat in kaart te brengen: welk deel van het nieuwe of vervangen dak daadwerkelijk vrij vlak is en zonder obstakels de volle lengte van een felsbaan kan krijgen. Op een school met veel techniek op het dak kan het verstandiger zijn om alleen het grootste, vrije deel van het dakvlak met geïntegreerde cellen uit te voeren en de rest gewoon als dak te laten, zonder opwekking. Dat is geen compromis dat wij verzinnen om het product te verkopen; het is een rekenwerk dat per gebouw verschilt en dat we het liefst doen op een tekening van de bestaande en de nieuwe situatie samen.
De eerlijke vraag bij elke schoolverbouwing is of het dak al aan de beurt is. Als alleen een klein deel van het dak wordt aangepast, bijvoorbeeld een uitbouw van een lokaal of een nieuwe entree met een plat dakje ervoor, dan is het vaak niet de moeite om daarvoor een compleet nieuw dakbedekkingssysteem te kiezen. Dan ligt een set panelen op beugels op het bestaande dak, of op het nieuwe kleine dakdeel, meer voor de hand: sneller te plaatsen, minder ingrijpend, en niet afhankelijk van de vervanging van de rest van het dak. Een felsdak met geïntegreerde cellen loont wanneer het dak zelf al vervangen wordt, om andere redenen: het einde van de levensduur van de bestaande bedekking, een isolatie-eis die niet meer haalbaar is met de oude opbouw, of een architectonische keuze om de school een ander aanzicht te geven. In die gevallen valt de meerprijs van de geïntegreerde uitvoering samen met een investering die er toch al aan komt, en wordt het verschil tussen twee keer betalen en één keer betalen kleiner.
Als het dak van de school er daarentegen nog jaren tegenaan kan en de aanleiding voor de verbouwing alleen een nieuwe vleugel of een interne verbouwing is, dan is het over het algemeen goedkoper om voor die vleugel gewoon panelen op het bestaande of nieuwe dak te plaatsen en het bestaande dakvlak ongemoeid te laten. Dat is dan de betere keuze, niet omdat het systeem met geïntegreerde cellen technisch tekortschiet, maar omdat de kosten van een compleet nieuw dakvlak niet in verhouding staan tot wat er eigenlijk nodig is.
Bij een schoolverbouwing vragen we naar drie dingen voordat we iets rekenen: welk deel van het dak daadwerkelijk wordt vervangen of nieuw wordt gebouwd, hoe het dakvlak is opgedeeld door installaties en koepels, en wat het verbruiksprofiel van het gebouw is, inclusief de vakantieperiodes waarin het leegstaat. Met die drie gegevens op tafel kunnen we laten zien wat een felsdak met geïntegreerde zonnecellen voor dat specifieke dakvlak betekent, en wat het kost in verhouding tot een gewoon dak met panelen erop. Aannemers en architecten die met een schoolbestuur aan tafel zitten, kunnen die tekening bij ons indienen; het meedenken daarover kost niets, en de uitkomst is niet altijd dat onze eigen oplossing de beste is voor die situatie.