Klikzink

De aansluiting op de meterkast van een sporthal

Een sporthal heeft meestal al een fors aangesloten vermogen. Veldverlichting, ventilatie voor de zaal, verwarming van doucheruimtes en soms een keuken bij de kantine trekken samen al een aardig deel van de aansluiting. Als het dak zelf stroom gaat opwekken, komt daar aan de kant van de meterkast een nieuwe stroom bij die de andere kant op gaat: van het dak naar binnen, in plaats van van het net naar de apparaten. Dat vraagt om een aansluitpunt dat daarvoor is ingericht en om een groep die berekend is op wat er binnenkomt op het moment dat de zon het hardst schijnt.

In de meterkast komt een aparte groep te staan voor de opwekking, met eigen beveiliging en een eigen schakelaar waarmee de installatie los te koppelen is van het net. Die groep is niet dezelfde als de groep die de veldverlichting voedt. Ze staat er los naast, met een omvormer ertussen die de stroom van de daken omzet naar wat het gebouw en het net kunnen gebruiken. Waar die omvormer precies hangt en hoe de kabel vanaf het dak daar komt, hangt af van de opzet van het gebouw; dat leggen wij per sporthal apart vast op tekening.

De bestaande hoofdaansluiting is het eerste dat we nakijken. Een sporthal die twintig jaar geleden is aangesloten op een vermogen dat toen paste bij verlichting en ventilatie, heeft niet automatisch ruimte voor een opwekcapaciteit die daar nu bovenop komt. Soms past het binnen de bestaande aansluiting, omdat de opwekking op de piekmomenten van de zon toch vooral het eigen verbruik dekt. Soms is de bestaande aansluiting al vol, bijvoorbeeld omdat er recent laadpunten voor de sportclub zijn bijgekomen, en is een zwaardere aansluiting nodig voordat er een dakvlak met cellen op gaat. Dat is geen vast antwoord dat voor elke sporthal hetzelfde is: het hangt af van wat er al aangesloten staat en wat het dak erbij gaat leveren, en dat rekenen we uit op basis van de tekening van het gebouw en de bestaande installatie.

Wat dit gebouwtype anders maakt dan een woning of een kantoor, is het verbruikspatroon. Een sporthal piekt niet overdag maar 's avonds: trainingen, wedstrijden, veldverlichting die aangaat als het buiten donker wordt. Juist op het moment dat het dak niets meer levert, trekt het gebouw het meest. Dat betekent dat de opwekking overdag voor een groot deel terug het net op gaat in plaats van rechtstreeks in het gebouw verbruikt te worden, en dat de aansluiting op het net dus twee kanten op moet kunnen werken: stroom erin bij lage vraag overdag, stroom eruit bij hoge vraag 's avonds. Bij een gebouw met een verbruik dat overdag piekt, zoals een kantoor, ligt die verhouding anders en is de eigen verbruikswinst van de opwekking groter. Bij een sporthal moet de meterkast en de aansluiting daarachter dus vooral geschikt zijn voor teruglevering, en dat is iets anders dan alleen een groep bijplaatsen voor eigen verbruik.

De manier waarop het dak zelf is opgebouwd speelt hier ook in mee. Een sporthal heeft doorgaans een groot overspannend dakvlak zonder tussensteunpunten: één aaneengesloten vlak van gevel tot gevel, gedragen door de spanten onder het dak, niet door kolommen die het dakvlak onderbreken. Dat betekent dat de felsbanen over de volle lengte van het dak kunnen doorlopen en dat de bekabeling van de cellen in een beperkt aantal lange lijnen naar één verzamelpunt kan lopen, in plaats van via allerlei losse stukken dak die elk apart bekabeld moeten worden. Voor de meterkast is dat gunstig: minder verzamelpunten betekent minder losse aansluitingen die allemaal apart beveiligd en bekabeld moeten worden. Hoe die kabel het dakvlak precies verlaat, staat beschreven bij [de kabeldoorvoer bij een sporthal](/dakstroom/sporthal/kabeldoorvoer), en dat is het punt waar de lijn van het dak overgaat in de lijn naar de meterkast.

Bij een sporthal met panelen op een bestaand dak wordt de meterkant vaak in twee losse stappen aangepakt. Eerst wordt het dak vervangen of gerepareerd, later, soms jaren later, komt er een aannemer voor de panelen die dan alsnog een nieuwe groep in de meterkast moet aanleggen en een kabeltracé door het gebouw moet vinden dat er nog niet was. Bij een dak waar de cellen in de felsbaan zelf zitten, wordt die stap in één keer meegenomen: de kabeldoorvoer, het tracé naar de meterkast en de nieuwe groep worden vastgelegd op het moment dat het dak wordt ontworpen, niet erna. Dat is vooral van belang bij een sporthal, omdat het dak zelden op zichzelf staat: er lopen al kabelgoten voor de veldverlichting, leidingen voor de ventilatie en soms een sprinklerinstallatie door dezelfde ruimte boven het plafond. Eén keer een tracé uitzoeken dat met dat alles rekening houdt, is eenvoudiger dan dat later inpassen tussen wat er al hangt.

We geven geen getal voor wat een sporthal aan aansluitcapaciteit nodig heeft, en ook niet voor hoeveel van het eigen verbruik het dak zal dekken. Dat verschilt per sporthal: de grootte van het dakvlak, het aantal velden, de openingstijden, het type verlichting dat er al hangt. Wat we wel doen is de bestaande aansluiting en de meterkast samen met de installateur van het gebouw nalopen op tekening, kijken of de bestaande groep het aankan of dat er een zwaardere aansluiting nodig is, en dat vastleggen voordat er een baan op het dak ligt. Dat rekenwerk kost niets en voorkomt dat een sporthal achteraf tegen een meterkast aanloopt die niet klaar was voor wat het dak ging leveren.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink