Klikzink

De verzekeraar en een dak op twee huizen

Een verzekeraar kijkt naar een dak met zonnepanelen meestal op één manier: er ligt iets bovenop het dak, bevestigd met beugels of klemmen, en die montage moet aan bepaalde eisen voldoen. Windbelasting, brandafstand tot de nok, het type bevestiging. Bij een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen ligt die vraag anders, want er ligt niets bovenop. De cellen zitten in de baan zelf, op dezelfde hoogte als de banen zonder cellen. Voor de verzekeraar is het dak zelf de opwekking, niet een installatie die erop is aangebracht. Dat verandert wat er beoordeeld wordt: niet de montage van een los onderdeel, maar het dak als geheel, inclusief de bekabeling die eronder wegloopt.

Bij een twee-onder-een-kapwoning is er een vraag die aan dit verhaal voorafgaat, en die niet over de verzekeraar gaat maar over het gebouw: wie is eigenaar van welk deel van het dak, en waar loopt de scheiding. Bij de meeste twee-onder-een-kapwoningen is het dakvlak in feite één doorlopend vlak boven twee kavels, met één nok en vaak één dakconstructie die over de bouwmuur heen doorloopt. De kadastrale grens tussen de twee woningen ligt meestal in het verlengde van de bouwmuur, maar het dak zelf trekt zich daar niets van aan. Wie dat niet vooraf uitzoekt, komt er bij een schadeclaim achter dat de polis van de ene buur iets anders regelt dan die van de andere.

Eigendom en risico op één dakvlak

Een verzekeraar verzekert een gebouw, of een deel daarvan, en wil weten wie welk deel bezit en wie welk risico draagt. Bij een twee-onder-een-kapwoning met een doorlopend dakvlak betekent dat in de praktijk: de linkerhelft van het dakvlak hoort bij het ene huis, de rechterhelft bij het andere, en de scheidslijn ligt op papier vast, ook als je die lijn op het dak zelf niet kunt zien. Dat maakt in eerste instantie niet veel uit voor een gewoon pannendak. Het gaat wél meespelen zodra er een felsbaan met zonnecellen op ligt die stroom levert aan een van beide huizen, of aan beide.

De verzekeraar van huis A wil weten of de installatie die op het dak van huis A staat, ook echt aan huis A toebehoort en op zijn deel van het dakvlak ligt. Als de banen met cellen keurig binnen de kadastrale grens liggen, is dat een simpele zaak: het dakvlak van huis A wekt stroom op voor huis A, punt. Ingewikkelder wordt het als de installatie van huis A voor de bekabeling gebruikmaakt van een doorvoer die op het dakvlak van huis B ligt, of als de banen met cellen over de kavelgrens heen lopen omdat dat vanuit de dakopbouw praktischer was. Dat is precies waar wij bij het ontwerp op tekening naar kijken, en waarom we dat altijd per dakvlak uitrekenen in plaats van een vast antwoord te geven: geen twee twee-onder-een-kapwoningen hebben exact dezelfde nok, dezelfde kaveldeling of dezelfde bestaande dakopbouw.

Wat de verzekeraar concreet vraagt

In de praktijk vraagt een verzekeraar bij een felsdak met geïntegreerde opwekking naar een paar dingen die te maken hebben met wat er anders is dan bij een paneel op beugels. Ten eerste: wie heeft het dak gelegd, en is dat gecertificeerd werk. Omdat de bevestiging van de zonnecellen dezelfde klemverbinding is als de bevestiging van het dak zelf, is er geen apart montagerapport voor een paneelsysteem nodig; er is één rapport voor het dakwerk. Dat vereenvoudigt de beoordeling eerder dan dat het die compliceert, want er is geen tweede constructie waarvan de verzekeraar los moet vaststellen of die windvast is.

