Klikzink
Mos heeft houvast nodig. Op een dak met opgelegde panelen vindt het dat houvast onder de randen, in de kier tussen paneel en dakbedekking, en in de voeg van de pannen ernaast. Vocht blijft daar liggen, blad en stof hopen zich op, en na een paar jaar zit er een groene rand precies op de plek waar de zon het hardst zou moeten schijnen. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen is die kier er niet. De baan ligt vlak, de fels staat haaks omhoog en er is geen tweede laag waar water en vuil onder kunnen blijven hangen. Dat betekent niet dat het dak vuil-vrij blijft, het betekent dat vuil zich ergens anders verzamelt.
De plekken waar het wel gebeurt zijn voorspelbaar. Aan de voet van elke fels, waar de haaks opstaande naad een klein randje vormt, kan zich een streep vuil afzetten die net wat langer vocht vasthoudt dan het vlakke deel van de baan. Bij de overgang naar de goot, waar het dak het minst steil afwatert en het water het langst over het oppervlak blijft lopen voor het wegloopt. En onder een boom, een schoorsteen of een dakraam, waar bladval en schaduw samenkomen. Op zo'n plek kan een dunne laag mos of algen wel ontstaan, ook op staal met een matte coating. Het verschil met een paneel op beugels is de hoeveelheid en de plek: geen dichte mat onder een constructie die je niet kunt bereiken, maar een oppervlakkige aanslag die met de normale regenval en een incidentele beurt weer verdwijnt.
Wat vervuiling kost aan opbrengst van de cellen zelf, hangt af van waar die aanslag zit en hoe dicht die is. Een dunne sluier stof op een baan zonder cellen doet niets. Een streep mos precies over een celrij kan een deel van het licht wegvangen op die ene baan. Hoeveel dat scheelt in wattpiek durven we niet te noemen; dat verschilt per dakvlak, per ligging en per hoeveelheid schaduw van bomen of buurpanden, en we rekenen dat liever uit op tekening dan dat we er een getal op plakken dat voor jouw dak niet klopt. Wat er in de praktijk wel uit blijkt: hoe leger het dakvlak is, hoe minder plekken er zijn waar vuil zich kan settelen, en een felsdak heeft simpelweg minder van die plekken dan een dak met opgelegde panelen erop.
Bij een twee-onder-een-kapwoning speelt nog iets anders, dat los staat van mos maar er wel mee samenhangt. Het dakvlak loopt vaak in één lijn door boven twee woningen met twee eigenaren. De felsbanen kennen geen omslagpunt op de erfgrens, ze lopen gewoon door van links naar rechts over de nok. Dat is precies de reden waarom de eerste vraag bij dit gebouwtype niet over mos gaat, maar over wie welk deel van dat dakvlak eigenlijk vervangt. Vaak wordt dat in de splitsingsakte of de onderhoudsafspraak tussen de twee eigenaren al vastgelegd, maar in de praktijk verschilt het nogal of daar destijds al over is nagedacht.
Stel dat de linkerburen hun dak willen vervangen en de rechterburen nog niet. Dan kan het dakvlak in twee etappes worden aangepakt, met een overgang op de plek waar de erfgrens onder het dak doorloopt. Die overgang moet wel netjes aansluiten, ook waterdicht en ook wat het aanzien betreft, want een dak dat halverwege van kleur of van baanrichting verspringt valt op vanaf de straat. Dat vraagt om een plan vooraf: welke banen komen op naam van wie, waar zit de knip, en hoe wordt voorkomen dat de een over vijf jaar een geheel ander type dakbedekking naast dat van de ander legt. Wij denken daar op tekening in mee, en dat gesprek voeren we het liefst voordat er een schroef in het dak gaat.
Dat overleg raakt ook aan waar de stroom vandaan komt en waar die naartoe gaat, iets waarover je meer leest bij [hoe de stroom naar binnen komt bij deze woningen](/dakstroom/twee-onder-een-kap/stroom-naar-binnen). Als beide helften van het dak zonnecellen krijgen, wil je vooraf weten of dat één opwekinstallatie wordt met een knip in de meting, of twee gescheiden systemen die toevallig op hetzelfde dakvlak liggen. Dat bepaalt ook of vervuiling of schaduw op het ene deel van het dak invloed heeft op de opbrengst van het andere deel, of dat de twee systemen volledig los van elkaar functioneren.
Schoonmaken van een felsdak is in de meeste gevallen een kwestie van laten staan. Regen doet het meeste werk omdat er geen kier is waar water achterblijft, en de matte coating houdt geen vuil vast zoals een ruwer materiaal dat zou doen. Bij een twee-onder-een-kapwoning kan het wel gebeuren dat de ene helft van het dak meer schaduw krijgt dan de andere, bijvoorbeeld doordat een boom bij de linkerburen over het dak hangt en bij de rechterburen niet. Dan kan het voorkomen dat er op het ene dakvlak wel eens een beurt met een zachte borstel en schoon water nodig is, en op het andere praktisch nooit. Dat is geen reden om het hele dak hetzelfde te behandelen, het is een reden om per dakvlak te kijken wat nodig is.
Een enkele situatie is wat lastiger: een schoorsteen die precies op de erfgrens staat, of een dakkapel die over beide helften van het dak uitsteekt. Dan ontstaat er een schaduwplek die precies op de grens tussen de twee eigenaren valt, en waar mos of aanslag zich het snelst zou kunnen vormen omdat daar het minst zon en het meest vocht samenkomt. Ook dat is iets om vooraf te bespreken, niet omdat het dak het niet aankan, maar omdat het vervolgens niet duidelijk is wiens onderhoud dat stukje dak is.
Wanneer dit voor een twee-onder-een-kapwoning eigenlijk geen goede keuze is: als het dak nog jaren meegaat en er geen aanleiding is om het open te leggen. Cellen in de felsbaan zelf zijn duurder per wattpiek dan een paneel dat je op een bestaand dak legt, en dat verschil win je alleen terug als je toch al bezig bent met het dak, bij vervanging of bij nieuwbouw. Bij een bestaand dak dat prima dicht is, is een gewoon paneel op beugels vaak de logischere stap, ook al blijft daar de kans op mos onder de constructie groter. Bij een twee-onder-een-kapwoning waar het dak toch aan vervanging toe is, en waar de twee eigenaren toch al met elkaar moeten afstemmen over materiaal en planning, ligt het net andersom: dan betaal je één keer voor dak en opwekking samen, en heb je meteen ook de vraag over de erfgrens en de scheiding in het dakvlak opgelost.