Klikzink
Bij een twee-onder-een-kapwoning die nog gebouwd moet worden, is de vraag niet of er een dak komt. Dat dak komt er sowieso. De vraag is alleen welk dak. Een felsbaan zonder cellen kost iets, een felsbaan met cellen kost meer, en het verschil tussen die twee bedragen is wat opwekking je hier werkelijk kost. Geen dakbedekking plus een tweede systeem erop, maar één dekking die allebei doet. Dat is de reden dat nieuwbouw, en dan vooral nieuwbouw waar de dakvorm al vaststaat zoals bij een twee-onder-een-kap, de gunstigste situatie is om solarfels te overwegen.
Bij een bestaande woning waar het dak nog jaren meegaat, betaal je twee keer: eerst is er een dak, en dan komt er een systeem overheen of moet het dak eraf voor het zover is. Bij nieuwbouw val die volgorde weg. Je kiest de dakbedekking op het moment dat je toch nog moet kiezen, en dan is de vraag of je voor het deel met cellen een meerprijs neerlegt in plaats van een compleet paneelsysteem later aan te schaffen. Dat rekent anders, en het rekent per dakvlak en per uitvoering anders, dus wij zetten dat op tekening naast elkaar in plaats van er nu een vast bedrag over te noemen.
Het bijzondere aan een twee-onder-een-kap is dat het dakvlak vaak in het zicht één geheel is terwijl de eigendom in tweeën gedeeld is. Bij veel type twee-onder-een-kapwoningen loopt de nok door boven beide huizen en zit de scheiding niet in de constructie maar in de erfgrens die er ergens onder de dakvoet doorheen loopt. Dat betekent dat de eerste vraag bij dit gebouw niet over de zonnecellen gaat, maar over de scheiding: wie laat welk deel van het dak vervangen, en hoe loopt die grens in het dakvlak zelf.
Bij nieuwbouw wordt dat meestal in het bestek al vastgelegd, en de twee eigenaren, of de projectontwikkelaar namens hen, kiezen samen of los welk deel van de felsbanen cellen krijgt. Praktisch gezien is dat geen probleem: de banen zonder cellen en de banen met cellen liggen op dezelfde lijn en in dezelfde kleur, dus of buur links wel kiest voor opwekking en buur rechts niet, is aan de gevel of vanaf de straat niet te zien. Er ontstaat geen lapwerk, geen schuine overgang, geen stuk dak dat opvalt omdat het van een ander systeem is.
Waar het wel toe doet, is de planning en de facturering. Bij een woning die als twee-onder-een-kap tegelijk wordt opgeleverd, loopt de dakbedekking als één opdracht via de aannemer, en wordt vaak per bouwnummer afgerekend. Wil de ene koper opwekking in het dakvlak en de andere niet, dan is dat een keuze die in dat stadium nog zonder gedoe gemaakt kan worden, mits die keuze op tijd op tafel ligt. Wordt het pas na oplevering besproken, dan is het dak al gelegd en moet er alsnog een deel open, wat het voordeel van de gunstige situatie voor een groot deel weer wegneemt.
Het verschil dat je betaalt, zit niet in de constructie van het dak. De felsbaan met cellen is dezelfde klikfels, hetzelfde verzinkte staal met dezelfde matte coating, dezelfde werkende breedte en dezelfde manier van bevestigen onder de fels zonder dat er een schroef doorheen gaat. Het verschil zit in de banen waar de cellen in verwerkt zijn, en in de bekabeling die daarbij naar binnen moet. Op een dak van twee gespiegelde helften, wat bij een twee-onder-een-kap de gewone vorm is, betekent dat vaak dat je voor elke helft een eigen keuze en een eigen aansluiting maakt, ook als de rest van het dak in één opdracht wordt gedekt.
Of dat financieel loont, hangt af van hoeveel dakvlak er is, welk deel cellen krijgt en hoe de rest van de opwekking eruit had gezien als je in plaats daarvan voor gewone panelen op beugels had gekozen. Wattpiek per vierkante meter, terugverdientijd en rendement noemen wij hier niet, want dat verschilt per uitvoering en per dakvlak, en een getal dat we nu op deze pagina zouden zetten, klopt bij het volgende project waarschijnlijk niet meer. Wat we wel doen is het op tekening naast elkaar zetten: dak zonder opwekking plus paneelsysteem ernaast, tegenover dak met opwekking in het vlak zelf. Dat meedenken op basis van de tekening van het bouwplan kost niets.
Het eerlijke antwoord is dat dit bijna alleen loont wanneer het dak toch gemaakt wordt. Bij nieuwbouw is dat per definitie het geval, dus in die zin is een twee-onder-een-kap die nog gebouwd moet worden precies de situatie waarin de vergelijking in het voordeel van solarfels kan uitvallen. Maar ook dan geldt dat de meerprijs voor cellen in het dakvlak hoger ligt dan de prijs per wattpiek van een los paneelsysteem. Je betaalt voor het feit dat er geen tweede laag op het dak komt, geen beugels, geen doorboringen, en dat het aanzicht van het dak intact blijft. Als het aanzicht van het dak voor de kopers of voor de welstandscommissie er niet toe doet, en de vierkante meters wel tegen de laagste prijs per wattpiek moeten opwekken, is een gewoon paneel op beugels, gewoon op de bestaande felsbaan gelegd, dan al snel de nuchtere keuze.
Er is ook een tussenweg denkbaar op een twee-onder-een-kap: de ene helft van het dakvlak krijgt solarfels omdat de bewoners daar waarde aan hechten, de andere helft blijft een gewone felsbaan zonder opwekking, eventueel met een paneelsysteem erop als de eigenaren dat op een later moment alsnog willen. Dat is bouwkundig geen probleem, want de twee delen van het dak sluiten in het vlak gewoon op elkaar aan. Het maakt de knip in de erfgrens onder het dak, en niet het aanzicht van het dak zelf, tot het enige zichtbare verschil tussen de twee helften.
Wil je dit voor een twee-onder-een-kap in het bestek zetten, dan is het verstandig om drie dingen vroeg vast te leggen: wie van de twee kopers welk deel van het dak laat vervangen of nieuw laat leggen, hoe de scheiding in het dakvlak loopt ten opzichte van de erfgrens, en of beide helften dezelfde keuze maken of niet. Die antwoorden bepalen namelijk hoeveel felsbanen met cellen er nodig zijn, waar de bekabeling per huis naar binnen moet, en hoe de opdracht bij de aannemer wordt verdeeld. Lever de tekening met die informatie aan, en Klikzink rekent uit wat het verschil is tussen een dak zonder en een dak met opwekking, voor deze woning en dit dakvlak, zonder dat daar een schatting van rendement of terugverdientijd bij hoort die later niet blijkt te kloppen.