Ten tweede: hoe de bekabeling het dak verlaat en waar die naar binnen gaat. Bij een twee-onder-een-kapwoning ligt die vraag gevoeliger dan bij een vrijstaand huis, omdat een kabeldoorvoer die op het dakvlak van de ene woning zit, maar via de spouw of de zolder van de andere woning naar binnen loopt, meteen een vraag over medegebruik van elkaars gebouwdeel oproept. Wij lossen dat bij voorkeur op door de doorvoer strikt op het eigen dakdeel te houden en naar de eigen meterkast te laten lopen, zoals ook te lezen is in het stuk over waar de kabel het dak verlaat bij een twee-onder-een-kapwoning. Zodra de doorvoer op het eigen dakdeel blijft, is er voor de verzekeraar niets te herleiden naar het huis van de buren, en dat maakt de polis van beide huizen onafhankelijk van elkaar.

Ten derde: wat er gebeurt bij een defect. Een verzekeraar wil niet dat een storing of kortsluiting in het ene deel van het dak overslaat naar het andere. Bij deze felsbanen is elke baan een eigen eenheid binnen de string; een defecte baan raakt niet automatisch de rest van het dakvlak, laat staan het dakvlak van de buren. Voor de polis van huis B is het relevant dat een probleem op het dak van huis A daar blijft.

Gescheiden installaties op één dak

De meest werkbare situatie, en de situatie die wij bij nieuwbouw of vervanging van het hele dak adviseren, is dat elk huis zijn eigen string krijgt, met een eigen veiligheidsschakelaar en een eigen aansluiting op de eigen meterkast, ook als de banen met cellen fysiek naast elkaar over de nok doorlopen. Voor het oog blijft het dakvlak één geheel, zonder zichtbare knip, zoals ook bij de gewone felsbaan het geval is; onder de dakhuid zijn het twee gescheiden systemen. Dat is precies wat een verzekeraar wil zien: één gebouw met een doorlopend dak, en twee volledig te onderscheiden installaties die niets met elkaar te maken hebben zolang er niets misgaat.

Dat gescheiden houden is ook praktisch voor de bewoners zelf. Als de ene helft van de twee-onder-een-kap op een later moment het dak vervangt en de andere helft nog niet, is het handig als dat zonder overleg met de buren kan, en zonder dat de installatie van de buren daarbij hoeft te worden losgekoppeld. Bij een goed ontworpen scheiding op de kavelgrens is dat het geval; de banen van huis A kunnen eraf zonder dat er iets aan de banen van huis B verandert.

Wanneer dit een gesprek met de verzekeraar vraagt en wanneer niet

Bij een enkelvoudige eigenaar die zijn hele dak in één keer laat vervangen, inclusief opwekking, is het gesprek met de verzekeraar eenvoudig: er komt een gecertificeerd dakpakket op, met een opgave van het dakbedekkingsbedrijf, en dat is voor de meeste polissen voldoende. Bij een twee-onder-een-kapwoning waar de ene helft wél vervangt en de andere helft niet, of waar de twee eigenaren niet gelijktijdig verzekeren, loont het de moeite om vooraf, dus vóór de aannemer begint, aan beide verzekeraars te laten weten dat het dakvlak in tweeën verdeeld blijft en welke helft van wie is. Dat voorkomt discussie achteraf over wiens polis welk deel van het dak dekt.

Of een verzekeraar in een concreet geval extra documentatie wil, aparte keuringen eist of tevreden is met het standaard installatierapport, verschilt per polis en per verzekeraar; dat is geen vraag die wij voor iemand anders kunnen beantwoorden. Wat wij wel doen, is het dakvlak zo ontwerpen en tekenen dat de scheiding tussen de twee huizen helder is, met een eigen string, een eigen doorvoer en een eigen schakelaar per woning, zodat de eigenaar dat gesprek met zijn eigen verzekeraar zonder onduidelijkheden kan voeren. Wie dat wil laten uitwerken voor een specifieke twee-onder-een-kapwoning, kan zijn daktekening naar Klikzink in Ede sturen; we kijken er kosteloos naar en laten zien waar de kavelgrens in het dakvlak valt en hoe de installatie daarlangs wordt opgedeeld.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink