Klikzink

Waterdicht op een zadeldak met felsbaan zonnecellen

Een zadeldak bestaat uit twee vlakken die tegen elkaar aan hellen, met de nok als hoogste lijn ertussen. Voor een felsbaan met zonnecellen erin verwerkt is dat een gunstige vorm, want de twee vlakken kunnen elk als eigen dakdeel worden gelegd en elk als eigen elektrisch circuit worden geschakeld. Wat op het ene vlak gebeurt, raakt het andere vlak niet.

Bij panelen op beugels is de nok vaak de plek waar montagerails, bekabeling en een paar extra doorvoeren samenkomen. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen verandert dat beeld. Er gaat geen schroef of beugel door het dakvlak, want de bevestiging van de baan onder de fels is ook de bevestiging van de opwekking. De zwakke plek verschuift daardoor naar drie andere punten: de doorvoer van de kabels naar binnen, de aansluiting van de banen aan de nok, en de overgang van een baan met cellen naar een baan zonder cellen elders in het vlak.

De doorvoer bij de nok

Op een zadeldak ligt de doorvoer voor de kabels vaak het handigst bij de nok. Daar is het dakvlak op zijn hoogste punt, het water loopt er juist vandaan, en de nokconstructie biedt al een overgang die toch afgewerkt moet worden. In plaats van een los gat in het midden van een vlak, wat bij paneelmontage nog wel voorkomt, ligt de doorvoer hier binnen de nokdetaillering zelf. Dat is een detail dat één keer goed uitgewerkt wordt, met een pot of mof die om de kabel sluit en die meebeweegt met de baan bij temperatuurwisseling, en dat vervolgens niet meer terugkomt op andere plekken in het dak.

Een voorbeeld uit de praktijk: bij een schuur met een zadeldak van twee gelijke vlakken van elk twaalf meter, lopen de kabels van beide vlakken naar een verzamelpunt net onder de nok, aan de kant van de gootconstructie waar ook het meterkastdeel zit. Vanaf daar gaan ze in één bundel naar binnen, door een enkele doorvoer die los staat van de bevestiging van de banen. Die doorvoer wordt behandeld zoals elke andere dakdoorvoer: met een kraag die onder de bovenliggende baan schuift en over de onderliggende baan valt, zodat water er nooit tegenin kan lopen.

De aansluiting aan de nok zelf

De nok is de plek waar de twee dakvlakken elkaar ontmoeten, en dus ook waar de banen van het ene vlak moeten aansluiten op de banen van het andere. Bij een gewone felsbaan zonder cellen is dat een kwestie van een nokstuk dat over de bovenkant van beide vlakken valt en de fels aan de bovenzijde afdekt. Bij een baan met zonnecellen verandert dat principe niet: de nokafwerking ligt boven het actieve deel van de baan, niet ertussen. De cellen zelf raken de nok niet, ze houden op ruim voordat de baan omslaat naar de bovenzijde.

Wat wel aandacht vraagt is de kabel die vanuit de laatste baan met cellen naar het verzamelpunt bij de nok moet. Die kabel ligt onder de nokafwerking, in de ruimte die daar sowieso al vrij blijft voor ventilatie en dilatatie. Er wordt geen extra opening in het nokstuk gemaakt om de kabel door te laten; de kabel volgt de bestaande route onder de afwerking mee naar het verzamelpunt. Zo blijft de nok, die op elk dak de plek is waar wind en water het meest grijp krijgen, vrij van extra doorvoeren.

De overgang van een baan met cellen naar een baan zonder

Op een zadeldak met een deel van het dakvlak in cellen en een deel in gewone felsbanen, bijvoorbeeld omdat een dakkapel of een schoorsteen een stuk van het vlak onbruikbaar maakt voor opwekking, ontstaat een overgang tussen twee soorten baan. Die overgang is geen aparte voeg of naad; de baan met cellen en de baan zonder liggen op dezelfde fels, met dezelfde klemmen onder dezelfde haaks opstaande rand. Waterdichtheid werkt hier niet anders dan tussen twee gewone banen: de fels van de ene baan grijpt in de fels van de volgende, en het is die overlap die het water naar de gepatineerde plaat en vervolgens naar de goot stuurt, ongeacht of er cellen in de plaat zitten of niet.

Wat wel verschilt is de bekabeling die uit een baan met cellen komt en die richting het verzamelpunt bij de nok moet, terwijl de baan zonder cellen ernaast geen kabel heeft. Die kabel ligt dan onder de aangrenzende banen door, in dezelfde ruimte onder de fels waar ook de klemmen zitten. Het is een detail dat op tekening wordt vastgelegd voordat de eerste baan gelegd wordt, zodat de aannemer weet welke banen een kabeldoorgang krijgen en welke niet.

Wanneer de vorm van het dak het antwoord verandert

Bij een zadeldak met twee gelijke vlakken is de knip bij de nok een voordeel: elk vlak krijgt zijn eigen schakeling, en een probleem op het ene vlak staat los van het andere. Dat voordeel wordt kleiner naarmate de twee vlakken sterk in oppervlak verschillen, of wanneer een van de twee vlakken vrijwel geen bruikbare oriëntatie heeft voor opwekking. In dat geval ligt het vaak voor de hand om alleen het gunstig gerichte vlak met cellen uit te voeren en het andere vlak in gewone felsbanen te leggen, met dezelfde nokdetaillering maar zonder de kabelroute.

Ook de plek van dakkapellen, dakramen of schoorstenen op een van de twee vlakken speelt een rol. Elke onderbreking in het vlak betekent een overgang zoals hierboven beschreven, en een dakvlak met veel van dat soort onderbrekingen heeft simpelweg meer van die overgangen dan een vlak zonder. Dat maakt het detail niet onhaalbaar, maar het maakt de indeling van banen met en zonder cellen minder vanzelfsprekend dan op een vlak dak zonder obstakels.

Of een zadeldak zich leent voor deze uitvoering, en waar de doorvoer en de schakeling per vlak dan het beste komen te liggen, is iets wat op tekening wordt uitgewerkt. Bij Klikzink in Ede kijken we daarbij naar de indeling van beide dakvlakken, de plek van obstakels en de gewenste route van de bekabeling naar binnen, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink