Klikzink

Later uitbreiden met dakstroom op een sporthal

Een felsdak leg je in één werkgang. De banen komen op rol aan, worden op de juiste lengte gewalst en één voor één gelegd, van goot tot nok. Dat geldt voor de banen met cellen net zo goed als voor de banen zonder. Er is geen tussenfase waarin het dak halfklaar blijft liggen tot er een volgende partij panelen wordt nabesteld. Voor een opdrachtgever die denkt aan een sporthal die over vijf jaar een aanbouw krijgt, of aan een tweede sporthal naast de eerste, is dat een andere planningsvraag dan bij paneel-op-beugel. Daar is uitbreiden vaak een tweede project: extra rails, extra kabels naar een bestaande omvormer, een dak dat opnieuw wordt beklommen. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen ligt de keuze eerder in het ontwerp dan achteraf op het dak.

Wat wel kan is dit. Je verdeelt het dakvlak van tevoren in twee delen: een deel met cellen dat nu wordt aangesloten, en een deel met gewone banen zonder cellen dat later, als het nodig is, vervangen wordt door banen met cellen. De blinde bevestiging onder de fels maakt dat praktisch haalbaar: er is geen bestaand gat of beugelpatroon dat in de weg zit. Je vervangt banen door banen, met dezelfde profilering en dezelfde kleur, en het dakvlak blijft ogen als één geheel. Dat is iets anders dan een tweede laag panelen erbovenop leggen; het is het dak zelf, in een later stadium, opnieuw ingevuld.

Een tweede dakvlak is meestal de eenvoudigere route. Veel sporthallen hebben een hoofdvlak boven de speelzaal en een lager vlak boven kantine, kleedruimtes of entree. Wordt bij de bouw alleen het hoofdvlak voorzien van cellen, dan is het tweede vlak een logische volgende stap: een aparte werkgang, een aparte aansluiting, zonder dat er aan het eerste vlak iets verandert. Dat vraagt wel dat de leidingroute naar binnen en de plek voor eventuele extra apparatuur, zoals wij uitleggen bij [waar de omvormer komt](/dakstroom/sporthal/omvormer), al bij het eerste vlak rekening houdt met een tweede aansluiting later. Dat is een kwestie van een paar centimeter extra ruimte in een schacht en een lege leiding meetrekken, geen ingreep achteraf in een dak dat al dicht is.

Wat niet zomaar kan is tussen de bestaande banen cellen bijplaatsen. De fels is een doorlopend systeem: een baan met cellen heeft dezelfde breedte en dezelfde felsdetaillering als een baan zonder, maar je vervangt hem als geheel, van goot tot nok. Je knipt geen stuk cel in een bestaande baan. Wie dus overweegt om over een paar jaar méér vermogen op hetzelfde vlak te krijgen zonder banen te vervangen, moet dat nu al meenemen in de verdeling van het dakvlak, niet er later een oplossing voor zoeken.

Het grote overspannende dak van een sporthal, zonder tussensteunpunten, maakt dit een wat andere afweging dan bij een loods met portalen. De spanwijdte legt vast waar dakplaten überhaupt kunnen liggen en hoe de ondersteunende gordingen zijn gedimensioneerd. Een uitbreiding van het dakvlak zelf, in de vorm van een groter dak, is bij een sporthal meestal geen optie: het dak ligt er, in zijn definitieve maat, vanaf de bouw. Wat wél varieert is hoeveel van dat ene vaste dakvlak je met cellen belegt. Daar zit de eigenlijke uitbreidingsruimte: niet in een groter dak, maar in een groter deel van hetzelfde dak dat alsnog wordt ingevuld.

Of dat verstandig is, hangt mede af van het verbruik. Een sporthal verbruikt vaak juist 's avonds veel, als de lichten aan zijn, de ventilatie draait en er training of een wedstrijd is, terwijl het dak op dat moment al weinig of geen zon meer vangt. Wie nu bewust een deel van het dak leeg laat, in de gedachte dat er later bijgebouwd wordt zodra het verbruiksprofiel daar aanleiding toe geeft, bijvoorbeeld door een warmtepomp of laadpunten voor een wagenpark erbij, doet dat het handigst door meteen te bepalen welk deel van het dakvlak in de eerste fase cellen krijgt en welk deel in reserve blijft. Dat is een tekenkwestie, geen technische beperking van het systeem.

Hoeveel vermogen een uitbreiding oplevert, wat dat kost per vierkante meter en of het zich terugbetaalt, verschilt per dakvlak en per uitvoering. Dat rekenen we niet hier op de site voor, maar op tekening: aan de hand van de kapconstructie, de hellingshoek, de schaduw van bijvoorbeeld een naastgelegen gebouw of installatie, zoals ook beschreven bij [wat schaduw doet](/dakstroom/sporthal/schaduw), en het gewenste uitbreidingsmoment. Een architect die nu al met een gefaseerde bouw rekening wil houden, kan dat het beste vroeg in het ontwerp laten meewegen, zodat de verdeling van het dakvlak, de leidingroutes en de plek voor toekomstige apparatuur op elkaar aansluiten in plaats van achteraf ingepast te moeten worden.

Voor een aannemer die een sporthal bouwt met het oog op een latere tweede fase is het praktische advies: leg vast welk deel van het dak nu al cellen krijgt en welk deel in gewone banen blijft liggen, zorg dat de bekabeling en de ruimte voor eventueel extra vermogen daar al op zijn voorbereid, en laat Klikzink meerekenen op de tekening van het hele dakvlak, niet alleen van het stuk dat nu wordt aangelegd. Boylestraat 22 in Ede is het adres waar die tekening besproken wordt, en meedenken op voorhand kost niets.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink