Klikzink
Een vrijstaande woning heeft bijna altijd meer dakvlak dan een rijtjeshuis, en vaker ook meer dan één richting. Voorzijde op het zuiden, achterkant op het noorden, misschien een dakkapel of een uitbouw die een stuk vlak in de schaduw zet op een ander moment van de dag. Bij een rijtjeshuis met één schuine kant is dat vraagstuk er nauwelijks. Bij een vrijstaand huis is het bijna de regel.
Zonder regelaar per baan werkt een string banen als geheel: de zwakste schakel bepaalt wat de rest doet. Eén baan in de schaduw van een schoorsteen of een boom trekt de opbrengst van de banen ernaast omlaag, ook als die banen zelf volop licht krijgen. Dat is geen storing, het is gewoon hoe een serieschakeling werkt. Bij panelen op een dak wordt dit probleem meestal opgelost met een optimizer per paneel, een klein kastje achter of onder het paneel dat de spanning van dat ene paneel regelt los van de rest. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen zit dat principe verwerkt in de baan zelf: een regelaar per baan, in plaats van per paneel van ruim een vierkante meter. Elke baan werkt dus voor zichzelf. Schaduw op één baan raakt die ene baan, niet de banen ernaast.
Het verschil met een set panelen is vooral de schaalgrootte waarop geregeld wordt. Een paneel is een blok van meerdere cellen samen; een baan is smaller, 475 mm werkende breedte, en loopt in de lengte van de dakvoet tot de nok. Schaduw beweegt gedurende de dag over een dakvlak, en bij een felsdak beweegt die schaduw over de breedte van de banen. Doordat elke baan zijn eigen regelaar heeft, hoeft een schaduwrand van een schoorsteen of een dakraam niet meteen een hele rij panelen te raken, maar raakt hij alleen de banen die er op dat moment onder liggen. Bij het ene dakvlak is dat een baan naast een schoorsteen, bij het andere is het een paar banen onder een dakkapel die 's ochtends schaduw geeft en 's middags niet meer.
Of dit ook nodig is, hangt af van hoe vrij het dakvlak ligt. Een leeg zadeldak zonder schoorsteen, zonder dakkapel en zonder bomen in de buurt heeft aan dit voordeel weinig, simpelweg omdat er niets is dat schaduw geeft. Op zo'n vlak levert de regelaar per baan geen verschil op ten opzichte van een eenvoudiger schakeling, en is de vraag vooral of het vlak zelf geschikt is qua richting en helling. Bij een vrijstaande woning met een schoorsteen, een dakraam, een naastgelegen dakkapel of hoge bomen aan één kant ligt dat anders. Daar bepaalt de regelaar per baan of dat ene obstakel alleen zijn eigen schaduw kost, of de opbrengst van een heel dakvlak.
Daarmee wordt de vraag bij een vrijstaande woning niet alleen hoe de cellen werken, maar welk dakvlak je ermee uitrust. Bij twee of drie dakvlakken met verschillende oriëntatie is het niet vanzelfsprekend dat je ze allemaal vol legt. Een vlak op het noorden levert nu eenmaal minder op dan een vlak op het zuiden, en een vlak dat vanaf de weg niet te zien is, geeft ruimte om anders te kiezen dan een vlak dat wel in het zicht ligt. Bij een garage of aanbouw met een eigen dakvlak kan het antwoord zijn dat je dat vlak wel of juist niet meeneemt, los van het hoofddak. De regelaar per baan maakt dat per vlak, en soms per baan binnen een vlak, mogelijk zonder dat het ene vlak het andere beïnvloedt.
Een voorbeeld uit de praktijk: een vrijstaande woning met een zadeldak op het zuidoosten en zuidwesten, een uitbouw aan de achterkant met een platter dakvlak op het noorden, en een schoorsteen die 's winters een lange schaduw over een deel van het zuidoostelijke vlak trekt. Zonder regelaar per baan zou je geneigd zijn om rond die schoorsteen een strook banen zonder cellen te leggen, om te voorkomen dat één schaduwstrook de opbrengst van een heel vlak drukt. Met een regelaar per baan hoeft dat niet: de banen die in de winter kort in de schaduw liggen, doen gewoon minder op dat moment, en de rest van het vlak ondervindt daar niets van. Dat maakt het ook makkelijker om een vlak met een enkel obstakel toch helemaal te bedekken, in plaats van eromheen te ontwerpen.
Bij het noordelijke vlak van de uitbouw in dit voorbeeld ligt de afweging anders. Dat vlak krijgt structureel minder licht, niet door een obstakel maar door de richting zelf. Daar helpt een regelaar per baan niet tegen een lager aanbod aan licht; die regelt de opbrengst van wat er is, maar maakt van een noordvlak geen zuidvlak. Op zo'n vlak is de vraag dus niet of je een regelaar per baan wilt, maar of je dat vlak überhaupt met cellen uitvoert of gewoon als gesloten felsbaan zonder cellen laat liggen. Dat soort keuzes maak je per dakvlak, op tekening, niet vooraf in het algemeen.
De regelaar zelf zit in de baan verwerkt en is aan de buitenkant niet te zien; hij ligt onder het felsprofiel, net als de bekabeling. Voor het aanzicht van het dak verandert er dus niets: de banen liggen mat, donker en op één lijn met de banen zonder cellen, of er nu wel of geen regelaar in zit. Het is puur een elektrotechnisch verschil, dat zich pas laat zien in de opbrengst wanneer een deel van het dak in de schaduw ligt en een ander deel niet.
Wat dit voor een vrijstaande woning in de praktijk betekent, is dat de keuze niet start bij het aantal vierkante meters dak, maar bij het aantal vlakken en hun ligging ten opzichte van obstakels en de zon. Een tekening van het dak, met de positie van schoorsteen, dakramen, dakkapellen en bomen, laat zien welk vlak baat heeft bij een regelaar per baan en welk vlak sowieso weinig oplevert, met of zonder regelaar. Wij rekenen dat door op basis van de tekening van het huis, per vlak, zonder daar vooraf een getal aan te hangen dat voor het ene dak wel klopt en voor het andere niet. Een vrijstaande woning met meerdere dakvlakken vraagt gewoon om die vlak-voor-vlak-blik, en de regelaar per baan is daarin een van de bouwstenen, niet het hele antwoord.