Klikzink
Een schuur heeft meestal een eenvoudige meterkast. Een paar groepen voor licht en een stopcontact, misschien een groep voor gereedschap of een vorstvrije kraan, en verder weinig. Dat is precies waarom een schuur een goed vlak is om over solarfels na te denken: het dak is eenvoudig, zonder doorvoeren, zonder schoorsteen, zonder eisen aan hoe het er van de straat af uitziet. Maar die eenvoud van het dak zegt niets over wat er in de meterkast moet gebeuren. Daar ligt een aparte vraag, en die is voor een schuur net iets anders dan voor een woonhuis omdat een schuur vaak op een dunnere aansluiting draait dan het hoofdgebouw.
Bij een schuur die los van het huis staat, loopt er meestal een eigen kabel vanaf de meterkast van het huis, of vanaf een eigen aansluitpunt als de schuur dat heeft. Die kabel is aangelegd voor verbruik: verlichting, een lasapparaat, een compressor. Zodra het dak zelf stroom gaat leveren, moet diezelfde kabel en diezelfde groep ook stroom terug kunnen voeren, of in ieder geval de opgewekte stroom kunnen verwerken zonder dat er iets warm wordt of uitvalt. Dat is een andere belasting dan waarvoor de meterkast oorspronkelijk is aangelegd, en het is de reden dat je dit niet aan het oog overlaat. Een elektricien meet de bestaande aansluiting door, kijkt naar de kabeldikte, de hoofdzekering en de groepenkast, en bepaalt of dat volstaat of dat er iets bij moet.
In de praktijk zie je twee situaties. Bij een kleine schuur met een beperkt dakoppervlak en dus een beperkt vermogen aan zonnecellen, kan de bestaande aansluiting vaak ongewijzigd blijven. Er komt een omvormer bij, er komt een aansluitpunt bij in of naast de meterkast, en dat is het. Bij een grotere schuur, of een schuur waarvan het hele dakvlak vol ligt met felsbanen met geïntegreerde cellen, kan het opgewekte vermogen groter zijn dan waarvoor de bestaande kabel en zekering ooit zijn aangelegd. Dan moet er een zwaardere aansluiting komen: een dikkere voedingskabel tussen huis en schuur, een hogere hoofdzekering, of een eigen aansluiting vanaf het net als de schuur die nog niet had. Dat is geen kwestie van voorkeur maar van wat de installatie veilig aankan, en dat wordt op tekening en met een meting vastgesteld, niet met een inschatting.
Bij een paneel dat op een bestaand dak wordt gelegd, is de vraag naar de meterkast in de kern hetzelfde: ook dan moet de aansluiting het vermogen aankunnen. Het verschil zit in de aanleiding en het moment. Panelen op beugels worden vaak achteraf toegevoegd aan een dak dat er al ligt en aan een schuur die er al staat, soms jaren na de bouw. De meterkast wordt dan als apart project onder de loep genomen, los van de rest. Bij solarfels ligt het anders zodra het om een schuur gaat die toch een nieuw dak krijgt of nieuw gebouwd wordt: de dakbedekking en de opwekking worden in één keer aangelegd, en dat is het moment waarop het ook logisch is om de meterkast in één keer op orde te brengen. Je legt dan de kabel van huis naar schuur, of de nieuwe aansluiting, gelijk mee aan in plaats van dat je een paar jaar later de sleuf weer open moet graven. Dat scheelt geen geld op de zonnecellen zelf, maar wel op het aantal keren dat er aan de installatie gewerkt moet worden.
Concreet komt er in of naast de meterkast van de schuur een aansluitpunt voor de omvormer, een aparte groep met de juiste beveiliging voor die omvormer, en meestal een aparte meting als je wilt kunnen zien wat het dak oplevert. Waar precies de omvormer zelf komt te hangen, binnen of buiten, dicht bij de meterkast of verder weg, is een andere vraag die we apart behandelen bij [waar de omvormer komt](/dakstroom/schuur/omvormer). Voor de meterkast zelf is de hoofdvraag simpeler: kan de bestaande bekabeling en beveiliging het vermogen van het dakvlak verwerken, of niet. Bij een schuur van bijvoorbeeld zes bij acht meter met een zadeldak kan het volle dakvlak in felsbanen met cellen al snel meer opwekken dan een paar tientallen vierkante meter dakoppervlak aan gewone panelen zou doen op hetzelfde oppervlak, simpelweg omdat het hele dak meedoet in plaats van een deel ervan. Dat betekent dat de vraag naar de meterkast bij een volledig bedekt schuurdak eerder aan de orde is dan bij een schuur met een enkel rijtje panelen op een hoek van het dak.
Een aannemer die een oude houten schuur laat vervangen door een nieuwe met een stalen dak, overweegt solarfels omdat het dak toch nieuw wordt en er geen bijzondere eisen aan het aanzien zijn, geen dakkapel, geen dakraam, geen zichtlijnen die om een bepaalde uitstraling vragen. Precies het soort eenvoudig dak waarop dit het meest oplevert, omdat er niets in de weg zit en het hele vlak meedoet. Bij de eerste schouw blijkt de bestaande voedingskabel naar de schuur uit de jaren negentig te stammen en berekend te zijn op een wasmachine en wat verlichting, niet op een dakvlak vol opwekking. De elektricien adviseert een nieuwe kabel tussen huis en schuur en een eigen groepenkast in de schuur zelf. Dat is meerwerk dat niets met het dak of de cellen te maken heeft, maar wel nodig is om de stroom die het dak straks levert, ergens onder te brengen. Bij een schuur die al een recente, zwaardere aansluiting heeft omdat er bijvoorbeeld een laadpaal voor een aanhanger of een grote werkplaats aan hangt, is die stap vaak niet nodig en kan de omvormer direct op de bestaande installatie aangesloten worden.
Het is verleidelijk om bij een eenvoudige schuur te denken dat de meterkast wel meeloopt, omdat het gebouw zelf zo overzichtelijk is. Maar de meterkast is niet gekoppeld aan hoe simpel het dak is, hij is gekoppeld aan hoeveel vermogen er doorheen moet. Een schuur met een groot, vrij dakvlak zonder obstakels is nu juist het type gebouw waarbij een dakvlak vol solarfels een aanzienlijk vermogen kan opwekken, en dus precies het type gebouw waar de aansluiting extra aandacht verdient. Dat geldt voor de plek waar de kabel de schuur binnenkomt net zo goed als voor de vraag hoe die stroom vervolgens het gebouw in gaat, iets wat verder wordt uitgewerkt bij [hoe de stroom naar binnen komt bij een schuur](/dakstroom/schuur/stroom-naar-binnen).
Wij leveren de felsbanen en denken mee over het dakvlak, de lijnen en de indeling van de cellen, maar de meterkast en de aansluiting zijn het werk van de elektricien of installateur die bij het project hoort. Wat wij wel doen, is op tekening aangeven wat het vermogen van het beoogde dakvlak ongeveer wordt, zodat de elektricien met een concreet getal kan rekenen in plaats van met een schatting. Hoeveel dat vermogen precies is, en wat dat voor de kosten van de aansluiting betekent, verschilt per dakvlak en per uitvoering, en dat rekenen we per project uit, niet in algemene zin op deze pagina. Neem contact met ons op via Boylestraat 22 in Ede als je een schuurdak overweegt en wilt weten wat daarbij op tekening al vastgesteld kan worden.