Klikzink
Een schuur naast de woning wordt een aanbouw met bewoning, een stal wordt een loods met kantoor, een bijgebouw krijgt een woonbestemming. In een twee-onder-een-kapwoning gebeurt dat regelmatig aan één helft, terwijl de andere helft in gebruik blijft zoals hij was. Het gebruik verandert, het verbruik verandert mee, en vaak moet het dak sowieso vervangen worden omdat de oude dakbedekking niet meer voldoet aan de eisen die bij de nieuwe bestemming horen. Op dat moment is de vraag niet alleen wat er op het dak komt, maar ook wat het dak zelf gaat doen.
Bij een twee-onder-een-kapwoning ligt er meestal één doorlopend dakvlak boven twee eigenaren, met een bouwmuur ertussen die vanaf de straat niet of nauwelijks te zien is. Wie het dak vervangt bij een bestemmingswijziging, vervangt in de praktijk vaak alleen het eigen deel. Dat is precies waar het bij dit gebouwtype eerst over moet gaan: waar de erfgrens in het dakvlak loopt, wie welk deel betaalt, en hoe je dat oplost zonder dat het dak er als een lappendeken bij komt te liggen.
Als de ene helft van de kap verbouwd wordt van schuur naar woonruimte en de andere helft ongewijzigd blijft, wil niet elke eigenaar op hetzelfde moment investeren. Dat is een praktisch probleem, niet een technisch probleem: een felsbaan wordt per baan gelegd, in werkende breedte van 475 mm, en de banen met zonnecellen kunnen op het ene deel van het dakvlak liggen en gewone banen op het andere. De lijn van de fels loopt door, de kleur is gelijk, en het dakvlak blijft in aanzicht één geheel, ook als het ene deel wél stroom opwekt en het andere niet.
Dat is meteen ook waar het lastiger wordt in de uitvoering. Beide eigenaren moeten de dakbedekking laten aansluiten op dezelfde nok, dezelfde goot en vaak dezelfde makelaars of daktrim. Als de ene helft nu vervangen wordt en de andere pas over vijf jaar, moet de aannemer op voorhand al rekening houden met de aansluiting die er later bij komt. Dat is een reden om dit soort keuzes niet los van elkaar te maken, ook al zijn het twee VvE-loze eigenaren met ieder hun eigen portemonnee. Overleg vooraf over de indeling van het dakvlak scheelt achteraf een hoop gefreesd staal.
De reden om het dak open te gooien is bij herbestemming meestal bouwtechnisch: isolatiewaarde, brandwerendheid tussen de twee wooneenheden, of gewoon een dakbedekking die op is. Maar de bestemmingswijziging verandert ook het verbruiksprofiel. Een schuur zonder verwarming en verlichting verbruikt bijna niets. Zodra er een keuken, een badkamer en verwarming bijkomen, ligt het verbruik in een heel andere orde van grootte, op precies het moment dat het dak toch al open ligt.
Dat is de situatie waarin een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen de moeite waard is om te bekijken. Niet omdat het per wattpiek goedkoper is dan panelen op beugels, want dat is het niet. Het is de moeite waard omdat je, als het dak toch vervangen wordt, in één keer betaalt voor dak en opwekking samen, in plaats van eerst een dak te leggen en er daarna nog een keer een montagesysteem, beugels en panelen boven te bouwen. Bij een gewoon dak dat prima is en blijft liggen, is die redenering er niet: dan is een paneel op beugels op een bestaand dak vrijwel altijd de logische keuze, en is er geen enkele reden om het dak daarvoor open te maken.
De reden dat een felsbaan met cellen er in dit geval bij hoort: er gaat geen schroef of beugel door het dakvlak. De klemmen waarmee de baan aan de gordingen of het onderconstructie bevestigd wordt, zitten onder de fels, blind, zodat de bevestiging van het dak ook de bevestiging van de opwekking is. Bij een twee-onder-een-kapwoning waar de kap zichtbaar is vanaf de straat, en waar de twee helften er bij voorkeur ook na de verbouwing als één front uitzien, telt dat mee: geen rand van beugels die schaduw geeft, geen tweede laag boven de dakbedekking, cellen die in dezelfde matte donkere kleur op dezelfde lijn liggen als de banen zonder cellen.
Maar dit is geen reden om een dak dat verder in orde is versneld te vervangen. Als het bestaande dak nog jaren meekan en alleen het gebruik van het pand wijzigt, is de snelste en goedkoopste weg naar stroom een paneel op het bestaande dak. De felsbaan met cellen loont wanneer de investering in het dak zelf er al aan zit te komen: bij vervanging van de dakbedekking, bij nieuwbouw van het aanbouwdeel, of bij een verbouwing waarbij toch een nieuwe dakconstructie nodig is vanwege isolatie-eisen die bij de nieuwe bestemming horen. Reken het dus niet los: reken het dak en de opwekking samen uit, en vergelijk die som met de som van een nieuw dak plus losse panelen erop. Dat verschil is precies waar wij op tekening naar kijken.
Bij een twee-onder-een-kapwoning met een nieuwe bestemming komt er vaak nog een derde partij bij: de gemeente, via de omgevingsvergunning voor de bestemmingswijziging. Dat raakt niet direct de dakbedekking, maar het bepaalt wel het moment waarop het dak open gaat en dus het moment waarop deze keuze relevant wordt. Zodra de vergunning er is en de aannemer de kap opent voor isolatie of een nieuwe dakconstructie, is dat het natuurlijke ogenblik om de vraag te stellen of het dak de stroom zelf gaat leveren of dat er straks nog een paneel bovenop komt.
Voor de eigenaar van de andere helft van de kap, die niets verbouwt, verandert er in die tussentijd niets aan zijn eigen dakdeel. Zijn dakbedekking blijft liggen zoals hij lag, tot hij op zijn beurt aan vervanging toe is. Dat maakt de planning van dit soort projecten een tweetraps gesprek: eerst de technische en financiële afweging voor het deel dat nu verbouwd wordt, en apart daarvan de vraag of en wanneer de andere helft aansluit. Wij denken in dat gesprek mee op basis van de tekening van het hele dakvlak, ook als er maar voor één helft nu een opdracht ligt, zodat de aansluiting later klopt in profiel, kleur en felslijn.
Wie dit overweegt bij een herbestemmingsproject doet er goed aan om de tekening van het volledige dakvlak aan te leveren, inclusief de erfgrens tussen de twee woningen, en aan te geven welk deel nu wordt aangepakt. Op basis daarvan rekenen wij door wat het verschil is tussen een nieuw dak met losse panelen erbovenop en een dak waarin de opwekking al verwerkt zit, zonder daar een terugverdientijd of een opbrengst bij te verzinnen die per dak en per uitvoering toch verschilt.